Tegenstelling tussen 'oude' en 'nieuwe' economie is vals

De industrie als ouderwets bestempelen is op zijn best onnozel en op zijn slechtst bewuste misleiding, meent Ruud Vreeman. Hij antwoordt degenen die vinden dat er voor moderne dienstverlening moet worden gekozen....

Ruud Vreeman

'Oude' en 'nieuwe' economie zijn onderling verweven, en van elkaar afhankelijk voor succes EEN VAN de bizarre grappen die ik tegenkom: 'Waarom gooien we het Noordzeekanaal niet dicht, dan heb je ook die Coentunnel niet meer nodig.'

Realisme is soms ver te zoeken. Bij grote infrastructuurprojecten lijkt een grote mond te horen en grote getallen. De verdere ontwikkeling van het Noordzeekanaalgebied kost miljarden en levert niets op, meent Bas Amelung in de Volkskrant (10 juli). Daar tegenover staat dan de commerciële dienstverlening en ICT-branche, die niets zouden kosten en miljardenwinsten beloven. Ook de econoom Heertje en virtueel PvdA-ideoloog Booij zetten graag een grote mond op om over het Noordzeekanaalgebied hetzelfde simpele denkschema uit te venten (bijvoorbeeld in NRC Handelsblad, 18 mei).

Het maatschappelijke debat over een complex ruimtelijk-economisch vraagstuk wordt ten onrechte gevoerd langs de lijnen van een verleidelijke, maar valse tegenstelling. Of je kiest voor een hoogwaardige, 'schone' economie waarin telematica en kennis centraal staat, óf je bent zo'n 'aarts-conservatieve' sociaal-democraat die vasthoudt aan de ontwikkeling van een havengebied met oude, ruimteverslindende industrie en 'enkel nog wat laagwaardige banen'.

Dit eenvoudige schema kwam al bovendrijven in het debat over de bereikbaarheid. Niet gehinderd door enig realiteitsbesef en zelfingenomen met de eigen trendgevoeligheid wordt de samenhang tussen 'nieuwe' en 'oude' economie volkomen genegeerd. Door dit verwende denken in simpele opposities dwaalt het debat over de toekomst van Nederland te gemakkelijk af naar een virtuele wereld, betoogde ik eerder (Trouw, 6 juni). Om het simpel te houden: een container of bloemkool wordt nu eenmaal niet via de glasvezel getransporteerd. 'Oude' en 'nieuwe' economie zijn onderling verweven, en van elkaar afhankelijk voor succes.

Inmiddels zijn er enkele elementen in de toonzetting van het debat geslopen, die opnieuw de aandacht vragen. De meest storende daarvan is wel het dédain waarmee over grote groepen laaggeschoolden op de arbeidsmarkt wordt gesproken, alsof het hier gaat om een restcategorie losers. Het is nog niet overal doorgedrongen dat juist deze groepen de sociale gevolgen van ruimtelijke inrichtingsplannen zullen ondervinden. De zorg om de kwaliteit van het bestaan begint bij het voorkomen van een maatschappelijke tweedeling, en daarin is werk nog steeds een sleutelbegrip.

Misschien zijn de cijfers over werk voor sommigen te ingewikkeld, of is men te lui verder te kijken dan de lange neus. Een voorbeeld. Doordat bedrijven zich concentreren op hun kernactiviteiten verschuiven heel wat banen in de statistieken. Het buiten de onderneming plaatsen van de kantinevoorziening of personeelsadministratie veroorzaakt een stijging van dienstverlening in de statistieken zonder per saldo banen op te leveren. Dat is één van de redenen waarom veel bedrijven in de dienstensector zijn aangewezen op een sterke industrie: elke baan daarin schept ook een baan daarbuiten.

Ruimte voor industrie is een onmisbaar onderdeel van een sociaal programma, waarin de zelfredzaamheid van álle groepen op de arbeidsmarkt centraal staat. De discussie heeft momenteel een te hoog grachtengordel-gehalte. Zeven dagen per week willen shoppen bij Albert Heijn, maar niet willen zien dat de biefstuk vanaf de koe in je winkelwagentje komt via een uitgekiende lijn van voedingsmiddelen- en verpakkingsindustrie met bijbehorende transporten. Het is juist dáár dat ICT-ontwikkelingen hun belangrijkste effect hebben, in de handel tussen bedrijven onderling en de besparingen die het gevolg zijn van just in time-voordelen.

De industrie als ouderwets bestempelen is op zijn best onnozel, en op zijn slechtst bewuste misleiding: de welvarende elite die nog nooit een fabriek van binnen heeft gezien is een verbond aangegaan met de 'Nimby' (not in my backyard, red.) die eenzijdig de eigen belangen nastreeft. Als sociaal-democraat zeg ik dan: weinig sociaal, nauwelijks democratisch.

Ik noem nog twee andere elementen die ontbreken in de toonzetting van het debat: de politieke en de culturele dimensie. Politiek bedrijven is keuzes maken. Daar gaat argumentatie en afweging aan vooraf. Natuurlijk dient de onderliggende beleidsinformatie solide te zijn, en is soms een extra onderzoek noodzakelijk. In de afweging daarna speelt vaak het waterbed-effect een rol: wat je op de ene plek wil wegpoetsen, komt elders in minder gewenste vorm naar boven. Politici kunnen geen Nimby's zijn, maar hebben de verantwoordelijkheid om in hun afweging een ruimere context te betrekken.

Als uiteindelijk de argumenten en afwegingen tot beslissingen leiden, zie je soms burgers of instanties die op andere wijze hun gelijk willen halen. Dat is hun goed recht, maar in een klimaat waar de interactieve beleidsvorming en open planprocessen je om de oren vliegen, is het wat merkwaardig dan te zeggen dat er niet naar hen is geluisterd. Het is een miskenning van de politieke dimensie van overheidsbesluiten.

Met de culturele dimensie is het erger gesteld. Een ongegeneerd wishful-thinking voert de boventoon. Op de achtergrond van het debat over economie wordt een heel ander debat gevoerd, een debat over de toekomst van onze samenleving. Welke samenleving willen we in de Vijfde Nota over de ruimtelijke ordening accommoderen? In deze tijd van voorspoed voelen we ons oppermachtig en is Nederland weer maakbaar. Toch wordt het debat pas waardevol als creativiteit en inspiratie wordt afgewisseld met realisme, en we ook oog blijven houden voor het Nederland dat al bestaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden