Nieuws

Terecht of niet? Eigenaren kolencentrales eisen miljarden compensatie voor gedwongen sluiting in 2030

Valt het sluiten van kolencentrales vanwege de hoge uitstoot onder het ondernemersrisico, of genieten de uitbaters bescherming van het Energiehandvest? De EU wil dit verdrag snel moderniseren.

Michael Persson
Een berg kolen bij de Eemshavencentrale. Beeld Kees van de Veen
Een berg kolen bij de Eemshavencentrale.Beeld Kees van de Veen

Hoewel het grote nieuws deze week was dat drie Nederlandse kolencentrales weer aangezet mogen worden – om daarmee aardgas te besparen dat we deze winter waarschijnlijk hard nodig hebben – ging het deze week óók om het uitzetten van dezelfde kolencentrales, vanwege hun hoge broeikasgasuitstoot, in 2030. En, zoals altijd met kolencentrales, gaat dat niet vanzelf.

De uitbaters van de centrales eisen namelijk een enorme compensatie. Dinsdag en donderdag speelde er een rechtszaak die zij hebben aangespannen tegen de Nederlandse staat. Het Duitse RWE eist 1,4 miljard euro voor zijn centrale in de Groningse Eemshaven, het Duitse Uniper eist waarschijnlijk rond de 1 miljard euro voor zijn centrale op de Rotterdamse Maasvlakte en het Amerikaanse Riverstone, eigenaar van de nabijgelegen Onyx-centrale, zal ook al snel uitkomen op 0,5 miljard euro.

Centrale vraag: konden de bedrijven redelijkerwijs zien aankomen dat er beperkingen zouden worden opgelegd aan het verstoken van kolen, toen ze het afgelopen decennium hun centrales bouwden? Oftewel: is de sluiting, waartoe door de Nederlandse overheid in 2019 werd besloten om de klimaatafspraken van Parijs te halen, niet gewoon een ondernemersrisico?

De uitbaters vinden van niet. Zij noemden de overheid tegenover de rechter ‘onbetrouwbaar’ en ‘wispelturig’, omdat die zelf op steeds verschillende manieren de CO2-uitstoot van de centrales in toom had willen houden – onder meer door hem in de bodem op te slaan. Dat de overheid daarmee na maatschappelijke weerstand niet is doorgegaan, is een ‘politiek besluit’, zei de advocaat van RWE dinsdag. (Dat de centrales nooit op grote schaal CO2 uit hun schoorsteen hadden kunnen halen, zei hij er niet bij.)

Energiehandvest

Behalve op de Nederlandse bestuursrechter wedden de uitbaters nog op een tweede paard: het internationaal arbitragehof ICSID, een tribunaal dat conflicten afhandelt tussen landen en bedrijven. De bedrijven hopen daar te kunnen aankloppen vanwege een oud verdrag, dat echter juist deze week op lossere schroeven is komen te staan: het Energy Charter Treaty, ook wel het Energiehandvest genaamd, dat de investeringen van energiebedrijven in onbetrouwbare landen moet beschermen.

Dit verdrag begint een enorme belemmering te worden voor de transitie naar een duurzame energievoorziening, vinden groene activisten al een tijdje. Als fossiele grootmachten steeds een schadevergoeding eisen voor de activiteiten waarmee ze moeten stoppen, maakt dat de energierevolutie nodeloos duur.

Deze week schaarde ook een meerderheid van de Tweede Kamer zich achter die opvatting. Middels een motie, aangedragen door de Partij van de Dieren, GroenLinks en de SP en gesteund door regeringspartij D66, verzoekt het parlement de regering om met de andere landen van de Europese Unie uit het ECT te stappen. Spanje was vorige week de eerste die daartoe opriep.

Het is een interessante omkering van waarden. Kern van dit verdrag is een zogeheten ISDS-clausule, die staat voor investor state dispute settlement. Het instrument werd oorspronkelijk bedacht als een garantie voor westerse bedrijven die in minder westerse landen wilden investeren, zodat ze, mocht dat land de boel onteigenen of nationaliseren, naar een tribunaal konden stappen om hun recht (geld) te halen. Nu zijn het dus westerse landen zoals Nederland die door de clausule worden getroffen.

Het is een van de redenen waarom de Europese Unie het verdrag (waar in totaal 55 landen lid van zijn) nu wil moderniseren: nu het hen zelf raakt, vinden ze het ISDS is een verouderd middel. Vrijdag maakt de Europese Commissie na dertien praatsessies de balans op, om te kijken of een aangepast verdrag mogelijk is. De kans op een unaniem akkoord is niet heel groot. Dan is het alternatief: er helemaal uit stappen. Dat kan niet zomaar (er is een zogeheten ‘overlevingsclausule’ die maakt dat het verdrag dan nog twintig jaar van toepassing blijft), maar als de EU-landen vervolgens afspreken dat zij in elk geval elkaar niet gaan aanklagen, dan is de angel er wel uit, zegt Sara Murawski, die een campagne leidt om van het ECT af te komen.

Overigens is het ECT ook gebruikt om juist investeerders in groene energie te beschermen, benadrukte Ruven Fleming, specialist in energierecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, begin deze maand op een rondetafelconferentie met de energiespecialisten van de Tweede Kamer. Zo klaagden investeerders de Spaanse overheid aan toen die stopte met een (al te) genereuze subsidie voor zonneparken. Toch kan ook die bescherming averechts uitpakken, zegt Bart-Jaap Verbeek van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). ‘Dat maakt overheden op voorhand voorzichtig om iets uit te proberen. Het uitgangspunt van het ECT is dat je als overheid niet te veel mag reguleren. Maar in deze tijden kun je als bedrijf geen stabiliteit verwachten. Dat is waarom we in een transitie zitten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden