Taxichauffeurs vrezen artikel 140 niet

Of het nu gaat om oproerige taxichauffeurs, vechtende Ajax-fans of Eurotop-demonstranten. Te pas en te onpas wordt door justitie artikel 140 gebruikt om potentiële raddraaiers op te pakken....

De Amsterdamse politie heeft woensdag een aantal oproerige taxichauffeurs aangehouden. Behalve van concrete delicten als geweldpleging of pogingen daartoe worden enkele ook verdacht van deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Dit laatste is strafbaar gesteld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, een omstreden bepaling die te pas en te onpas uit de kast wordt getrokken.

De Amsterdamse autoriteiten - de driehoek van burgemeester, hoofdofficier van justitie en politiechef - zijn eerder al eens op de vingers getikt wegens misbruik van artikel 140. Tijdens de Eurotop in 1997 werden op grond van dit artikel honderden demonstranten gearresteerd. De actie was doelmatig; een dreigende grootschalige ordeverstoring werd voorkomen.

Maar het optreden werd nadien krachtig veroordeeld, zowel door de Amsterdamse commissie voor klachten over de politie, als door de politiek en de rechter. Artikel 140 was onrechtmatig gebruikt om preventief te arresteren, zonder dat het de bedoeling was de arrestanten voor de rechter te brengen.

De jurisprudentie over de wetsbepaling is onduidelijk. Het artikel werd in de jaren tachtig met succes gehanteerd tegen Nijmeegse krakers die zich met geweld hadden verzet tegen ontruiming. Ook leden van drugsbenden werden en worden regelmatig veroordeeld voor deelneming aan een misdadige organisatie.

Menige vervolging voor fraudedelicten op grond van artikel 140 liep echter stuk. Ook faalde de poging om Ajax-hooligans - nota bene 'een gevechtseenheid' - die in 1997 bij Beverwijk een veldslag voerde met de Feyenoord-aanhang te kwalificeren als deelnemers aan een crimineel samenwerkingsverband.

Het Openbaar Ministerie torst in zaken over artikel 140 een zware bewijslast. Het is twijfelachtig of de aangehouden chauffeurs op grond van deze wetsbepaling kunnen worden veroordeeld. Onder meer zal moeten worden bewezen dat de rebellerende chauffeurs een organisatie vormden. Daaronder wordt verstaan een gestructureerd en hecht samenwerkingsverband van lieden die een crimineel oogmerk hebben en dat al geruime tijd bestaat.

In haar proefschrift over artikel 140 stelt de juriste M. de Vries-Leemans dat bijvoorbeeld een groep betogers die gedurende enkele uren een straatrel veroorzaakte, geen criminele organisatie is. Daarvoor was hun samenwerking te kortstondig.

Een andere door het Openbaar Ministerie te nemen hobbel is het bewijs van deelneming. Daarvoor is nodig dat de verdachte behoorde tot het samenwerkingsverband en een aandeel had in gedragingen die in relatie staan met geplande misdrijven.

Artikel 140 heeft een elastieke toepasbaarheid. De wetgever heeft nagelaten de reikwijdte ervan af te bakenen en dientengevolge verkennen justitie en politie de grenzen ervan in de praktijk. In arren moede grijpen de autoriteiten naar artikel 140 zolang er geen adequatere wettelijke bepalingen zijn om tegen massale geweldpleging op te treden. Die zijn in de maak. Nog voor het EK voetbal deze zomer worden de wettelijke mogelijkheden om gewelddadige groepen en potentiële raddraaiers aan te pakken van kracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.