Tigercrisis beperkt zich tot individuele fondsen

De ondergang van het hedgefondsen-imperium Tiger van Julian Robertson heeft volgens de meeste deskundigen weinig consequenties voor de financiële markten....

LTCM ging twee jaar geleden onderuit op een moment dat de financiële markten al overgevoelig waren door de Azië-crisis en de Rusland-crisis. Daarnaast waren de perspectieven voor de economie toen somber: velen voorspelden een recessie. Toen LTCM ineens ook nog de zwakte van het financiële systeem blootlegde, raakte iedereen in paniek.

Nu zijn alle analisten overtuigd dat het met de economie goed zal blijven gaan, ook als de internet-bubble uit elkaar zal spatten. Bovendien behoort Tiger tot een andere categorie van fondsen. De zes fondsen die Julian Robertson onder het embleem van Tiger beheert, speculeren niet zozeer op macro-economische ontwikkelingen als wel op ontwikkelingen bij individuele fondsen.

'De enige overeenkomst tussen hedgefondsen is dat ze trachten een positief rendement te halen door tegengestelde posities in te nemen', zegt de analist. De zogenoemde macro-hedgefondsen, 35 procent van de markt, speculeren op monetaire of economische ontwikkelingen. Hiertoe behoren ondermeer de fondsen van George Soros, zoals Quantum en het twee jaar geleden roemloos ten onder gegane LTCM.

De zes Tiger-fondsen, waaronder Robertsons vlaggenschip Jaguar Fund, nemen ook tegengestelde posities in, maar kijken vooral naar individuele aandelen. Zo'n 30 procent van de hedgefondsen opereert op deze wijze.

H. Hemmes van Iris Strategie stelt dat de Tiger-fondsen zich richtten op goedkope value-aandelen: aandelen van degelijke bedrijven die echter weinig groeivooruitzichten hebben, zoals bijvoorbeeld luchtvaartondernemingen en voedingsmiddelenconcerns. Julian Robertson dacht dat deze aandelen op lange termijn een beter rendement zouden bieden dan de dure groei-aandelen van bedrijven in bijvoorbeeld de telecomsector.

'Robertson kocht daarom aandelen die een lage koers-winstverhouding hadden en financierde dat door tegelijkertijd op termijn aandelen met hoge koers-winstverhoudingen te verkopen', zegt Hemmes. Met dit systeem behaalde Robertson enorme successen.

Robertson begon in 1980 met een inleg van acht miljoen dollar. In 1997 beheerde hij 22 miljard dollar. Toen ging het mis. De groei-aandelen zoals telecombedrijven gingen het veel beter doen dan de value-aandelen. De transacties van Tiger werden zwaar verliesgevend.

Beleggers vluchtten daarop massaal uit de fondsen. Dit jaar resteerde er nog maar acht miljard dollar, waarop Robertson besloot de fondsen op te doeken. Pikant is dat hij een moment kiest dat de value-aandelen het juist weer beter zijn gaan doen dan de groei-aandelen. 'In februari zal hij fors hebben verloren. Maar in maart moet er weer geld zijn verdiend.'

De posities die het fonds in het verleden innam, leidden van 1980 tot 1999 tot een gemiddeld rendement van 26 procent. Daar kunnen weinig fondsen aan tippen. 'Maar als het verkeerd gaat, dan gaat het ook gauw heel verkeerd.'

Ook volgens Hemmes zal het opdoeken van Tiger voor de markt geen grote consequenties hebben. 'Niet voor de markt als geheel, wel mogelijk voor sommige fondsen. Tiger zal namelijk uitverkoop moeten gaan houden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden