Het spel en de knikkers Frank Kalshoven

Succesverhaal van de vrouw eindigt vaak al vlak na de start, en dat ligt niet alleen aan het ouderschap

Jonge vrouwen verschijnen beter voorbereid aan de start dan jonge mannen. Meisjes presteren beter dan jongens in het onderwijs (stromen sneller door, halen hogere cijfers, doen hogere opleidingsniveaus), en vrouwen verdienen dan ook in de eerste jaren op de arbeidsmarkt gemiddeld een hoger uurloon dan mannen. Met de emancipatie komt het dus wel goed?

Helaas. Het succesverhaal loopt op twee manieren toch nog verkeerd af. Het ene verhaal kent u al: er komt een vrijer, daar komen kinderen van, en aan de keukentafel wordt afgesproken dat hij (ongeveer) voltijds blijft werken, en zij (ongeveer) drie dagen. Hij maakt carrière, zij veel minder. En nu maar hopen dat het niet uitdraait op een echtscheiding, wat in vier op de tien gevallen trouwens wel gebeurt.

Het andere verhaal is nieuw, en staat beschreven in het rapport Werken aan de start van het Sociaal Cultureel Planbureau. Jonge vrouwen, koud van school, beginnen al in hun eerste baan met deeltijden. Veel meer dan jonge mannen. En dus mogen ze een hoger uurloon hebben, omdat ze minder uren werken dan mannen, hebben ze toch een lager inkomen, en ook slechtere vooruitzichten op promotie en betere arbeidsvoorwaarden. En dan moeten die kinderen uit het eerste verhaal dus nog komen.

‘Vrouwensectoren’

Hoe komt het? Hebben deze jonge vrouwen simpelweg een sterkere voorkeur voor vrije tijd dan mannen? Al dan niet ingegeven door het verwachtingspatroon van de maatschappij en van zichzelf dat het later toch uitdraait op kinderen en een deeltijdbaan? Ja, dat speelt een rol, zegt het SCP. Maar er spelen ook andere, hardere factoren.

Vrouwen gaan vaker dan mannen werken in ‘vrouwensectoren’, als zorg en onderwijs. In deze sectoren is deeltijdwerk de norm, en beschikbare banen, ook voor starters, zijn deeltijdbanen. De jonge vrouwen hebben dan weinig keus. Ze zijn er, trappelend van ongeduld, wel ontevreden over dat ze maar zo weinig uren kunnen werken. Hun mannelijke generatiegenoten gaan werken in ‘mannensectoren’ en daar is voltijds werken normaal.

Waren zorg en onderwijs ook niet de sectoren waarin moord en brand werd geschreeuwd over tekort aan mensen? Inderdaad, en dat is dus deels van eigen makelij. Dat krijg je ervan als je de jonge aanwas meteen in een deeltijdkeurslijf perst. In het rapport staat een intrigerend zinnetje: ‘Werkgevers in de sectoren zorg en onderwijs krijgen relatief vaak verzoeken van werknemers om uitbreiding van arbeidsduur. In deze sectoren worden deze verzoeken tevens vaker geweigerd dan elders.’

Klem

De voorselectie op ‘mannen- en vrouwen’-sectoren stamt natuurlijk uit het onderwijs, waar mannen ‘mannenopleidingen’ volgen en vrouwen ruimschoots oververtegenwoordigd zijn in onderwijs- en zorg-opleidingen. Het SCP rapporteert dan ook dat jonge vrouwen spijt hebben van hun opleidingskeuze. ‘Vooral degenen met een lager opleidingsniveau zien weinig ruimte om hun carrière een nieuwe wending te geven. Zij lijken – zo vroeg in hun loopbaan – al enigszins klem te zitten in de financiële situatie die is ontstaan.’

Wat te doen? De aanbevelingen van het SCP zijn nogal braaf. Mij komt voor dat de sleutel ligt in de cao’s in zorg en onderwijs. Simpelweg opnemen: jonge aanwas werkt de eerste vijf jaar voltijds of tenminste vier dagen per week. Om arbeidsritme op te doen, en het vak in de praktijk echt te leren, om geld te verdienen. Pas nadien is deeltijdwerk een optie.

Nieuwe problemen vragen om nieuwe oplossingen.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden