Terwijl wij even niet opletten, worden we aan alle kanten ingehaald door China

.

Beeld de Volkskrant

In de Amerikaanse televisieserie Billions, die het verhaal vertelt van een New Yorkse officier van justitie die de strijd aanbindt met hedgefonds Axe Capital, gaat een van de sub-plotlijnen over China. Een analist van Axe Capital heeft namelijk ontdekt dat een fabriek in China een farce is. Er rijden weliswaar vrachtwagens af en aan die de indruk moeten wekken van grote bedrijvigheid, maar die vrachtwagens zijn allemaal leeg. Met deze wetenschap lukt het Axe Capital een profijtelijke investeringsstrategie uit te stippelen. Het is een goede metafoor voor de achterlijke manier waarop Amerikanen tegen China aankijken.

In dat licht is het ook niet zo verwonderlijk dat de Amerikaanse kredietbeoordelaar Moody's vorige week de noodklok luidde over de Chinese schuldenlast. Die bedroeg in 2016 260 procent van het Chinese bruto binnenlands product (bbp), dat is 100 procentpunten hoger dan in 2008. Van de totale Chinese schuldenberg is echter slechts een bescheiden deel staatsschuld (46 procent van het Chinese bbp versus 65 procent in Nederland) en een nog bescheidener deel zijn schulden van huishoudens (23 procent van het Chinese bbp versus 120 procent in Nederland).

Het overgrote deel van de Chinese schuldenlast komt op conto van het bedrijfsleven (190 procent van het Chinese bbp), en dan met name de Chinese staatsbedrijven. Volgens Moody's moet China zich steeds verder in de schulden steken om economische groei te realiseren.

Daarmee toont de kredietbeoordelaar een ontgoochelend gebrek aan inzicht in de Chinese economie. De hoge Chinese schuldquote vindt in de eerste plaats haar oorzaak in de hoge Chinese spaarquote. Terwijl de Amerikanen jaarlijks zo'n 17 procent van het bbp sparen en landen als Nederland en Duitsland ruim 25 procent, steken de Chinezen daar met kop en schouders bovenuit met een spaarquote van 55 procent.

Die hoge spaarquote is niet te wijten aan een hoge risico-aversie bij Chinezen, zoals westerlingen met hun etnocentrische blik vaak klakkeloos aannemen. Dankzij de nog steeds lage arbeidskosten maken Chinese bedrijven en hun aandeelhouders aanzienlijke overwinsten. Daarin schuilt de belangrijkste verklaring voor de hoge spaarquote. De helft van de besparingen is afkomstig van bedrijven (voornamelijk staatsbedrijven) en de andere helft van huishoudens en dan voornamelijk de allerrijkste huishoudens. De top 5 procent van de Chinese huishoudens is verantwoordelijk voor ruim 75 procent van de huishoudensbesparingen.

Als die besparingen bij staatsbanken worden ondergebracht, worden deze op decentraal niveau weer voornamelijk naar staatsondernemingen gedirigeerd die de gelden aanwenden voor de aanleg van steden en infrastructuur. Dankzij die investeringen komen er niet alleen steeds meer banen bij voor de Chinezen die nu nog op het platteland wonen en werken, maar worden ook de voorwaarden gecreëerd voor particuliere bedrijven om in China succesvol te opereren. Dat is de belangrijkste reden waarom particuliere bedrijven in China gemiddeld een hoger rendement halen dan staatsbedrijven. Het gaat niet om een misallocatie van gelden, zoals economen zo graag zeggen. Particuliere bedrijven hoeven zich anders dan staatsbedrijven niet met semipublieke taken bezig te houden.

Twee jaar geleden zou Moody's verlaging van de kredietwaardigheid van China tot een schokgolf op de wereldwijde financiële markten hebben geleid. De China-hysterie in het Westen was toen op haar hoogtepunt.

Maar Moody's mededeling veroorzaakte vorige week niet meer dan een rimpeling op de internationale beurzen. In het Westen volgde iedereen gehypnotiseerd de verrichtingen van de Amerikaanse president die als een olifant tekeerging in de trans-Atlantische porseleinkast.

Terwijl wij even niet opletten, worden we van alle kanten ingehaald door China, of het nou gaat om gentechnologie, mobiele technologie of kunstmatige intelligentie. Dit dankzij de grootschalige investeringen van de Chinese overheid in R&D. Ook Chinese technologiebedrijven als Tencent en Baidu hebben hun eigen onderzoekslaboratoria voor kunstmatige intelligentie opgericht.

Afgelopen vrijdag was de Google-machine AlphaGo de Chinese grootmeester Ke Jie te slim af bij het bordspel go. Voor veel Chinezen was de nederlaag te pijnlijk om aan te zien. Maar het zou best weleens de laatste keer kunnen zijn geweest dat de Amerikanen de Chinezen verslaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden