Superklasse netwerkt in wereld van clubjes

Elites van zakenlieden, politici en jetset vormen wereldwijde netwerken. Ook leden van de Nederlandse bovenlaag hebben aansluiting met deze zogenoemde superklasse....

Afgelopen zomer, Zuid-Frankrijk, in de buurt van St. Tropez. Miljardair Stephen Schwarzmann van Blackstone, het grote Amerikaanse private equityfonds, is met zijn gevolg neergestreken in een villa aan de Côte d’Azur, compleet met secretaresse, staf en Michelin-kok, allemaal ingevlogen uit New York.

Vlakbij bivakkeert David Rubenstein van The Carlyle Group op een gecharterd jacht, verderop vieren nog wat collega’s vakantie. Amerikaanse en Europese investeerders komen en gaan. De keuken draait op volle toeren. Schwarzmann belt intussen met vrienden in de VS om fondsen te werven voor de verkiezingscampagne van McCain.

Welkom in de wereld van de mondiale rich and famous. Waar vroeger elk land zijn eigen politieke en zakelijke bovenlaag had, zijn die met de globalisering van de afgelopen decennia steeds meer verweven geraakt tot een wereldwijd netwerk van politici, zakenlieden, topbankiers, hoge ambtenaren, mediatycoons en jetset. Een niet democratisch gelegitimeerde, kosmopolitische, invloedrijke groep die elkaar bij allerlei gelegenheden tegenkomt, en die door David Rothkopf, een voormalig lid van de regering-Clinton, in zijn recente boek De Superklasse is gedoopt.

Ook delen van de Nederlandse bovenlaag zijn sinds de jaren zestig opgenomen in die wereldwijde elite. Een proces dat, zoals politicoloog Eelke Heemskerk heeft gesignaleerd, doet denken aan hoe decennia eerder Twentse textielfabrikanten, Rotterdamse havenbaronnen en Amsterdamse bankiers en kooplieden opgingen in één nationaal ‘old boys network’. Zoals een Nederlandse superklasser het uitdrukt: ‘Als je een topper bent in een land, kom je vanzelf in contact met toppers in andere landen.’

Een sleutelrol speelt de internationalisering van de raden van bestuur en commissarissen in het Nederlandse bedrijfsleven sinds de jaren negentig. Bij de AEX-fondsen is al de helft van de bestuurders afkomstig uit het buitenland. Meer dan in welk land ook, stelde de bedrijfskundige Kees van Veen vast na vergelijkend Europees onderzoek. Nergens stijgt het aantal buitenlandse bestuurders zo snel.

Niet vreemd wellicht voor een vrij kleine, open handelsnatie die vanaf het begin deel uitmaakt van de Europese eenwording en er al zo lang transnationale bedrijven als Shell en Unilever op nahoudt.

Maar het gaat verder terug, zegt de Zwitserse elite-onderzoeker Jean-Christophe Graz (Universiteit van Lausanne). ‘Nederlandse elites zijn al sinds de 17de eeuw transnationaal. De nauwe banden met de Britse elites onder koning-stadhouder Willem III leidden feitelijk tot de eerste transnationale elite.’

Gevolg van de recente internationalisering is wel dat het old boys network in het bedrijfsleven versplintert. ‘Ik word er niet specifiek blij van dat iemand Nederlander is’, zegt KPN-topman Ad Scheepbouwer, ‘maar op de bekende recepties en eetclubjes kom je de buitenlanders wel minder tegen.

‘Logisch: ze spreken geen Nederlands, zijn in het weekend vaak op hun thuisbasis en ze doen ook minder moeite, natuurlijk. Hoe interessant is het voor een buitenlander die baas is bij een in Nederland gevestigde multinational om zich in Nederland te verdiepen?’

Handicap

Handicap
Dat kan vervelend uitpakken, zoals vorig jaar bleek bij ABN Amro, waar de Amerikaanse president-commissaris Arthur Martinez een handicap was in de strijd tegen de overname door Fortis, RBS en Santander. Niet vreemd dus dat Nederlandse elites wat ambivalent staan tegenover internationalisering.

Handicap
Sommige ‘old boys’ hebben zich afgelopen jaren openlijk gekeerd tegen buitenlandse overnames van Hollandse iconen als ABN Amro en Stork, exorbitante bonussen en vreemde opkoopfondsen. Maar door de bank genomen heeft de Nederlandse elite de buitenlandse intocht altijd gesteund.

Handicap
Wel merkt menigeen op dat omgekeerd het aantal Nederlanders dat in het buitenland aan de weg timmert, maar beperkt is. ‘Nederland wordt in het algemeen steeds kleiner, vooral omdat andere landen groter worden’, zegt een commissaris. ‘Daardoor neemt de kans op internationale carrières af.’

Handicap
De internationale netwerken zijn volop in ontwikkeling. ‘Het is een transnationale kapitalistische klasse in wording’, zegt de Britse socioloog Leslie Sklair, emeritus hoogleraar aan de London School of Economics. Het zijn wereldomspannende netwerken van mensen die internationaal actief zijn en eerder een internationale dan nationale kijk op de dingen hebben.

Handicap
Sklair ziet vier grote fracties: toplieden van grote multinationale bedrijven, internationaal opererende politici en bureaucraten, ‘globaliserende professionals’ en wereldwijd actieve culturele en media-elites. ‘Samen vormen zij de drijvende kracht achter de kapitalistische globalisering.’

Levensstijl

Levensstijl
Deze transnationale kapitalistische klasse heeft volgens Sklair een aantal duidelijke kenmerken. Leden zijn doorgaans opgeleid aan de beste universiteiten en business schools, bezitten een (neo-) liberaal wereldbeeld van globalisering, en delen een mondaine levensstijl. ‘Daarbij horen exclusieve clubs en restaurants, ultradure resorts, private vormen van reizen en vermaak en een toenemende residentiële segregatie in allerlei gated communities wereldwijd.’

Levensstijl
Dat de wereld van de superklasse een rijke wereld is, lijkt bijna evident. ‘Geld heeft een enorme impact. Het is natuurlijk een belangrijk bestanddeel van hoe mensen macht en invloed waarnemen’, zegt een ingewijde. ‘Via het geld vindt men elkaar ook veel makkelijker. Dat zie je bijvoorbeeld in Gstaad, waar de exclusieve Eagle Ski Club skiwedstrijden organiseert voor louter rijke superklassers en bijbehorende jetset.’

Levensstijl
Dat deze internationale netwerken al zoiets als een superklasse vormen, is intussen nog geen uitgemaakte zaak, zeker niet voor sociologen. ‘Als zo’n superklasse zou bestaan, zou ik het weten’, zegt een invloedrijk adviseur met een lange internationale carrière. Volgens politicoloog Graz zijn er transnationale elites, maar zijn die te weinig verbonden om van één superklasse te kunnen spreken. ‘Maar zoals tegenstanders het belang van elitenetwerken overdrijven, hebben insiders de neiging hun betekenis te bagatelliseren.’

Levensstijl
Een grote rol in de wereldwijde bovenlaag spelen ‘transnationale eliteclubs’, besloten bijeenkomsten waar leden van de politieke, economische en culturele elites elkaar ontmoeten. Het zijn discussiefora waar strategische ideeën worden ontwikkeld en afgestemd en soms ook deals worden gesloten. ‘Het zijn dus, anders dan de complotdenkers op internet beweren, geen samenzweringen om een kapitalistische wereldregering te realiseren, maar podia voor consensus-building’, zegt Graz.

Levensstijl
Een klassiek voorbeeld van zo’n gremium is de Trilaterale Commissie, een internationale denktank met 450 leden uit de wereld van bedrijfsleven en politiek. ‘Het mooie van de Trilateral is dat je tweemaal per jaar op topniveau hoort wat politiek en economisch in de wereld speelt’, zegt oud-Akzo-topman Kees van Lede, lid vanaf begin jaren tachtig tot 2003. ‘En als ik eens iemand in Mexico nodig heb, dan kijk ik in het ledenboek.’

Levensstijl
Als het summum op dit vlak geldt het World Economic Forum in Davos, hoofdstad van de globalisering. Nergens is de wereld, om met de Amerikaanse columnist Thomas Friedman (The World is Flat) te spreken, platter dan in dit Zwitserse ski-oord waar zich sinds 1971 elke winter iedereen verzamelt die er in economie, politiek en cultuur toe doet. Om er, tegen betaling van een vorstelijke contributie, deel te hebben aan de ‘geest van Davos’.

Levensstijl
Davos is volgens Graz, die er een studie aan wijdde, de belangrijkste transnationale eliteclub. ‘Vooral ook omdat het de eerste was.’ De kracht van het concept is het ‘hoteleffect’. ‘Eenheid van tijd, plaats, handeling. In drie dagen zie je iedereen voor wie je anders drie maanden moet rondreizen. Davos is een exclusieve netwerkgemeenschap waarin klassebesef wordt gecreëerd. Tegelijk is het hiërarchisch. Alleen mensen met een witte badge hebben free access.’

Bono-factor

Bono-factor
Behalve een enorme netwerkbijeenkomst is Davos ook een media-evenement, waar meer dan 500 ‘medialeiders’ en beroemdheden zoals Bono en Angelina Jolie die ‘geest van Davos’ helpen verspreiden. De verhalen over de strijd tegen armoede en aids die de media-aandacht voor Davos domineren, moeten we niet al te serieus nemen, aldus Graz. ‘Dat beeld van gedeelde verantwoordelijkheid voor alle wereldellende is voornamelijk window-dressing. De Bono-factor.’

Bono-factor
Het probleem is dat Davos, met nu drieduizend deelnemers, bijna aan zijn eigen succes te gronde lijkt te gaan. Het wordt te groot, iedereen wil erbij zijn, zegt Graz. ‘Ik zat in een pension vol met zakenlui uit Turkmenistan die niet uitgenodigd waren, maar wel een graantje hoopten mee te pikken.’ En het uiterlijk vertoon begint volgens sommigen zo te overheersen dat het contraproductief wordt.

Bono-factor
‘Davos is één grote cocktail party’, zei de Amerikaanse hedgefund miljardair George Soros ooit. ‘Een jamboree, vol ijdelheden’, vindt Kees van Lede. ‘Het is leuk omdat het interessant is, maar laten we eerlijk zijn, het is toch ook een halve vakantie’, aldus KPN-topman Scheepbouwer, die zelf nooit meer gaat. ‘Je kan ook heel gelukkig zijn zonder dat je in Davos bent.’

Bono-factor
Het World Economic Forum organiseert mede vanwege de schaalproblemen steeds meer regionale conferenties, in oktober nog in Istanbul. Maar een deel van het Davos-publiek geeft de voorkeur aan nog exclusievere, kleinere bijeenkomsten, zoals de conferenties van Allen & Company in Sun Valley, Idaho, waar mensen als Thomas Friedman, Warren Buffett en Bill Gates habitué zijn. ‘Dat is een klein Davos, maar informeler, met meer sfeer’, zegt Volkert Doeksen van investeerder Alpinvest.

Bono-factor
Anderen prefereren de bijeenkomsten van de internationale adviesraden van banken als Goldman Sachs of JP Morgan. Eenmaal per jaar ergens ter wereld een debat met hooguit dertig, veertig man, en zonder pers – ideaal, aldus Van Lede. ‘JP Morgan heeft me nooit om iets gevraagd. Nul komma nul. Het gaat zelfs nooit over de bank, alleen over de politieke en economische ontwikkelingen.’

Bono-factor
De wereld van het internet biedt een ander alternatief: exclusieve weblogs voor ingewijden, zoals het blog van Willem Buiter, de Nederlandse econoom aan de London School of Economics. ‘Je mag alleen meedoen als je gekwalificeerd bent’, zegt een insider. Een substituut voor clubs en bijeenkomsten zijn de blogs niet, meent Graz. ‘Je ziet een leuk meisje ook liever in het echt dan op het net.’

Bono-factor
Op de bijeenkomsten van eliteclubs werd achter gesloten deuren al twee, drie jaar geleden gesproken over de onvermijdelijkheid van de kredietcrisis, zegt een ingewijde. ‘Daar zíjn die bijeenkomsten ook voor, om vrijelijk ideeën te kunnen uitwisselen. Daar wordt vervolgens door deelnemers ook over geschreven, kijk maar hoe oud-Fed-president Paul Volcker al jaren publiekelijk voor de crisis heeft gewaarschuwd. En dan? Tja, dan kom je terug en zeg je tegen een politicus of journalist: let daar nu eens op. Meer kun je niet doen, want die clubs zijn vertrouwelijk.’

Bono-factor
Dit is de beperking van al die internationale bijeenkomsten, zegt Graz. Het zijn clubs van mensen met invloed, maar ze hebben geen politieke macht. ‘Ze kunnen plannen smeden, maar niets beslissen. Hun plannen moeten nog steeds door de formele politieke besluitvormingskanalen heen. Daarom kun je ook nooit een concreet bewijs vinden van hun invloed.’

Noodklok

Noodklok
Het bleek deze week nog weer eens toen de European Round Table of Industrialists (ERT), een invloedrijke groep van de CEO’s van 47 Europese bedrijven (waaronder Shell, Philips, Akzo Nobel en Unilever), de noodklok luidde over de Europese economie. ‘Die ERT is veel belangrijker dan zoiets als Davos’, stelt een kenner, ‘maar niemand pikte het op, tot de Europese Commissie twee dagen later een noodpakket van 130 miljard aankondigde.’

Noodklok
Een lid van de Nederlandse bestuurlijke elite zet nog een andere kanttekening bij de wereld van de internationale elites. Ondanks de Europese eenwording en de globalisering zijn veel kwesties ‘die er voor mensen écht toe doen’, van het belastingstelsel en de sociale zekerheid tot de fileproblematiek, nog altijd nationaal. ‘Wij hebben in Nederland de neiging om van bijna alles te zeggen dat we er geen invloed meer op hebben, maar we hebben op onze eigen toekomst buitengewoon veel invloed.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.