Stroommarkt verandert razendsnel

In Den Haag is het debat over kerncentrales in volle gang. Volgens Jan Paul van Soest blijven de strategische dilemma's van het energiebeleid onbesproken....

De discussie over kernenergie is onlangs weer aangezwengeld doorstaatssecretaris Van Geel van VROM en overgenomen door de Tweede Kamer.

Kamerleden spreken zich voor of tegen kernenergie uit, maar dat is opde keper beschouwd nogal curieus, omdat kabinet en Kamer geen rechtstreekseinvloed meer hebben op de keuze van elektriciteitscentrales.

Dat was vroeger wel het geval: in wezen koos de regering debrandstofmix, en de energiebedrijven voerden keurig de investeringen uitdie in het Elektriciteitsplan waren gepland.

Tegenwoordig is er een markt voor stroom, waarop geliberaliseerdeenergiebedrijven actief zijn. Die kiezen nu zelf op grond vanmarktoverwegingen voor kolen, gas, kernenergie of duurzame bronnen.

Dat geldt zowel de energiebedrijven die (nog) in Nederlandse handenzijn, als de Duitse, Franse en andere mega-energiebedrijven, die ook op deNederlandse markt actief zijn, of dat binnenkort willen worden.

Voor investeringsbeslissingen zijn onder meer van belang de verwachtevraag naar stroom, plannen van de concurrenten, de prijsverwachtingen voorverschillende brandstoffen, investeringskosten, en niet in de laatsteplaats wettelijke regelingen en kaders. Daarbij gaat het om(overheids)eisen voor onder meer uitstoot van broeikasgassen, vervuilendestoffen, risico, enzovoorts.

Grote bedrijven kunnen werken met een portfolio-benadering: spreidingvan de brandstofmix in de onderneming, met kolen, kernenergie, gas, en eenscheutje duurzaam in het pakket. Mikken op slechts een of tweeenergiebronnen heeft (te) grote risico's.

Na de vraag 'welke brandstofmix?' die vroeger aan kabinetten wasvoorbehouden en nu dus door bedrijven wordt beantwoord, komt de vraag:'waar zetten we welke centrale neer'?

Het antwoord hangt onder meer af van de beschikbaarheid van koelwater,verschillen in wet- en regelgeving tussen landen en regio's,vergunningprocedures, publieke acceptatie en wat dies meer zij. Economieen rendement staan voorop.

Tegen deze achtergrond heeft een uitspraak van een bewindsman ofKamerlid dat hij of zij een bepaald type elektriciteitscentrale graag ofjuist helemaal niet wil, weinig meer te betekenen. De politiek heeft zelfhet stuurwiel van de stroomvoorziening goeddeels uit handen gegeven, en deconsequentie hiervan is dat de politiek alleen nog kan sturen viawettelijke randvoorwaarden. Bijvoorbeeld door vast te leggen dat alleencentrales die schoner zijn dan x of veiliger dan y een vergunning krijgen.Politiek relevant zijn dan alleen nog discussies over de vraag hoe scherpde normen moeten zijn.

Voor kerncentrales is er binnenkort gelegenheid om via deze lijn,indirect, te sturen. Van Geel, die ook de Kernenergiewet in zijnportefeuille heeft, heeft net een nieuw wetsontwerp naar de Kamer gestuurd.Dat is vooral een procedurele wet, die onder meer de geldigheidsduur vanvergunningen regelt, en de mogelijkheid opent om nadere regels en eisen testellen.

Het publieke debat moet in deze geliberaliseerde tijd gaan over de vraaghoe soepel of streng die regels en eisen zijn. Daar ligt tevens eeninteressante kans om het eindeloze en bij marktwerking niet relevantewelles-nietesdebat over kernenergie te beslechten: het is mogelijk dewettelijke eisen aan onder meer de herkomst van uranium, de veiligheid vancentrales, en de levensduur van radioactief afval zo streng te maken datalleen zeer innovatieve (en daarmee ook veilige en schone)kernenergieconcepten eraan kunnen voldoen. Als technieken worden gevondenwaarmee aan die strenge eisen kan worden voldaan, is er, per definitie,geen probleem meer. Lukt dat niet, pech voor de ontwerpers en bouwers vankerncentrales.

De energievoorziening van de toekomst plaatst ons voor groteuitdagingen. Het broeikaseffect moet het hoofd worden geboden, devoorzieningszekerheid is in het geding, en de prijzen zijn de pan uitgerezen.

Daarbij verandert het speelveld van de markt in razend tempo: fusies enovernames zijn aan de orde van de dag. Wat lijkt te ontstaan is eenoligopolie van vier, misschien vijf giganten die de West-Europesestroommarkt zullen domineren.

De vraag is hoe Nederland in dit geweld zijn afwegingen kan maken enzijn doelen schoon, betaalbaar en betrouwbaar kan realiseren. Hetwelles-nietesdebat over kernenergie zal daarbij moeten worden vervangendoor een strategisch debat over toekomstige ontwikkelingen en wensen, despeelruimte die Nederland nog wenst te houden, en vooral over de wijzewaarop überhaupt nog richting aan de energievoorziening kan wordengegeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden