Top auto-industrie heeft geen motorolie meer in het bloed

Het was een schok voor de Amerikaanse auto-industrie toen Chrysler, net losgeweekt uit het fusiebedrijf DaimlerChrysler, ruim een week geleden een topman uit de doe-het-zelf-branche benoemde als hoogste baas....

De drie grote Amerikaanse autoproducenten hebben nu geen van alle mannen met motorolie in hun aderen aan het roer staan.

En Amerika staat daarin niet alleen. Ook in Europa zijn de echte automannen aan het verdwijnen. Als beste voorbeeld geldt Fiat. Europa’s succesvolste autobedrijf van het moment wordt geleid door een jurist met vele jaren ervaring als accountant.

Een langjarige ervaring in de auto-industrie – laat staan het hebben van benzine of motorolie in het bloed – is geen pre meer. Dat is een breuk met het verleden waarin autobouwers de baas werden van hun eigen werkplaatsen en fabrieken en opklommen tot de topmannen van de auto-industrie. In de VS stond Henry Ford aan de basis van het lopende band-systeem waarmee onder zijn leiding de eerste T-Fords werden gebouwd. Walter P. Chrysler bemoeide zich intensief met de eerste modellen, Lee Iacocca (ex-Ford) stond bij Chrysler persoonlijk aan de basis van de compacte automodellen die aan het begin van de jaren tachtig het concern voor de eerste keer redde van de ondergang. Goed, Iacocca deed vooral het marketingwerk en liet de techniek over aan anderen, maar de auto’s droegen beslist zijn stempel.

Maar ook in de autowereld wordt langzamerhand erkend dat vreemde ogen dwingen. Juist mensen die zijn opgeleid in andere bedrijfstakken, brengen de frisse blik mee die nodig is in een bedrijfstak die aan het overschakelen is van een productgeoriënteerde naar een marketinggerichte aanpak.

Gelet op de miljarden dollars die de Amerikaanse producenten de afgelopen jaren hebben verloren aan de Japanse concurrentie, zou deze aanpak wel eens de enig juiste kunnen blijken.

Ook bij de grote Europese autoproducenten zijn de automannen aan het verdwijnen, al wordt ervaring nog wel op prijs gesteld. Zo wordt BMW bestuurd door Norbert Reithofer (1956) die is opgeleid in de bedrijfskunde. Wel werkt hij inmiddels twintig jaar bij de zakenautofabrikant. Ook bij Mercedes en Smart staat een man aan het roer met langjarige auto-ervaring. Dieter Zetsche (1953), opgeleid als elektrotechnisch ingenieur, staat al sinds 1976 op de loonlijst van het toenmalige Daimler-Benz. De meeste praktische ervaring bij de bouw van auto’s deed hij eind jaren tachtig op toen hij betrokken was bij de constructie van de Geländewagen, de Jeep van Mercedes.

Bij Volkwagen, de grootste autoproducent met onder meer de merken Audi, VW en Seat, staat ook iemand met ervaring aan de top. Martin Winterkorn (1947) was degene die zo lang aandrong op de bouw van de New Beetle, dat de fabriek uiteindelijk aan het waagstuk begon. Winterkorn werkt sinds 1993 bij VW, maar daarvoor zat hij bij Bosch-Siemens in de koelsystemen.

Ook bij Renault is de topman afkomstig uit een aanverwante sector. Carlos Ghosn (1954) kwam ruim elf jaar geleden bij de Franse autoproducent na een carrière van bijna twintig jaar bij de bandenfabrikant Michelin. Hij kan zich overigens wel autozwaargewicht noemen sinds hij het miljardenverlies bij Renault-partner Nissan wist om te zetten in een miljardenwinst. Van managen heeft hij verstand, autotechniek is niet zijn pakkie-an.

Dat hoeft echter geen bezwaar te zijn, aldus Bob Lutz, de tweede man bij het Amerikaanse General Motors. Zelf stond hij aan de wieg van de succesvolle Dodge Viper-sportwagens, maar hij heeft niets tegen de komst van outsiders, zei hij onlangs in de The New York Times. ‘Wat je nodig hebt, is een stabiel individu met veel ervaring. Hij moet briljant zijn in het zakendoen en weten wat hij of zij níet weet. Als iemand van buiten die eigenschappen allemaal heeft, is er geen reden te bedenken waarom hij het niet prima zal doen in de autowereld.’

Het is een observatie die op het lijf geschreven lijkt van de huidige roerganger van de Fiat Group, de Italiaan-Canadese zakenman Sergio Marchionne (1952) die na een carrière in de wereld van juristen en accountants pas in 2003 met de auto-industrie in aanraking kwam. Samen met de eveneens als jurist opgeleide Luca di Montezemolo (1947) als directeur van Fiat en Ferrari, heeft hij van een autoconcern met ernstige slagzij een succesvolle producent gemaakt.

In juli, tijdens de presentatie van de Fiat 500, bleek Marchionne in promotiefilmpjes met kleuters aardig te kunnen praten over het maken van een droomauto.

Maar vooralsnog ligt zijn kracht vooral in het sleutelen aan een onderneming. Maar motorolie in zijn aderen? Geen sprake van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden