Te deskundig voor Schiphol

Louter topdeskundigen verzamelde prof. dr. ing. G. Berkhout in de commissie die de geluidsnormen voor Schiphol bestudeerde. Na een reeks botsingen met het ministerie stapte hij eind vorig jaar op: 'Berkhout, doe niet zo moeilijk.'

Guus. Met Gerlach. Guus, dit kan echt 'niet wat je nu hebt ingeleverd. Dit leidt tot bestuurlijke chaos en grote vertraging. De groei van de luchtvaart komt in gevaar. Zo kunnen we nooit meer uitbreiden. Echt, dit mag je niet zo inleveren. Dat kán niet.'

Was hij verbijsterd? Guus Berkhout denkt na. Dat is wel ongeveer de juiste omschrijving, zegt hij, terugkijkend. Wat een arrogantie om de voorzitter van een onafhankelijke commissie zo onder druk te zetten. Zijn stem slaat over van verontwaardiging.

Hij had nog maar net bij Erik Bussink, de hoogste ambtenaar luchtvaart bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat zijn 'vertrouwelijk conceptadvies' 1b ingeleverd of Gerlach Cerfontaine, topman van de NV Schiphol, hing aan de lijn. Op zijn privé-adres nog wel. Zelfs zijn vrouw werd er kriegel van dat hij met die decemberdagen in 2000 niet met rust werd gelaten: 'Houdt het dan nóóit op?!'

Natuurlijk was het de 63-jarige geluidsprofessor bekend dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat en de luchthaven niet los van elkaar opereerden. Maar dat het zó ver ging dat er vertrouwelijke adviezen werden uitgewisseld, wist hij niet.

Het was niet de eerste keer dat 'Gerlach' belde. Al na de kennismaking hadden ze afgesproken om elkaar te tutoyeren en geregeld contact te hebben. Maar dat was vóór het duwen en trekken, zoals hij het gedrag van Cerfontaine noemt. Berkhout, internationaal gerespecteerd hoogleraar aan de Technische Universiteit in Delft, kan zich de dwingende toon van de luchthavendirecteur nog goed herinneren: 'Dit rapport leidt tot vertraging van de opening van die dure baan. Dat is slecht voor Schiphol en dus slecht voor Nederland. Dat kun je toch niet maken', aldus Cerfontaine.

Tijdens bijeenkomsten in januari 2001, waarin de bevindingen van zijn commissie met de luchtvaartsector werden besproken, bleek Cerfontaines ergernis nog even groot. Het rapport 'is met een schok ontvangen en wordt door de sector als een bom ervaren', valt te lezen in het archief van de commissie-Berkhout. 'Het oordeel van de commissie zal tot bestuurlijke chaos leiden. Het advies van Berkhout laat niets heel van het systeem waar wij twee jaar aan hebben gewerkt en dat is aanvaard door Kabinet en Kamer.'

Die kritiek hoorde hij bijna woordelijk terug bij minister Netelenbos. De hele discussie wordt weer opengebroken, riep ze hem verbolgen toe. Ook zij zag de voorstellen van Berkhout en zijn commissie als een frontale aanval op de plannen van Verkeer en Waterstaat.

De parallel tussen de reacties van de luchthavendirecteur en de minister was geen toeval. Medewerkers van Cerfontaine en Netelenbos werkten al twee jaar samen om de uitbreiding van de luchthaven vorm te geven. De luchtvaartambtenaren zaten samen met de KLM en Schiphol in een stuurgroep die de wetsvoorstellen voorbereidde. De milieuambtenaren van minister Jan Pronk, ook lid van de stuurgroep, leken geen greep op deze tandem te hebben.

Het voorstel dat werd ontwikkeld, kwam erop neer dat de luchtvaart mocht groeien als de geluidsoverlast voor de omwonenden binnen de perken zou blijven. Daarvoor was een complex stelsel met drie criteria ontwikkeld: een maximale hoeveelheid geluid die de luchthaven per jaar mag produceren; een ring van meetpunten rond Schiphol die ervoor waakt dat er meer lawaai wordt gemaakt dan toegestaan; voorschriften voor gebruik van banen en routes.

Volgens minister Netelenbos garandeerde dit nieuwe stelsel dat de overlast in de directe en wijdere omgeving van Schiphol zou worden beperkt. Op overtreding van de lawaairegels zouden harde sancties staan.

Schiphol was blij, want Schiphol kon groeien. En daar ging het om.

Op het ministerie van VROM haalden ze de schouders op over die 'harde sancties'. De eisen stonden los van de werkelijkheid. Sterker nog: de ambtenaren vonden het nieuwe stelsel 'volledig fictief'. De regels kwamen uit de computer en hadden niets te maken met wat er op de grond en in de lucht gebeurde. 'De mensen worden belazerd, terwijl dat niet nodig is', stelt VROM in interne stukken.

In haar rapport 1b gaf de commissie-Berkhout de VROM-ambtenaren gelijk. Het was wel mogelijk het lawaai voor de gehele omgeving rond Schiphol in kaart te brengen. Niet alleen in computermodellen maar met echte gegevens. Maar Verkeer en Waterstaat en de luchtvaartsector wilden niets van Berkhouts plannen weten.

Dat zijn plannen op zoveel tegenstand zouden stuiten, kon Berkhout niet voorzien toen hij voorjaar 2000 werd benaderd voor het voorzitterschap van de onafhankelijke Commissie Deskundigen Vliegtuiggeluid.

On-af-han-ke-lijk, klemtoon voor klemtoon werd het benadrukt. In de commissie geen pottenkijkers van Verkeer en Waterstaat of VROM.

Op verzoek van de Tweede Kamer stelde de minister de commissie in die de omzetting naar nieuwe geluidsnormen de komende vijf jaar moest begeleiden.

Het was haar antwoord op de argwaan over de belofte dat de overlast van Schiphol niet zou toenemen, terwijl het aantal vliegbewegingen mocht groeien van 400 duizend naar 600 duizend.

Berkhout was trots op Schiphol. Hoe mooi zou het zijn om te laten zien hoe de luchtvaartsector in eendrachtige samenwerking met overheid en bewoners opereerde. Hij hoopte op een internationale voorbeeldfunctie: kijk naar Schiphol, zo moet je het doen, die slimme Hollanders toch.

De commissie verzamelde de top dogs op het gebied van geluidsmeting en luchtvaart: prof. dr. ir. Guus Berkhout, prof. dr. Ben Ale, prof. dr. ir. Bob Mulder, dr. ir. Vogels, ir. Peter Koers en ir. Kees van Luijk. Als 'een ijzersterke groep' stelden ze zich op 1 juli 2000 voor in de kamer van Tineke Netelenbos op het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De leden zagen dat ze in haar nopjes was met zoveel deskundig gezag en dat ze net als de commissie vastberaden was om het nu echt goed te regelen.

Tenminste, toen nog wel. Want nadat ze het rapport 1b in december 2000 had gelezen, kreeg Berkhout de wind van voren. Al het aardige van Netelenbos was opeens verdwenen, zagen de leden. Ze schrok van de bevindingen en vreesde dat de hele discussie over het normenstelsel van Schiphol opnieuw moest worden gevoerd.

Het ministerie probeerde te voorkomen dat het rapport 'naar buiten' zou gaan. Het bepaalde het moment waarop de media werden geïnformeerd. De beloofde openheid vond de minister opeens geen goed idee meer. Nee, nee, een hekel aan Netelenbos had Guus Berkhout niet. Maar ze moest niet denken dat hij zich zomaar omver liet blazen.

Bij de presentatie van het volgende advies, rapport 2, botste hij weer met Netelenbos. Op de ochtend van 6 juni 2001 zat hij in de kamer van de minister, samen met Kees van Luijk. Naast Netelenbos nam topambtenaar Erik Bussink plaats. Wat zich vervolgens afspeelde, leek op pingpongen met papieren.

De hoogleraar presenteerde zijn bevindingen met de woorden: 'Dit is het.' De minister sloeg het rapport open en zei: 'Zo.

Dus mijn stelsel klopt niet? En u denkt dat gewoon te kunnen beweren?' Netelenbos schoof het rapport terug: 'Ik wil dat u de conclusies aanpast. Ik wil dat u opnieuw gaat rekenen en met betere onderbouwingen komt. Hier kunnen we niets mee.'

Nu schoof Berkhout het rapport terug: 'Nee, wij zijn klaar met rekenen. Alles is onderbouwd.' Netelenbos: 'Dan wil ik dat u in ieder geval de samenvatting aanpast, want dat is het eerste dat iedereen leest.' Berkhout: 'Wij blijven bij onze tekst.' Netelenbos: 'Kunt u dan in elk geval de volgorde van de alinea's veranderen. U komt al zo snel met zulke harde conclusies.' Berkhout: 'Dat is het enige dat we veranderen. U krijgt het vanmiddag per koerier terug.'

Het heen-en-weer geschuif illustreerde de verslechterende relatie met het ministerie. Berkhout vond het schokkend dat in reacties van ambtenaren en minister de integriteit van zijn commissie in twijfel werd getrokken. Dat men op het ministerie durfde te zeggen dat die deskundigen makkelijk praten hadden – wat weten jullie nou van politiek? Of: 'Berkhout, doe toch niet zo moeilijk.'

Gaandeweg kreeg Berkhout het idee dat zijn bevindingen alleen op prijs werden gesteld als hij het eens was met de minister. De VVD-senator Niek Ketting, die als voorzitter van de MER-commissie de milieu-effectrapportage over de uitbreiding van Schiphol beoordeelde, had hem al gewaarschuwd: 'Jouw commissie kijkt vanuit haar verantwoordelijkheid naar de inhoud. De minister wil bevordering van de luchtvaart en geen politieke discussie. Het resultaat is nul: geen begrip.'

Ze wilden van hem af, dat was het gevoel dat hem bekroop. Het ergste was dat hij in de Milieu Effectrapportage 2003 verkeerd werd geciteerd. Ze hadden zijn woorden verdraaid. Het leek alsof hij van mening was dat het nieuwe stelsel evenveel overlast zou veroorzaken als het oude. Maar dat was nou net wat zijn commissie niet vond. N-I-E-T, moest hij het woord soms spellen!

Van het duwen en trekken van Cerfontaine was hij al een tijdje verlost. Hij belde niet meer. Berkhout had het contact geformaliseerd door op gezette tijden overleg te voeren met de luchtvaartsector. Wel hoorde hij van commissielid Bob Mulder, behalve hoogleraar bij de TU Delft ook vliegenier-gezagvoerder van Air Holland, dat individuen uit de luchtvaartsector stelselmatig hun ongenoegen over zijn commissiewerk uitten.

Nadat de commissie-Berkhout een ambtelijk secretaris van het ministerie van Verkeer en Waterstaat kreeg toegewezen, er aan zijn onafhankelijkheid werd gemorreld en zijn commissie al een half jaar op goedkeuring van het werkplan over metingen moest wachten, was het voor Berkhout genoeg.

Op 13 december 2002 stapte hij definitief op. 'Wij hadden de kans het goed te regelen', zegt hij nu. 'Maar Schiphol en het ministerie houden ervan de zaak met kauwgum en pleisters aan elkaar te plakken. En dan moet wij zeker toekijken en applaudisseren? Vergeet het maar. We zijn geen jaknikkers. We zijn té deskundig, daar houden ze niet van.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.