Straks staat kwart Noordzee vol windmolens

Vergeet 2023, als het Energieakkoord afloopt. Het gaat om 2050, als 80 procent van de energie duurzaam moet zijn. De experts van ECN geven hun toekomstscenario.

Windmolenpark in de Noordzee voor Egmond aan Zee. Beeld ANP

Wie vindt dat er in de Noordzee nu al te veel windturbines worden gebouwd, kan zijn borst natmaken. Als over 35 jaar alle stroom duurzaam wordt opgewekt, zoals volgens vrijwel alle experts zal gebeuren, komt er 150 keer zoveel elektriciteit van zee dan er nu wordt opgewekt. Dat zeggen experts van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), een belangrijke adviseur van de regering over energiescenario's van de toekomst.

Die stroom komt van megagrote windturbines ver buiten de kust; anderhalf keer zo hoog als de grootste exemplaren van nu en onzichtbaar achter de horizon. Ze zullen een kwart van de oppervlakte van de Nederlandse Noordzee in beslag nemen.

Een kwart van de Noordzee klinkt als veel, maar volgens manager windenergie Peter Eecen van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) betekent het juist 'dat er dus ruimte genoeg is'. Om Nederland te verduurzamen zal windenergie in elk scenario een belangrijke bron van duurzame stroom zijn. Vooral op zee kunnen veel turbines worden gebouwd, want daar kunnen ze de hoogte in en is er ruimte.

Ook relatief is een kwart niet veel, vindt Eecen. Duitsland wil op haar eigen kleine deel van de Noordzee nog méér stroom gaan opwekken dan Nederland. Ten oosten van de Dollard zal daardoor 90 procent van het zeeoppervlak worden ingenomen door Duitse windparken, waardoor er alleen nog wat vaargeulen overblijven.

Het Prinses Amalia Windpark in de Noordzee. Beeld anp

Dergelijke ingrepen zijn nodig omdat de toekomstige duurzame energievoorziening sterk zal leunen op elektriciteit en minder op andere energiedragers. Elektriciteit is een van de efficiëntste energiebronnen en zal niet alleen gebruikt worden voor apparaten en verlichting, maar ook voor verwarming, transport en de productie van producten zoals gas. Over 35 jaar, stelt het ECN, gebruiken we waarschijnlijk twee tot drie keer zoveel stroom als nu.

Duurzame energie-experts van het onderzoekscentrum gingen afgelopen week op tournee om deze boodschap te verspreiden. Samenleving en politiek moeten meer nadenken over de meest waarschijnlijke energievoorziening op middellange termijn, vinden ze. Bovendien geven andere instituten, zoals het Centraal Planbureau CPB, daar volgens hen verkeerde prognoses over.

Voor veel beleidsmakers ligt de horizon nu op 2023; het jaar waarin de afspraken in het nationaal Energieakkoord aflopen, zegt manager zonne-energie Wim Sinke. Maar dat is maar een tussenstap. Na ongetwijfeld nieuwe heftige discussies over onder meer windmolens zal over acht jaar nog maar 16 procent van de energievoorziening zijn verduurzaamd. 'Als we daar zouden eindigen, kunnen we het net zo goed laten.' Het echte doel ligt in 2050, als volgens de Europese Unie 80 procent van de energie duurzaam moet zijn en alle stroom uitsluitend groen wordt opgewekt.

Over het scenario waarin dat waarschijnlijk zal gebeuren, verschilt ECN van mening met het CPB dat er eind vorig jaar ook een voorspelling over deed. Dat windturbines een dominante bijdrage zullen leveren, staat volgens beide instituten buiten kijf; temeer omdat betaalbare alternatieven beperkt zijn. Over de hoeveelheid biomassa en de kansen om CO2 op te slaan in de bodem verschillen ze enigszins van mening. Maar over de potentiële bijdrage van zonne-energie staan ze lijnrecht tegenover elkaar.

Volgens het CPB blijft de inzet van zonnestroom in Europa beperkt tot 7 procent van de stroomvoorziening. Dat komt niet door technische beperkingen, maar door financiële. In West-Europa wordt de meeste zonnestroom immers opgewekt in de zomer, terwijl het energiegebruik in de winter het hoogst is. Opgewekte zonnestroom moet deels worden opgeslagen en bewaard. Die opslagtechnieken zullen zelfs in 2050 zó duur zijn, dat massale toepassing onwenselijk en daarmee onwaarschijnlijk wordt, aldus het planbureau.

Volgens Sinke onderschatten de rekenaars de kansen van nieuwe opslagtechnieken, die er in zijn ogen ongetwijfeld zullen komen. Ook de kosten voor zonnestroom zelf zullen veel verder dalen dan het planbureau voor mogelijk houdt. Ze dalen tot zo'n 2 eurocent per kilowattuur in zonnige gebieden en 3 à 4 eurocent in landen als Nederland. 'Dat zijn de recentste en volgens sommige experts nog redelijk conservatieve schattingen.' 3 cent zou de helft zijn van wat nu voor stroom uit kolencentrales wordt betaald.

Nieuwe opslagtechnieken zetten elektriciteit om in warmte, die bijvoorbeeld in de bodem kan worden bewaard. Bij spotgoedkope elektriciteit wordt het maken van gas uit stroom (bijvoorbeeld via elektrolyse) rendabel. Naast wind zal zonne-energie het grootste deel van de vraag naar warmte en brandstoffen gaan dekken, is zijn overtuiging. Zoniet met de techniek van vandaag, dan wel met die van morgen.

Vooruitkijken naar 2050 is alsof in 1980 een voorspelling wordt gedaan over het leven van vandaag, zegt Sinke. Maar de vooruitgang maakt hem optimistisch.'Vergelijk de oplaadbare batterij van 1980 met die van vandaag; de computer van 1980 met de huidige smartphone; de benzineslurpende en roestende auto van 1980 met de city car van nu. De zonnecel van 1980 met de zonnepanelen die dit jaar op de daken worden gelegd en het kleurenbeeldscherm van 1980 met de flat panel displays van vandaag. Enzovoorts.'

Windmolens bij Urk. Beeld anp

Nu al is duidelijk dat de kosten van alle duurzame energieopwekking zeer sterk zullen dalen, benadrukken de ECN-experts. Windparken op land worden in de Verenigde Staten op dit moment al gebouwd zonder subsidie. De grond is er goedkoop en er zijn weinig of geen beperkingen met omwonenden, zegt Eecen. De kosten per opgewekte kilowattuur liggen rond de 5 dollarcent (4,4 eurocent).

Volgens de plannen in het Energieakkoord moeten de kosten van de Nederlandse offshorewindindustrie in 2023 uitkomen op 10 eurocent per kilowattuur. Daarna zullen volgens de experts de kosten van windenergie per kilowattuur verder dalen terwijl de prijs voor fossiele energie zal stijgen. In 2030 zou er dan geen subsidie meer nodig moeten zijn.

In de nabije toekomst, over acht jaar, zullen in Nederland waarschijnlijk 60 vierkante kilometer zonnepanelen geïnstalleerd zijn (60 miljoen vierkante meter). Dat kan zonder al te veel hinder worden uitgebreid naar 250 tot 500 vierkante kilometer zonnepaneel, denken de techneuten. Sinke: 'Hoewel we ook bij zonneparken en zonnepanelen ongetwijfeld discussies zullen krijgen over de toepasbaarheid daarvan in het landschap.'

De overheid bereidt zich voor op een volledig duurzame energievoorziening in 2050, zegt een woordvoerster van het ministerie van Economische Zaken. 'Er wordt al nagedacht over de periode na het Energieakkoord.' Of die toekomst zich zal voltrekken volgens het scenario van de ECN-experts, laat ze in het midden. 'Daar zal het kabinet iets over zeggen in het Energierapport dat eind dit jaar naar de Tweede Kamer wordt gestuurd, en waarvoor aan de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur advies is gevraagd.'

Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden