'Tijd van vrijwilligheid is voorbij voor bedrijven'

Amsterdam Veel Nederlandse bedrijven gaan, zodra zij zich buiten Europa begeven, gedrag vertonen dat in Nederland en Europa absoluut niet wordt getolereerd....

Marnix de Bruyne

Geert Ritsema, woordvoerder globalisering van Milieudefensie, denkt dat de brief in vruchtbare bodem valt. ‘De tijd van vrijwilligheid is voorbij. Maatschappelijk verantwoord ondernemen kun je niet aan de bedrijven overlaten. Dat besef dringt overal door.’

Ook in de Tweede Kamer ?

‘Ja, ook in de regeringsfracties. Ze vinden dat de overheid op dit terrein meer moet bijsturen. De economische crisis en het gedrag van de banken hebben aan dit besef bijgedragen.’

Centraal in het Kameroverleg staat een rapport van de juristen Geert Castermans en Jeroen van der Weide over de vraag in hoeverre Nederlandse bedrijven aansprakelijk zijn voor hun dochters. Een goed rapport?

‘Een conclusie is dat moederbedrijven wel degelijk aansprakelijk zijn voor het gedrag van hun dochters. Ze zitten daarmee op een lijn met de rechter, in de zaak die wij met boeren uit de Nigerdelta hebben aangespannen tegen Shell. De boeren vragen compensatie voor olielekkage op hun land door Shell Nigeria en vragen de vervuiling op te ruimen. De rechter oordeelde dat die zaak in Nederland behandeld kon worden.

‘Het rapport is een nuttige inventarisatie van de mogelijkheden. Jammer is wel dat het geen concrete aanbevelingen doet.’

U wel. Wat zijn uw belangrijkste adviezen aan de regering?

‘We stellen voor een toezichthouder in het leven te roepen die moet controleren in hoeverre bedrijven maatschappelijk verantwoord ondernemen, met bevoegdheden zoals de Nederlandse Mededingingsautoriteit die heeft. Een tweede advies is een fonds voor juridische bijstand, zodat benadeelden in landen waar de dochters actief zijn, in Nederland hun recht kunnen halen.

‘Ook stellen we voor wetgeving aan te scherpen, en duidelijke criteria te maken om aan te geven wanneer een moederbedrijf verantwoordelijk is voor gedrag van ‘dochters’. Bijvoorbeeld als het moederbedrijf meer dan 51 procent van de aandelen bezit, of als de directie in het moederland die van de ‘dochter’ direct aanstuurt.’

Zoals bij Shell en Shell Nigeria.

‘Inderdaad. Maar omdat die criteria nu nog niet vastliggen, moeten wij in ons proces aantonen dat Shell Rotterdam zeggenschap heeft over wat Shell in Nigeria doet. Daarvoor hebben we ook interne stukken nodig, en die wil Shell ons niet geven.

‘Het is een reden dat we meer tijd hebben gevraagd om ons voor te bereiden op het proces. Dat hebben we gekregen: op 24 maart dienen beide partijen stukken in. Een uitspraak verwacht ik pas in 2011.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden