Telkens tegenvallende verkopen en weer ontslag

De autofabriek in Born, waar oud-mijnwerkers ooit de DAF 44 in elkaar zetten, lijkt synoniem voor tegenvallende productieaantallen, verliezen gevolgd door ontslagronden....

Het waren de mijnsluitingen en de bijbehorende economische stimuleringsprogramma’s in de jaren zestig die leidden tot de bouw van een autofabriek in het Zuid-Limburgse Born. De fabriek, eigendom van het Eindhovense DAF en de Staatsmijnen (later DSM) opende in 1967 voor de productie van de DAF 44. Oud-mijnwerkers vonden een nieuwe levensvervulling aan de lopende band.

In 1975 nam het Zweedse Volvo driekwart van de aandelen van de personenautodivisie van DAF over. In de daaropvolgende jaren trekt de Eindhovense autobouwer zich geheel terug. Als de afzet van Volvo’s tegenvalt, gaan de Zweden samen met aandeelhouder de Nederlandse staat op zoek naar een nieuwe partner. Ze kloppen aan bij de succesvolle Japanse autofabrikanten die dringend op zoek zijn naar productiecapaciteit in Europa.

In 1991 nemen Volvo, Mitsubishi en de overheid elk voor eenderde deel in het nieuwe NedCar. Van de zevenduizend werknemers moeten er 1500 opstappen.

Drie miljard gulden wordt geïnvesteerd in de modernste productiefaciliteiten die eind 1994 af zijn. Het jaar daarop worden de Mitsubishi Carisma en de Volvo S40 gepresenteerd die door elkaar worden gebouwd.

De productie bereikt in 1999 het record van ruim 262 duizend auto’s. De staat trekt zich terug. De afzet daalt. Van de 6500 werknemers moeten er vijfhonderd vertrekken.

Het Duits-Amerikaanse autoconcern DaimlerChrysler waagt in 2000 de sprong naar de Japanse markt en neemt deel in het noodlijdende Mitsubishi. Born komt daarmee voor ruim eenderde in handen van DaimlerChrysler.

De productie is in 2001 teruggelopen tot 190 duizend auto’s. Er worden voorbereidingen getroffen om vanaf 2004 de nieuwe vierdeurs Smart te gaan bouwen. De drieploegendienst maakt plaats voor een tweeploegendienst: 1600 van de 5200 banen verdwijnen.

De eerste Smarts lopen begin 2004 van de band, de Volvo’s stoppen. De planning gaat uit van 295 duizend auto’s: 140 duizend Smarts en voor Mitsubishi 100 duizend Colts en 45 duizend Spacestars. Het worden er 190 duizend in hetzelfde jaar dat DaimlerChrysler bekend maakt geen cent meer in Mitsubishi te steken.

Rond de zomer worden negenhonderd uitzendkrachten aangesteld en in drie ploegen gewerkt. Na tien weken kunnen ze vertrekken omdat de verkoop inzakt.

In de zomer van 2005 volgt weer een ontslagronde. NedCar schrapt 670 banen, driehonderd van hen worden in een arbeidspool ondergebracht, om terug te keren bij een aantrekkende markt. Er werken nog 3800 personeelsleden.

De bouw van twee verschillende auto’s op hetzelfde onderstel en volledig op bestelling vereist veel flexibiliteit en maakt de planning moeilijk. De fabriek moet met de markt meebewegen, en de markt van kleine auto’s gaat nog steeds omlaag.

Ook DaimlerChrysler maakt in 2006 zware tijden door. Het Smart-project heeft nog nooit een cent winst opgeleverd. De nieuwe topman Dieter Zetsche besluit dochteronderneming Smart aan boord te nemen en zich alleen te concentreren op de ForTwo. De productie van de Smart ForFour moet stoppen. In Born worden 115 duizend auto’s gebouwd, waarvan 40 procent Smarts. Alleen voor de twee types Colt kan de fabriek geen twee ploegen aan het werk houden. Van de drieduizend arbeidsplaatsen moeten er duizend verdwijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden