Streng in de leer, vriendelijk in de omgang

In zijn zestien jaar bij De Nederlandsche Bank boetseerde Wim Duisenberg (62) zijn reputatie. Inmiddels geldt hij onder centrale bankiers, politici en 'gewone' mensen, als gezaghebbend, streng in de leer maar vriendelijk in de omgang....

O NLANGS is hij nog uitgeroepen tot de strengste centrale bankier van de rijke wereld, nog voor zijn Duitse, Amerikaanse en Franse concurrenten. Een hele prestatie, vooral omdat Wim Duisenberg op dit moment helemaal geen centrale bankier is. Hij is nog steeds voorzitter van het Europees Monetair Instituut. Maar is sinds zaterdag ook de eerste Europese centrale bankier, een baan waaraan hij op 1 juli zal beginnen.

Veel verandert er dan niet voor Duisenberg. Hij blijft gewoon in Frankfurt werken, in dezelfde glazen kantoorkolos, op dezelfde kamer. Alleen het naambordje van het kantoor verandert, van EMI in ECB. Dan zit hij op een post waar hij eigenlijk niet wilde zitten en waar de Fransen hem liever niet wilde hebben.

Toen Duisenberg in 1996 werd gevraagd president van het EMI te worden had hij hele andere toekomstplannen: Vervroegd met pensioen, vogels kijken en vooral veel golfen. Net als zijn voorganger Jelle Zijlstra wilde Duisenberg op zijn 62ste afscheid nemen als president van De Nederlandsche Bank. Dan zou hij de Bank en de gulden zestien jaar hebben gediend.

Maar vooral onder druk van de Duitsers ging Duisenberg om, tot grote verrassing van zijn vrouw die in de VIP-room van Schiphol, op weg naar een vergadering van het Internationaal Monetair Fonds, er achterkwam dat haar Wim op het punt stond een nieuwe carrière te beginnen.

'De motivatie is vooral gekomen uit het proces waar ik middenin zit. Als gevolg van mijn werk ben ik dag in dag uit bezig met de voorbereidingen op de euro', verklaarde Duisenberg zijn ommezwaai tegenover het Financieele Dagblad. 'Als centrale bankier moet je eigenlijk neutraal zijn, maar zelf ben ik een groot voorstander van de euro en het hele proces.'

De keus voor Duisenberg is een keus voor zekerheid. Duisenberg geldt onder centrale bankiers, politici en 'gewone' mensen, als gezaghebbend, vertrouwenwekkend, streng in de leer maar vriendelijk in de omgang. Het is een reputatie die hij in zijn zestien Bankjaren heeft opgebouwd.

Dat ging in het begin niet eenvoudig. Hij was nog maar net ingewerkt of premier Lubbers en minister Ruding van Financiën besloten in 1983 de gulden in koers te laten dalen tegenover de Duitse mark, tegen het dringende advies van Duisenberg in. Deze beslissing schaadde het aanzien van de harde gulden en dat straalde ook af op de man die was benoemd om die hardheid te bewaken.

Lubbers kende Duisenberg nog goed uit het kabinet-Den Uyl (1973-1977). Duisenberg was in deze rooms-rode coalitie minister van Financiën; Lubbers deed Economische Zaken. Het was het kabinet van de oliecrisis en het kabinet van de eerste bezuinigingen.

Duisenberg formuleerde de '1-procentnorm' bedoeld om de stijging van de overheidsuitgaven in te tomen. Dat kwam hem toen op zeer heftige kritiek te staan uit zijn eigen partij, de PvdA. In deze tijd zou zo'n poging tot bezuinigingen worden weggehoond als potverteren, ook door de PvdA.

Duisenbergs overstap naar de politiek was een verrassing. Voor de buitenwereld was hij een grote onbekende, voor de Nederlandse economische wereld niet. Van 1970 tot 1973 was hij hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Daarvoor was hij een jaartje directie-adviseur bij zijn latere werkgever, De Nederlandsche Bank. Die benoeming volgde op een periode van vier jaar als staflid bij het IMF.

Zijn vertrek uit de politiek was een minder grote verrassing. Al tijdens zijn ministerschap had Duisenberg aangegeven geen loopbaan als volksvertegenwoordiger na te streven. Toch kwam hij in 1977 in de Kamer terecht, na de mislukte poging een tweede kabinet-Den Uyl te formeren. Na korte tijd verruilde hij de kamerbankjes voor een zetel in de raad van bestuur van de Rabobank. Dat kwam hem op een openlijke schrobbering van Den Uyl te staan.

Duisenberg (62) is voor acht jaar benoemd als president van de Europese Centrale Bank. Die termijn staat in het verdrag van Maastricht en zo heeft Duisenberg zelf het ook gewild. Maar dat hij niet tot zijn zeventigste bij de ECB zal blijven staat vast.

Om tot president benoemd te kunnen worden heeft Duisenberg zaterdag in Brussel een briefje geschreven aan de veertien regeringsleiders en die ene president van Europa. Daarin zegt hij zijn ouderom te voelen en er de voorkeur aan te geven na een jaartje of vier de brui aan te geven.

Voor de lezeressen van het maandblad Opzij is dat geen nieuws. 'Ik geef niemand die garantie dat ik die volle periode zal aanblijven', zei Duisenberg in november 1996 tegen Opzij. 'Ik beloof wel dat ik niet na drie maanden en ook niet na een of twee jaar zal stoppen, maar verder gaat mijn garantie niet'.

Harko van den Hende

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden