Subsidie voor Ivens' archief weggegooid geld

De Tweede Kamer wil alsnog een subsidie verstrekken aan de Stichting Joris Ivens, die onder voorzitterschap staat van Ivens weduwe....

HET MINISTERIE van OCW is voornemens de subsidie aan de Europese Stichting Joris Ivens te beeïndigen. OCW vindt namelijk dat de stichting de afgelopen jaren te weinig heeft gepresteerd, als zelfstandige instelling overbodig is en beter kan worden ondergebracht bij een bestaand instituut, zoals het Nederlands Filmmuseum.

Een paar dagen geleden kondigde Marceline Loridan-Ivens, de weduwe en erfgename van cineast Joris Ivens, vanuit Parijs represailles aan. Wanneer OCW volhardt zullen de archivalia van haar Europese Stichting achter slot en grendel verdwijnen en eventueel naar Frankrijk worden overgebracht.

Het is niet de eerste keer dat zij dit dreigement uit. Het archief is een instrument dat zij inzet om haar eisen ingewilligd te krijgen en het is precies deze houding die anderen er in de afgelopen jaren van heeft weerhouden hun Ivens-documenten aan de stichting over te doen.

Loridan's machtswoord is minder indrukwekkend dan het lijkt. Het gaat immers niet om de manuscripten van een schrijver, er is geen De Avonden in het geding. Ivens' oeuvre, zijn filmwerk, wordt sinds jaar en dag door het Filmmuseum beheerd en niet door de Ivens-stichting. De laatste bewaart de papieren van een filmmaker, waardevol voor filmhistorisch onderzoek, maar zelfs de schrijver Simon Vestdijk heeft geen eigen pand gekregen om alle papieren op te bergen die hij heeft volgepend.

Bij de Europese Stichting Joris Ivens zijn bovendien lang niet alle stukken betreffende Ivens aanwezig, terwijl een deel van het wel aanwezige er onder voorwaarden door het Filmmuseum is gedeponeerd, zodat Loridan daarover niets heeft te zeggen. Wat de overbrenging naar Frankrijk betreft: Den Haag kan de uitvoer van Nederlands cultuurgoed blokkeren.

Toen Joris Ivens in 1989 overleed, was niet geregeld wat er met zijn papieren nalatenschap moest gebeuren. Naar het schijnt wilde hij een onafhankelijk instituut en zo vroeg de Europese Stichting Joris Ivens onder Loridan's voorzitterschap financiële steun aan bij de Nederlandse overheid.

De Raad voor de Kunst adviseerde in 1992 een subsidie van 125.000 gulden per jaar, mits de stichting zich zou verbinden met het Filmmuseum, dat know-how, outillage en huisvesting tegen relatief geringe kosten kon verzorgen. Loridan was verontwaardigd en zei ook toen al het archiefmateriaal naar Frankrijk te zullen halen, waar volgens haar meer geld beschikbaar zou worden gesteld. Men bleek in Frankrijk echter niet bereid ook maar een franc voor het Ivens-archief uit te trekken.

Zij bezocht het ministerie van WVC, waar zij er op heftige toon aan herinnerde hoe schandelijk haar echtgenoot door de Nederlandse regering was behandeld. De toenmalige minister d'Ancona besloot vervolgens het advies van de Raad voor de Kunst naast zich neer te leggen, het subsidiebedrag te verdubbelen en de eisen ten aanzien van onderbrenging in het Filmmuseum te laten vallen.

Naijlend schuldgevoel over wat Ivens in het verleden was aangedaan, moet WVC ertoe hebben gebracht te zwichten. Het is tenminste onwaarschijnlijk dat de minister ook bereid zou zijn geweest een afzonderlijke Haanstra-stichting of een Van-der-Keuken-stichting zo te financieren. Hoe dan ook, het wangedrag van Den Haag tegenover Ivens was deels mythe en voor de rest allang goedgemaakt, met als curieus hoogtepunt minister Brinkman's bezoek aan Parijs in 1985, waar hij Ivens excuses aanbood plus een geldbedrag, waaronder een ton voor het Ivens-archief.

Die ton werd uitgekeerd, maar er werd nauwelijks iets van aan het archief besteed. In 1989 volgde Ivens' benoeming tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Allemaal gestes die aan Marceline Loridan's wantrouwen ten aanzien van de Nederlandse overheid niets veranderd hebben.

De Europese Stichting, dat is Marceline Loridan, die er als voorzitter en eigenaar van het archiefmateriaal een dictatoriaal bewind voert, daarin gevolgd door een meerderheid van oude Franse vrienden in het bestuur.

Ikzelf behoorde tot de zeer weinige uitverkorenen die de collectie van de Europese Stichting hebben kunnen raadplegen, maar daar staan velen tegenover die vanuit Parijs nul op het rekest kregen, van artikelenschrijvers tot videokunstenaars en filmers.

Bij die laatsten was Pieter-Jan Smit, wiens Magnitogorsk -forging the new man dezer dagen op het IDFA in première gaat. Hij kreeg geen toestemming foto's of affiches van Ivens' film Lied van de helden te gebruiken. Fragmenten uit de film zelf kon Smit slechts inlassen omdat de rechten ervoor in Rusland berusten.

Dit voorjaar heeft de stichting een reglement vastgesteld dat vrije toegang tot de archiefstukken suggereert, maar het laat Loridan genoeg ruimte om elk onderzoek te torpederen. Haar houding moge te begrijpen zijn voor een weduwe die zich zorgen maakt over de reputatie van haar man, hij wordt onaanvaardbaar wanneer het functioneren van een uit gemeenschapsgeld gesubsidieerde instelling erdoor wordt gedomineerd.

In de afgelopen jaren was er een conflict tussen het Filmmuseum en Loridan over het eigendom van archiefmateriaal. In de opwinding daarover is de indruk ontstaan dat het Ivens-archief onderwerp van de twist was, maar het Ivens-archief bestaat niet. Verspreid over Europa is er nog een grote hoeveelheid documenten die bij een andere houding van de weduwe nu bij de stichting zouden zijn ondergebracht.

Zo is er bij het Duitse Bundesarchiv/Filmarchiv te Berlijn een zeer omvangrijke Ivens-collectie, afkomstig uit de DDR. Het Bundesarchiv wil deze verzameling al lang naar de stichting in Amsterdam sturen, maar Loridan weigert toestemming. Verder zijn er particulieren met veel belangrijk materiaal, die dit niet willen afgeven aan een stichting onder dominantie van Loridan, zeker niet wanneer de laatste zelf laat weten zulke overdrachten niet op prijs te stellen, zoals voorgekomen is.

Wanneer Marceline Loridan werkelijk een compleet en goed functionerend archief nastreefde, zou zij Berlijn opdracht geven de daar aanwezige collectie naar Amsterdam te sturen, de papieren die zij nog thuis heeft beschikbaar stellen, royaler zijn ten aanzien van toegang tot en gebruik van de collectie, zich op de achtergrond houden en het werk aan deskundigen overlaten, in plaats van zich blind te staren op kostbare huisvesting en andere overbodige franje.

De Tweede Kamer stelt nu, in reactie op de plannen van OCW, voor alsnog vier keer 200.000 gulden per jaar aan de stichting te verstrekken, zonder duidelijke voorwaarden te stellen. Dat is water naar de zee dragen.

Hans Schoots is auteur van Gevaarlijk leven. Een biografie van Joris Ivens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.