ColumnKoen Haegens

Toedeledoki zeggen tegen foute bedrijven, dat kan straks écht

null Beeld

Toen Mark Rutte in 2015 op een VVD-partij­congres mopperende bankiers uitdaagde te vertrekken, was dat vooral stoerdoenerij. ‘Toedeledokie, ga dan, en zoek die baan in Londen’, klonk het vanaf het podium. Waarna hij zich als vanouds bleef inzetten voor afschaffing van de dividendbelasting en tegen inperking van de topinkomens. Want vestigingsklimaat.

Het ‘ja maar dan verkassen ze naar elders’-argument smoort al decennialang elke poging de economie socialer, groener of anderszins rechtvaardiger te maken. Afgelopen week klonk het opnieuw. Niet minder dan 130 landen steunen de komst van een wereldwijd minimum­tarief voor de winstbelasting van 15 procent. Ierland, Hongarije en Estland weigeren het akkoord te onder­tekenen. Ze zijn bang dat de grote bedrijven ze straks, zonder extreme fiscale cadeautjes, niet meer aantrekkelijk vinden.

Klinkt vertrouwd, maar er is iets veranderd. Blokkeren heeft namelijk weinig zin. Een bedrijf dat zich in Ierland vestigt, moet volgens de nieuwe regels alsnog die 15 procent betalen. Alleen zijn het dan de grote staten, waar de hoofdkantoren staan, die de rekening mogen ­innen.

Minstens zo veelbelovend is de koolstoftaks die de ­Europese Unie aan haar grenzen wil gaan heffen. Om de klimaatverandering binnen de perken houden, moet CO2 uitstoten veel duurder worden. Maar elk plan stuit op dreigementen van de grootste vervuilers. ‘Dan gaan we failliet’, klaagde de baas van Tata Steel twee jaar geleden. Het enige wat je met een CO2-taks zou bereiken, is dat de staalproductie verhuist naar landen die het nog minder nauw nemen met het ­milieu.

Het Europese ‘Carbon Border Adjustment Mechanism’ kan dat oplossen. Goedkoop staal, beton of kunstmest uit landen zonder koolstofheffing, zoals Rusland, zal fors duurder worden. Mooi voor het klimaat. Het levert volgens Brusselse schattingen ook nog eens een extraatje van 9 miljard euro per jaar op, schreef de Financial Times woensdag.

Dat smaakt naar meer. Europa legde in het verleden al importheffingen van tientallen procenten op aan zonnepanelen, staal en aluminium uit China. Dat mag van de Wereldhandelsorganisatie, zolang een land zich schuldig maakt aan dumping en oneerlijke concurrentie. De gerenommeerde handelseconoom Dani Rodrik pleit ervoor dat begrip veel ruimer te interpreteren. ‘Als Amerikanen of Nederlanders hun baan verliezen omdat hun fabriek wordt verplaatst naar landen waar vakbonden verboden zijn, of arbeiders niet gezamenlijk mogen onderhandelen’, zei hij in een gesprek, ‘dan is dat toch ook oneerlijke concurrentie?’

Ooit dreigde de Duitse minister van Financiën Peer Steinbrück, in een hoogoplopende ruzie over belastingontduiking met buurland Zwitserland, met de cavalerie. Alles en iedereen viel over hem heen. Toch school er iets van waarheid in zijn uitspraak. Als de machtige landen het écht zouden willen, was er allang en breed afgerekend met de fiscale, klimatologische en sociale race to the bottom.

Zover is het niet. De landen en multinationals die belang hebben bij uitgeklede regels zullen de komende ­jaren naar hartelust lobbyen en traineren. Maar de tijd dat ‘dan verkassen ze naar elders’ als een onaantastbare economische wetmatigheid gold, is toch echt voorbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden