Tata is in India overal en wil nu de wereld in

De Indiase ondernemersfamilie Tata doet denken aan de Fentener Van Vlissingens. Ze zijn er als de kippen bij als ergens een nieuwe markt ontstaat....

‘Niets is van meer waarde dan stilte’, staat te lezen op het prikbord in Bombay House, het hoofdkantoor van Tata. Nee, de managers hebben geen tijd voor een interview, ze hebben het veel te druk met de overname van Corus en andere hemelbestormende plannen. De Tata’s zijn sowieso geen grote praters, ze laten hun daden liefst voor zich spreken.

Dat kunnen ze ook, want Tata is in India overal. Het gezichtsbepalende Taj Mahal hotel in Bombay is van Tata, de airconditioning in de hotelkamer ook, horloges, thee, vrachtwagens en personenauto’s: Tata, levensverzekeringen en beleggingsfondsen: Tata. En dan is het bedrijf ook nog actief in minder zichtbare sectoren als de ict, de staalproductie en de chemie.

Inmiddels heeft ook het Westen kennis gemaakt met deze gigant. Eerst kocht Tata in 2000 Tetley Tea, een Britse theeverpakker, daarna de Ritz Carlton Hotels en nu is het bedrijf volop verwikkeld in de overnamestrijd rond het staalbedrijf Corus. Deze aanval wordt in India gezien als teken dat het land zich snel ontwikkelt tot een economische wereldmacht.

Het is niet gek dat juist Tata als eerste de grote sprong naar het Westen waagt. Het bedrijf heeft in India altijd vooropgelopen, zegt Chinnapa Reddy, werkzaam bij ING Vyasabank. ‘Ze zijn altijd overal als eerste bij. Daardoor weten ze steeds veel winst te maken. De Tata’s stonden al aan de basis van de industriële revolutie.’

De oprichter van het concern Jamsetji Tata profiteerde eind 19de eeuw van de katoenhausse. Door de Amerikaanse burgeroorlog werd India ineens een belangrijke katoenleverancier. Jamsetji richtte bijtijds een katoenspinnerij op. Dat was het begin van een onstuimige groei die tot op de dag van vandaag voortduurt.

De Tata’s doen nog het meest denken aan de familie Fentener van Vlissingen. Ook die was alomtegenwoordig op het moment dat Nederland economisch ontlook. Frits Fentener van Vlissingen maakte niet alleen SHV groot, maar stond ook aan de wieg van Hoogovens, het huidige Akzo Nobel, Fokker, KLM en Werkspoor.

De familie Tata heeft deze rol veel langer – tot op de dag van vandaag – kunnen vervullen, omdat de Indiase economie zich sinds 1900 in een slakkengangetje heeft ontwikkeld. Buitenlandse ondernemingen waren na de onafhankelijkheid in 1947 decennialang niet welkom. Tata had op veel terreinen een monopolie. Hierdoor hoefde het bedrijf zich niet te specialiseren. In plaats daarvan bleef Tata uitdijen. Bovendien, zo staat te lezen in het jaarverslag, is Tata niet alleen op de wereld om winst te maken, maar vooral om ‘India op te bouwen’.

Het resultaat is een conglomoraat dat in Azië zijn weerga niet kent (200 duizend medewerkers en een omzet in 2006 van 21,9 miljard dollar). In de lijst met honderd grootste Indiase ondernemingen, staan acht Tata-bedrijven.

Nog steeds is Tata er als de kippen bij als ergens een nieuwe markt ontstaat. Toen de eerste farmaceutische bedrijven in 2005 besloten de ontwikkeling van nieuwe medicijnen uit te besteden, richtte Tata direct een nieuwe onderneming op, Advinus. Onlangs werd bekend dat Merck de ontwikkeling van nieuwe medicijnen aan deze Tata-dochter uitbesteedt.

Tata kan alles, vindt Tata zelf. Dochter Tata Steel neemt zelfs overheidstaken over. Het concern wil de stad Jamshedpur in het Oosten van India opnieuw vormgeven. Daarvoor heeft het een nieuw bedrijf opgericht: Jusco. ‘We willen net zo goed worden in het managen van een stad, als in de productie van staal’, zei de directeur van Tata Steel onlangs. Maar de concurrentie neemt snel toe. Nu de economie van India volop aan het groeien is en de grenzen voor buitenlands kapitaal zijn geopend, hebben veel bedrijven zich op de Indiase markt gestort. Om te kunnen blijven groeien, moet Tata de wijde wereld in, waar de concurrentie harder is. Daarvoor heeft Tata de technologie en klanten van westerse bedrijven, zoals Corus, nodig.

Een bedrijf als Tata is in het Westen een zeldzaamheid geworden. Bedrijven hier worden geacht zich te concentreren op hun core business. Beleggers houden niet van conglomoraten, omdat het management dan veel te veel markten tegelijk in de gaten moet houden. Ook op Tata was lange tijd veel kritiek. Het was onduidelijk wie het binnen het concern nu precies voor het zeggen had en de relatie tussen de dochterbedrijven was onduidelijk. Toen de markten vanaf 1991 geleidelijk werden opengegooid, verloor Tata snel terrein.

De laatste jaren lijkt Tata zichzelf te hebben hervonden. Beleggers hebben in ieder geval alle vertrouwen in het concern. De totale marktwaarde van alle Tata-bedrijven is de afgelopen twee jaar verdubbeld, waardoor de kritiek is verstomd. Eigenlijk moet je Tata niet als één bedrijf beschouwen, zegt een analist. ‘Veel van de Tata-dochters hebben een aparte beursnotering.’ Tata is meer een merk dan een bedrijf, vindt hij. ‘Een bedrijf onder de Tata-vlag kan profiteren van het hoogst betrouwbare imago van de Tata’s. Verder kunnen ze grotendeels hun eigen gang gaan, al zet Ratan Tata, de huidige baas van het concern, wel de grote lijnen uit.’

De Tata’s benaderen in India de status van heiligen. ‘Mensen die bij Tata werken, zweren bij het bedrijf’, zegt Anil Nayak van Philips India. ‘Werknemers worden beschouwd als familieleden. Hun verzekeringen zijn fantastisch. Mocht er iets met je familie gebeuren, waar dan ook, dan wordt er iemand vanuit de dichtstbijzijnde Tata-vestiging heen gestuurd om financiële hulp te bieden.’

Tata zorgt goed voor zijn personeel. Het bedrijf gaat er prat op dat het al in 1912 een achturige werkdag invoerde bij Tata Steel, nog ‘voordat dat in het Westen werd verplicht’. Elke Tata-werknemer kreeg tot voor kort een huis van het bedrijf. Wie carrière maakte, kreeg een steeds groter huis toegewezen. De 3700 werknemers wonen in een eigen dorp, een oase met veel groen. Ook voor de werknemers van Tata Chemical heeft het bedrijf complete dorpen laten bouwen.

Het is niet eenvoudig om iemand te vinden die kritiek heeft op de Tata’s. ‘Ze zijn extreem ethisch’, zegt Nayak. ‘Ik heb nog nooit ook maar iets negatiefs over het bedrijf gehoord of gelezen.’ Eenvoud en bescheidenheid zijn andere woorden die vaak vallen als het over Ratan Tata gaat. ‘De familie Tata wordt zeer gerespecteerd, ze zijn eerlijk en integer’, zegt de analist.

De Tata’s staan bovendien bekend als buitengewoon goede managers en daarin staan ze in India niet alleen, zegt Vikram Mehta, bestuursvoorzitter van Shell India. ‘Indiase managers zijn superieur, beter dan Chinese managers en – al mag ik dat vast niet zeggen – ook beter dan Europese managers.’ Mehta: ‘Ze zijn gevormd in een periode dat in India niets mocht. Ze mochten geen gebruik maken van de laatste snufjes uit het Westen, maar moesten alles zelf doen. Daar wordt je inventief van. Ze vinden altijd wel een oplossing. ’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden