Swingende factoren

Kredietcrisis of niet, op Wall Street houden alle gezaghebbers de schijn op dat het ergste leed weldra geleden is. En van schuld wil helemaal niemand iets weten....

En dan komt hij binnen, de meest besproken bestuursvoorzitter van Wall Street, van New York, van Amerika, en dus feitelijk van het financiële heelal.

Vikram Pandit, aangekondigd als ‘The Chairman’. Een kleine Indiër, 52 jaar geleden geboren als kind van een rijke familie in Nagpur in de Indiase staat Maharastra, schrijdt de boardroom van het hoofdkantoor van de Citi Group in New York binnen.

The Chairman, bijgestaan door twee scherpe blondines, schudt handen van de aanwezigen, en doet er een vertrouwenwekkende glimlach bij. Hij gaat zitten aan de ovale tafel op de tweede verdieping van de Citi wolkenkrabber.

Pandit, de baas van de grootse bank van Amerika met 350 duizend werknemers in 140 landen, is al dagen voorpaginanieuws. Zijn bank wordt als een zombiebank beschreven, een bank die al dood is, maar toch levenloos doorkachelt. In een half jaar tijd zijn er bij Citi Group 70 duizend mensen ontslagen, is de koers van het aandeel gekelderd, zijn de miljardenwinsten veranderd in megaverliezen en wordt de bank op de been gehouden door de miljardeninjecties van de Amerikaanse overheid.

Pandit trekt zijn rode stropdas recht. De Japanse verslaggever krijgt voor de derde keer een hand.

De Indiër ligt ook persoonlijk onder vuur. Een van de toezichthoudende organen in de financiële wereld vindt dat Pandit de bank niet goed leidt en moet worden vervangen. Ook is er aanhoudend gedonder over zijn salaris. Pandit verdiende in 2008, tot dan toe met afstand het slechtste jaar van Citi Group (2009 is nog veel beroerder) 38 miljoen dollar aan salaris en bonussen.

Een van de blondines zegt dat het om een speciaal ingelaste spoedontmoeting met The Chairman gaat. Ze adviseert vooral te vragen naar zijn zijn succesvol afgeronde bezoek aan Rusland.

Zeer interessant, belooft ze.

Rusland komt niet aan bod.

Weer de crisis – je ziet het Pandit denken. En hij is al zo moe en uitgemergeld. Er moet toch een moment komen dat hij samen met zijn vrouw Swati tot rust kan komen in zijn 18 miljoen dollar kostende appartement aan de Upper West Side van New York.

Niemand wil zijn waar we nu zijn, daar komt zijn verhaal op neer. En weg is hij. Het komt allemaal weer goed, hij had het zo graag willen zeggen.

Hope is the new currency – hoop is de nieuwe munteenheid. Het stond op een affiche in een restaurant in Columbus Avenue. Het is het terugkerende thema van een trip langs de belangrijkste Amerikaanse financiële instellingen. Hoop is het mantra van de topbankiers, CEO’s, regeringsadviseurs, economische goeroes, hedgefund-popsterren, Nobelprijswinnaars, machtige vrouwen, topprofessoren en zelfs van de vooraanstaande financiële journalisten die de winnaars van de Citi Journalistic Excellende Award toespraken.

We komen er weer bovenop. Kapitalisme is een religie, en gelovigen moeten niet-gelovigen overtuigen. Ze houden de gelederen gesloten, daar op het laagstgelegen deel van het eiland Manhattan. Als de banken het goed doen, gaat het met iedereen in het financiële heelal goed – daar zijn ze het over eens.

De discussie gaat slechts over de vorm die de onvermijdelijke wederopstanding zal aannemen. Wordt het een V – waarbij de economie eerst heel erg naar beneden gaat en dan weer stijl omhoog, of toch een W?; heen en weer, heen en weer, en omhoog? Een P? X? Of de vorm van een vraagteken?

In het India House, ooit het statige clubhuis van de financiële wereld dat door Nederlanders in de 17de eeuw werd gesticht, zit Abby Joseph Cohen aan een grote tafel met vertegenwoordigers van de internationale wereldpers. Ze snijdt haar zalm open. Cohen geldt al twintig jaar als een van de topvoorspellers in de financiële wereld. Ze is topbankier van Goldman Sachs, en een van de machtigste vrouwen van het land. Ze heeft de naam dat zij financiële turbulentie eerder kan zien dan wie dan ook.

Dat kleine Joodse vrouwtje met die zachte, kalmerende stem, die nu in alle rust haar zalm naar binnen schuift, had deze financiële crisis in het geheel niet zien aanstormen.

Dat kan natuurlijk gebeuren, maar ze kreeg wel een andere baan bij de bank. Ze leidt nu het onderzoekinstituut van Goldman Sachs.

Abby, wat gaat het worden?

Er zijn weer swingende factoren – en het wordt de vorm van een trap, zegt ze zonder hapering. Omhoog, op de plaats rust, en nog een tree, even wachten en dan weer de trap omhoog. Ze vouwt haar handen samen, en gaat verder. Amerika gaat de kar weer trekken, Obama heeft alleen maar goeie mensen om zich heen, en die Chinezen gaan goed naar ons luisteren. Alleen dat Europa, dat is nog onzeker.

‘Abby moet iets gerookt hebben’, zegt een uur later Bruce Greenwald, professor, ex-adviseur van Alan Greenspan, en beleggingsgoeroe van veel Wall Street-beleggingsgoeroe’s, in de Pullitzer Room aan de Columbia University.

Greenwald lijkt een afvallige, in Wall Street. En zo ziet hij er met zijn slordige obesitaslook ook uit, als een eiland in de wereld van fris geboende, getrainde geldcommando’s. Greenwald lacht om al die positivoprofeten en hun opwaartse bullshit.

Net als David Beim, een andere Amerikaanse topeconoom, professor, en adviseur van de Economische Centrale Bank. Banken crashen altijd, zegt hij, orerend in de Pullitzer Room. De Romeinen, waarvan de meesten denken dat die alleen aan wagenrennen deden, hadden al hun bankencrisis.

Alles dat omhoog gaat, spat op den duur uit elkaar – aldus Beim, met gevoel voor tegeltjeswijsheid. Banken stellen niet veel voor, vindt hij. Ze maken niks, en verzamelen alleen maar risico’s. Omdat het zo’n breekbare branche is, bouwen de banken hoofdkantoren als Griekse tempels, gemaakt van ontelbare hoeveelheden beton, staal en glas. Zo proberen ze het volk de illusie van robuustheid te geven.

Wat dat betekent, ervaar je als je voor de aandelenbeurs van Wall Street staat – het strategisch spiritueel centrum van het kapitalisme. Een Amerikaanse vlag zo groot als een strafschopgebied bedekt de pilaren aan de gevel.

Je mag hier naar binnen – dat gevoel van nietigheid bekruipt de mens.

Niet veel later slaat de gong, en begint de beurshandel. Van bovenaf is de werkvloer te zien. Mannen met blauwe jasjes die elektronische opschrijfboekjes vasthouden. Er zijn handelseilanden, clusters van computers, die eigendom zijn van de grote banken. Cijfers trekken voorbij, en mensen schieten als mieren alle kanten op.

Christiaan Brakman, de Nederlands-Amerikaanse directeur Media Relations van de beurs van New York, geeft commentaar bij de bewegende beelden. Ook hij heeft barre tijden meegemaakt, en verlangt naar rust – naar de vanzelfsprekende wederopstanding.

Boven, in de boardroom van New York Stock Exchange, hangt een zaal vol met angstaanjagende zwarte etsen. Daar komt Stanley Young binnen, een kale Engelsman met een space-bril op. Stanley Young heeft De Nieuwe Markt in zijn hoofd en dat gaat hij uitdragen. De Nieuwe Markt waarmee hij de handel op de beursen Totaal Zal Veranderen.

Hij is CEO NYSE Technologies en CEO NYSE Global, en ziet de Nieuwe Handelaar in een Nieuwe Wereld als een afgestudeerde ruimtevaartdeskundige die met een joystick op handelskansen schiet. Voorgeprogrammeerde algoritmes voeren vervolgens in nanoseconden de aandelentransacties uit.

Young moet wel. Steeds minder mensen komen naar Wall Street om daar hun aandelen te verhandelen. Hij is een supercomputer aan het bouwen. In dit datacentrum, 20 duizend vierkante meter groot, gaan straks alle beurshandelaren computerruimte huren. De beurshandel is zo snel geworden, dat zij het zich niet meer kunnen veroorloven om vanuit Frankfurt of Hongkong via de glasvezelkabel orders te plaatsen.

Nu raakt Young pas echt op drift. Hij ziet een wereld waarin hij de onzichtbare hand organiseert, waarin de menselijke interventie nihil is, waarin nooit meer een financiële crisis zal zijn.

Nanoseconden! Algoritmes! NOOIT MEER CRISIS!

Halleluja!

Maar voordat de droom van Stanley Young werkelijkheid wordt, zijn er de omvangrijke (sociale) naschokken van de crisis – die op Wall Street volkomen worden genegeerd.

Iemand die in het voorspel tot deze economische ramp een belangrijke rol speelde, was David Einhorn. Hij geldt als een popster onder de hedgefundmanagers, een soort die in Nederland wordt neergezet als vraatzuchtige sprinkhanen met buitensporige salarissen.

Het was Einhorn, beheerder van meer dan vijf miljard dollar, die als invloedrijke jonge handelaar als eerste tegen de wankele Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers aanschopte, eerst in 2007, en nog harder in mei 2008. Hij vond dat de bank financieel niet deugde, en dat het management de zaken niet op orde had. Vier maanden later, op 15 september 2008 zou de bank – na het historische Lehman-weekend waarin geprobeerd werd de bank te redden – failliet gaan en was de wereldwijde crisis begonnen.

En dan komt er een lange man onhandig de World Room binnen van de Columbia University, gehuld in een groen Ralph Lauren-shirt en met zijn kakibroek zo hoog opgetrokken dat de broekspijpen tien centimeter boven zijn schoenen wapperen. Dit is dus de luis in de pels van de Amerikaanse bancaire wereld, een zacht pratende, aan zijn oor pulkende jongen die naar het schijnt behoort tot de beste pokeraars van het land.

Hi, I am David.

Wat hij te zeggen heeft, heeft hij ook verwoord als co-auteur van boeken en artikelen: iedereen zag de ellende aankomen, de toezichthouder van de banken voorop, maar niemand greep in. Als voorbeeld noemt hij de klokkenluider van de Bernie Madoff-fraude, Harry Markopolos. Die stuurde al in 2005 een rapport dat Madoff niets minder dan een piramidespel beheerde en mensen reusachtig werden opgelicht – hij werd genegeerd.

Wat goed is voor Amerikaanse banken, is goed voor de mensen, voor de economie, en dus voor de rest van de wereld. Einhorn kan het niet meer horen. Het ergste vindt hij dat de Amerikaanse regering hierin meegaat. Geld pompen is niet de oplossing, eerst moeten de banken intern hun eigen rotzooi opruimen.

Een week later gaat een stalen draaideur open, ver onder het straatniveau van Wall Street. De deur geeft toegang tot de goudopslag van de centrale bank van Amerika, de Federal Reserve Bank, altijd bronstig neergezet als THE FED. Het is een geurloos en geluidloze tempel met tralies, camera’s, en nog meer stalen deuren. Nergens aankomen, en kijk maar goed, want de kluis gaat zo weer dicht.

Als de vroegere baas van de THE FED, Alan Greenspan, iets memoreerde over de rente, of over de economie (of gewoon een pesthumeur had), dreunde dat door in alle hoeken en gaten van het financiële heelal. Inmiddels is Greenspan met pensioen, en is zijn standbeeld omver getrokken. Zo goed was hij blijkbaar nou ook weer niet.

De nieuwe grote man heet Ben Bernanke, en aan Wall Street zit zijn belangrijkste filiaal. In de boardroom kijkt George Washington toe, als William C. Dudley binnen zoeft, geïntroduceerd door Calvin A. Mitchel III. Dudley is president én CEO van THE FED in New York, en aldaar de opvolger van de minister van Financiën, Timothy Geither.

Dudley draagt kwastjesschoenen, heeft twee stiftstanden en sluit elk antwoord af met een esoterische lach. Ook hij ratelt de crisisrap over slechte hypotheken, explosieve risico’s geldstromen, stresstests, triple A en alle andere afkortingen moeiteloos af.

Het wordt doodstil in de boardroom, na een vraag over de morele en sociale kanten van de crisis. Dudley kijkt om zich heen met een blik alsof hij wil zeggen dat er iemand niet helemaal lekker is geworden.

Dan antwoordt hij: ‘Het was van veel mensen niet slim om hun huis als betaalautomaat te gebruiken. Je kunt niet eeuwig geld blijven lenen.’

Vervolgens stormt er een roodharige vrouw naar binnen. Het papiertje dat zij hem in de hand duwt, betekent het einde van zijn visie op de morele kant van de zaak. Dudley moet Zeer Zeer Urgent weg.

Bernanke, zegt Calvin A. Mitchel III, als de bankbaas de kamer is uitgesprint. Hij moest zich onmiddellijk bij Bernanke melden.

De allerhoogste baas van het financiële heelal laat je niet wachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden