Toen Bob van Tol bij Philips werkte, hoefde technologisch onderzoek nog niet direct tot winst te leiden

'Als alle ideeën van toen waren doorgezet, had Philips nu een combinatie kunnen zijn van Apple, Samsung en General Electric'

Als oud-groepleider van het Natuurkundig Laboratorium (NatLab) maakte hij de tijd mee dat Philips fors investeerde in fundamenteel onderzoek.

Bob van Tol: 'Voorheen was Philips een saamhorige groep innovatieve technici. Vanaf eind jaren zeventig werd het langzaamaan een op winst gerichte verkoopmaatschappij.' Foto Marcel van den Bergh

In zijn appartement in Oosterbeek laat Bob van Tol (99) een robotje zien, een miniatuur van de robot die Philips in 1955 bouwde voor een tentoonstelling in Eindhoven. Philips gaf die robotpoppetjes toen als relatiegeschenk weg. De expositierobot was ontwikkeld op het fameuze Natuurkundig Laboratorium (NatLab) van Philips, waar Van Tol groepsleider was.

De bijna-eeuweling werkte op het Natlab toen daar - volgens hem - de technische uitdaging nog centraal stond en niet de commerciële belangen. 'Als alle ideeën van toen waren doorgezet, had Philips nu een combinatie kunnen zijn van Apple, Samsung en General Electric. Ze hebben echt de verkeerde dingen afgestoten. Philips had nu veruit het grootste bedrijf ter wereld geweest kunnen zijn', zegt hij.

In de jaren dat hij er werkte, hoefden onderzoeksprojecten niet per se winst op te leveren. 'Mensen konden fundamenteel onderzoek gaan doen zonder dat meteen duidelijk was hoe dat tot een Philipsproduct zou leiden', zegt Van Tol. Het Natlab leek op een soort uitvinderscentrum uit de sciencefiction. Kleine teams deden er allerlei onderzoeken, niet alleen op het gebied van elektrotechniek, maar ook op terreinen als biologie, astronomie en kernfysica.

Het Natlab had een pianist onder het pseudoniem Kid Baltan ('Natlab' achterstevoren) in dienst die mocht experimenteren met elektronische muziek. De commerciële potentie van het onderzoek had niet de hoogste prioriteit. Van Tol haalt op dat hij met een team werkte aan een computertaal. 'Het idee was dat Philips een eigen computer met een eigen taal zou ontwikkelen.'

Vreemde eigenheimers

Andere Philips-onderdelen zagen het NatLab soms als een anarchistische broederschap van wereldvreemde eigenheimers die hobbyden op kosten van de zaak. Philips probeerde te voorkomen dat de onderzoeksafdeling een eigen leven ging leiden. De Natlabmedewerkers moesten daarom na vijf tot zeven jaar ergens anders in het bedrijf aan de slag. Zo raakte elk Philipsonderdeel vertrouwd met de activiteiten van het Natlab.

De audio- en videodivisie vroeg het Natlab bijvoorbeeld een plaat te ontwikkelen waarop beelden konden worden opgeslagen. Die beeldplaat werd commercieel geen succes, maar het onderzoek leidde tot de ontwikkeling van de cd en dvd.

Philips koesterde in de jaren vijftig nog de ambitie om, net als General Electric en Siemens, kernreactors te bouwen. In 1957 werd Van Tol naar de VS gestuurd om er kennis op te doen over reactortechniek. Philips wilde een klein prototype tentoonstellen in Amsterdam, de A57. 'Kan me niet schelen wat het kost, als wij maar instrumentatie kunnen leveren', zei Frits Philips tegen mij', herinnert Van Tol zich.

'Philips wilde dat de Natlab-onderzoekers out-of-the-box konden denken. Dat werd echt gestimuleerd. Een van de resultaten was de geheel elektronische radiosonde die begin jaren zestig werd ontwikkeld met het KNMI. Die sonde ging aan een ballon omhoog en verzond gegevens over klimaat en het weer.' Van Tol won een wetenschappelijke prijs voor die vinding.

Van Tol ging in 1979 met pensioen. Vlak daarvoor was Nico Rodenburg bestuursvoorzitter geworden, de eerste topman die niet uit de familie Philips kwam. 'Philips was vóór die tijd een saamhorige groep van innovatieve technici die in de cultuur van een familiebedrijf alle ruimte kregen. Vanaf eind jaren zeventig veranderde Philips stapje voor stapje van een technologisch gedreven onderneming in een op winst gerichte verkoopmaatschappij.'

Langzaam begonnen de verhoudingen te veranderen. 'Tot dan toe had Philips twaalf divisies', vertelt Van Tol. 'Die bepaalden allemaal hun eigen beleid. De raad van bestuur vertrouwde op de deskundigheid van de divisiedirecteuren. En dat werkte prima. De raad van bestuur vond het goed zolang er winst werd gemaakt. Het ging fout toen de raad van bestuur zich ging bemoeien met wat er in de divisies gebeurde. Uiteraard werd het daardoor voor hen, zonder de technische inzichten, te lastig om twaalf divisies aan te sturen. Het resultaat was dat besloten werd onderdelen af te stoten.'

Het gevolg was dat er steeds minder geïnvesteerd werd in technologische ontwikkeling. De commerciële directeuren werden belangrijker dan de technische. Bob van Tol: 'Het motto aan de top was: commerciële mensen moesten alles kunnen verkopen, desnoods een emmer met stront.'

Verbetering: In eerdere versie van dit interview stelde Philips-onderzoeker Bob van Tol: 'kleine teams onderzoek deden op allerlei gebied, zoals biologie, astrologie en kernfysica.' Bedoeld werd niet astrologie, maar astronomie.


Philips

Philips snijdt, net als Pfizer, in onderzoek: durven grote bedrijven niet meer?

In Eindhoven staan binnenkort ruim honderd onderzoekers op straat bij Philips. Terwijl het, zegt een oud-onderzoeker, juist dankzij onderzoek 'veruit het grootste bedrijf ter wereld had kunnen zijn.' Ontwikkelen grote bedrijven nog wel producten voor de toekomst? Het paradepaardje van de kenniseconomie krijgt een gevoelige tik.