'Studie en sport bijten elkaar, het is een harde keus'

Bert Goedkoop analyseerde zijn keelkanker als een wedstrijd die gewonnen kon worden. ‘De ziekte heeft me niet milder gemaakt.’..

Hij maakte na zijn afscheid als international alle Olympische Spelen mee vanaf 1988, was coach van het Nederlands vrouwenteam en van de mannenploeg en zag als bondscoach van de beachvolleyballers hoe volleybal op het strand het spel in de zaal overvleugelde. Sinds enkele maanden is Bert Goedkoop technisch directeur van de Nederlandse volleybalbond. ‘Een logische stap na een lange reis langs alle facetten van de sport.’

Het is geen toeval dat Goedkoop in zijn nieuwe rol een driehoek vormt met twee voormalige teamgenoten, de bondscoaches Avital Selinger en Peter Blangé. Ze hebben aan een half woord genoeg. ‘Het is een generatie die op jonge leeftijd heeft gekozen voor topvolleybal en dat nog steeds als grootste passie heeft’, zegt Goedkoop, op het terras met uitzicht over de Bosbaan in Amsterdam.

‘We kennen elkaar al zo lang, spreken dezelfde taal. We hebben als pioniers het pad naar de top zelf moeten uithakken. Ik vind het de mooiste tijd die ik in het volleybal heb meegemaakt. We moesten er zoveel voor doen dat we voor niemand meer opzij gingen. Het heeft Avital, Peter en ik gevormd tot de coaches die we nu zijn.

‘Maar we moeten die periode niet blindelings kopiëren. We waren een stelletje gekken die opgesloten zaten in de Bankrashal, met de rest van volleyballend Nederland hadden we geen contact. De jeugd weet soms niet eens meer wie Ron Zwerver is.’

Goedkoop zal voor Avital Selinger een betrouwbaarder klankbord zijn dan de oud-bondscoach, die hij in maart opvolgde als technisch directeur. Met Joop Alberda heeft Selinger sinds zijn verbanning uit de nationale ploeg in 1992 een stroeve verhouding.

Goedkoop: ‘Ik denk dat mijn relatie met Avital inderdaad gemakkelijker is. Maar het belangrijkste is dat er weer een fulltime technisch directeur is. Ik ga met Avital de zaal in, als klankbord dienen bij grote toernooien. Ik heb er meer tijd voor dan Alberda vroeger.

‘Ik weet waar Avital de meeste steun kan gebruiken. Maak het niet zwaarder dan het is. Ik ben zelf bondscoach geweest, ik weet wat er leeft rond een vrouwenteam. Dat praat een stuk eenvoudiger.’

Goedkoop wil over drie jaar met beide zaalploegen én vier beachteams naar de Spelen van Londen. ‘De vrouwen horen op het olympisch podium te staan. Ze draaien met de wereldtop mee, mits alle voorwaarden goed zijn ingevuld. We missen de meiden van twee meter, die krijgen we ook niet. Lang worden is esthetisch niet verantwoord in Nederland, ouders zijn niet met blij met extreem lange kinderen.

‘Ik ga met Selinger bekijken welke details we kunnen toevoegen aan het vrouwenteam om de kansen te benutten die we de laatste jaren hebben laten liggen. We beschikken over een team van experts, het gaat erom of we die paar procent extra kunnen pakken. De mannen hebben nog een lange weg te gaan. Formeel moet ik Selinger en Blangé beoordelen op hun prestaties. Maar topcoaches rekenen zichzelf af.’

Goedkoop zegt zich wel zorgen te maken over de kwijnende competitie in de zaal. De A-League met zijn ontmantelde kampioenen staat in schril contrast met de populaire evenementen op het strand. Goedkoop: ‘Bij de World Tour in Scheveningen worden eind deze maand 120 velden opgezet voor recreanten, dat is uniek in de wereld. Zo krijgt dat evenement een geweldige uitstraling.’

Goedkoop wil dat het zaalvolleybal zich spiegelt aan de trends op het strand. ‘Hoe maak je de verbinding tussen beide takken van volleybal? Beachvolleybal is gastvrijer, het wordt georganiseerd in toernooien. Indoor hanteren we ouderwetse competitievormen, die mag je best ter discussie stellen. Het zaalvolleybal heeft nieuwe impulsen nodig. De komende jaren zijn beslissend voor de toekomst van de A- en de B-League.’

Frits Suèr, aartsvader van het roemruchte Bankrasmodel in de jaren tachtig en interim-voorzitter van Martinus, waarschuwde dat de zalen snel leeglopen. ‘Overal worden teams teruggetrokken, daar moet de Nevobo een antwoord op vinden.’

Goedkoop is niet zo pessimistisch. ‘Zaalvolleybal is zo verankerd in de cultuur, dat valt niet zomaar om. Je moet je wel de vraag stellen of ons clubsysteem nog wel voldoet aan de vraag van de consument. De verenigingen in het beachvolleybal schieten als paddestoelen uit de grond, ze zijn anders georganiseerd.

‘Ze hebben geen vaste trainingsblokken, je kunt binnenvallen en spelen. Zo willen mensen dus sporten, wanneer het ze uitkomt. De zaalclubs zullen anders moeten denken. Beachvolleybal is geen hype, het is topsport en kan prima naast het zaalvolleybal functioneren.

‘Ze bijten elkaar niet en moeten elkaar juist versterken. Beachvolleybal blijft leuk om te zien, we spelen in stadions waar tienduizend mensen zitten. Het is dus aantrekkelijk voor sponsors. Er is muziek, er is altijd vermaak, de velden staan nooit leeg. Die dynamiek mist het zaalvolleybal.’

Goedkoop gelooft ook heilig in het pedagogische element van het beachvolleybal. ‘Het is twee tegen twee, het is do or die. Weglopen kan niet, je kunt immers niet gewisseld worden. Zo creëer je een type speler dat ook indoor hard nodig is. Je schrijft zelf in, speelt vier wedstrijden op een dag en tussendoor red je je maar. Of het nu waait of regent, je speelt.

‘Alle excuses waar een zaalteam zich nog weleens achter verschuilt, komen te vervallen. Opvoedkundig kan het een mooi middel zijn om talenten die al genoeg gepamperd zijn een spiegel voor te houden. Even kijken wie over het sterkste karakter beschikt.’

Goedkoop waakt als technisch directeur vooral over het spel zelf. Het olympisch volleybaltoernooi in Peking leerde hem dat ook de mannen op basis van een superieure techniek steeds langere rally’s spelen.

De opleiding in Nederland moet er op worden aangepast, aldus Goedkoop. ‘We moeten veel meer het accent op de techniek leggen. Dat zijn we de laatste tien jaar vergeten. Ik zie het bij de jeugdteams, de techniek is wat verwaarloosd.

‘Het is de plicht van de bond kinderen een traject aan te bieden, waarin ze tot topvolleyballer kunnen worden opgeleid. Als dat niet bij de clubs kan, dan maar op een andere manier. Maar we moeten de droom van elk kind zien te verwezenlijken. Die kansen hebben Zwerver en Blangé ooit gehad, we moeten de jongeren van nu hetzelfde perspectief bieden.’

Er zullen principiële keuzes moeten worden gemaakt, zegt Goedkoop. Hij ziet het bij de beachvolleyballers. ‘Je leeft letterlijk in het zand. Je gaat wonen in Scheveningen en traint drie keer per dag. Je maakt alles ondergeschikt aan de topsport.’

Goedkoop denkt zelfs dat studie en topsport niet langer te combineren zijn. Het taboe moet worden doorbroken. ‘Je moet harde keuzes durven maken. In de zaal kun je compromissen sluiten, op het strand niet. Al op jonge leeftijd moet je de meeste sporten fulltime beoefenen. In Nederland wordt sport traditioneel gekoppeld aan een studie.

‘Maar je moet je afvragen wat op die manier van de talentontwikkeling overblijft. Twintig jaar geleden konden we met het Nederlands team iets meer trainen dan de buren om te winnen. Nu trainen de buren net zoveel. Je moet dus veel sneller kiezen voor topsport dan vroeger.

‘Het laat zich meestal niet combineren met een studie, terwijl dat wel wordt gepropageerd. De vraag aan het onderwijs is nu of er ruimte is om studies langer uit te smeren. In Den Haag krijgen de beachvolleyballers veel medewerking, maar het is op individuele basis. En zelfs dan bijten studie en sport elkaar.’

Hij oogt een tikje brozer dan vorig jaar. Verder is het de 53-jarige Amsterdammer niet aan te zien dat hij keelkanker heeft gehad. Koeltjes analyseert Goedkoop de ziekte als een wedstrijd, waarvan hij 24 uur na de diagnose te horen kreeg dat die gewonnen kon worden. De strategie was snel bepaald.

Goedkoop, zonder de ziekte te noemen: ‘Het gebeurde vlak na de Spelen van Peking. Eerst denk je dat het niet waar kan zijn. Ik heb nooit gerookt, maar je kunt het ook op andere manieren oplopen. Daarna hoor je dat volledige genezing de inzet wordt van de behandeling.

‘Chemotherapie bleek niet nodig. Ik ben geopereerd en bestraald, het is geen pretje. Als sportman heb ik vooral naar mijn kansen gekeken. Zelfbeklag schiet niet op. Ik heb een zware winter achter de rug. Het was overleven. Maar op een maand na heb ik normaal kunnen werken.’

Ook nu stelt Goedkoop zich principieel op. Als technisch directeur van de Nevobo hoort hij alleen over sport te praten. ‘Ik heb een interview over die ziekte gegeven aan het blad van het ziekenhuis, waar ik werd behandeld. Daar hoort het ook in thuis. Het is te beladen. Ik hoorde het ook van lotgenoten. Deze ziekte is deels nog taboe. Je wordt bekeken.’

Goedkoop stelde zich publiekelijk nooit kwetsbaar op. We hoeven wat hem betreft dus niet te weten of hij tijdens zijn ziekte met zichzelf heeft geworsteld. Pas op zijn 50ste werd hij vader. ‘Ik had er niet eerder de tijd voor. Ik was niet klaar met reizen, topsport was voor mij elke dag een avontuur.

‘Maar daarover heb ik geen moment nagedacht, toen de ziekte werd vastgesteld. Ik wist immers zeker dat ik zou herstellen. Nu ben ik er weer helemaal, voor mijn vrouw en kinderen en dus ook voor mijn werk.’

De ziekte heeft geen ander mens van hem gemaakt, zegt Goedkoop. ‘Ik ben er niet milder door geworden. Het kan het vertrouwen in jezelf ondermijnen, omdat je door je lichaam in de steek wordt gelaten.’ En met het hem typerende, ironische lachje: ‘Maar niet bij mij. Ben ik nu eeuwig patiënt? Ach, zijn we dat niet allemaal?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden