Stichting de Stones

The Rolling Stones vormen een van de best verdienende bands ter wereld. Maar jarenlang kwamen de miljoenen niet bij de bandleden terecht....

Een maand voordat Keith Richards op de Fiji-eilanden uit een palmboom viel en het optreden van de Stones in Nederland door zijn hersenbeschadiging onzeker leek, schreef Sabine Schutgens (een beetje) rockgeschiedenis. Een gitaar hoefde ze er op 3 april 2006 niet voor in te pluggen, en het toeschreeuwen van een uitzinnig publiek werd ook niet van haar verlangd.

Sabine Schutgens, een 25-jarige medewerkster van notaris Alexander van Velten van het Amsterdamse advocaten- en notarissenkantoor Boekel de Nerée, verrichtte slechts een administratieve handeling.

Zij was door Michael Philip Jagger, Keith Richards en Charles Robert Watts gevolmachtigd om twee Nederlandse stichtingen voor The Rolling Stones op te richten: Stichting Administratiekantoor Herengracht A, en Stichting Administratiekantoor Herengracht B.

De drie oude rockers, Stones van het eerste uur, staan dankzij Sabine voor het eerst officieel in Nederland geregistreerd, in dit geval in het handelsregister van de Kamer van Koophandel van Amsterdam. Dat geldt niet voor de later toegetreden Ron Wood en de uit de Stones gestapte Bill Wyman. Beiden komen niet met naam en toenaam voor in de Nederlandse royalty-route van de band.

De stichtingen hebben een bijzondere betekenis. Waar hun generatie vermoedde de eeuwige jeugd te bezitten, of in elk geval beweerde dat het beter was te sterven voor je oud werd, willen de zestigers nu over hun graf heen regeren. Met de oprichting van twee stichtingen zorgen Jagger, Richards en Watts ervoor dat hun erfgenamen na hun overlijden blijvend kunnen beschikken over de door rock ’n’ roll binnenstromende miljoenen.

Volgens de deskundige op gebied van muziek en fiscus Dick Molenaar, heeft deze ‘typisch Nederlandse constructie met stichtingen’ vooral als doel de overdracht in de familiesfeer te ‘stroomlijnen’. ‘De stichtingen moeten ervoor zorgen dat het vermogen van de band niet verloren gaat aan kibbelende erfgenamen’, aldus Molenaar.

Wellicht voorzag Keith Richards zijn val uit de palmboom, en werd hij zich opeens bewust van zijn eigen sterfelijkheid – een tikkeltje laat voor een ex-junkie die jarenlang de lijst van potentiële rockdoden aanvoerde.

Richards is overigens helemaal hersteld van zijn hersenletsel, en maandagavond staat hij in de Amsterdam Arena met zijn vertrouwde grimmige grijns. ‘Everything is cool’, meldde hij de wereld per videoboodschap, net voordat in Mi-laan de A Bigger Bang-toernee werd hervat. ‘And my guitar is tuned up.’

Sabine Schutgens is niet de enige in Nederland die ‘met het gevoel iets bijzonders te doen’ administratieve handelingen voor The Rolling Stones verricht. Zij is evenmin de eerste: al sinds 1971 gebruikt de band Nederland als thuishaven voor een omvangrijke fiscale constructie met een kerstboom aan vennootschappen, waaronder nu de twee stichtingen vallen. Sinds de jaren tachtig loopt deze constructie ook via het belastingparadijs de Nederlandse Antillen.

Diverse Nederlandse ondernemingen ondersteunen de muziekmiljonairs: de sectie Ondernemingsrecht van Boekel de Nerée regelt de juridische afhandeling, de belastingadviseurs van KPMG Meijburg en Co doen de fiscale besognes en het meer dan honderd jaar oude Amsterdamse merkenbureau Novagraaf beheert wereldwijd de talrijke Rolling Stones-merken, waarvan de naam van de band en het ‘Tongue and Lip’-embleem de bekendste (en meest begeerde) voorbeelden zijn.

Ondanks het belang van Nederland voor de Stones stonden ze hier nooit in openbare registers. Dat lieten ze over aan Rupprecht Ludwig Ferdinand Prinz zu Loewenstein-Wertheim-Freudenberg, beter bekend als Rupie the Groupie, het financiële brein achter de Stones.

Deze in Spanje geboren Londense bankier van oude Beierse, dan wel Oostenrijkse adel, is bestuurder/commissaris van de Nederlandse Stones-vennootschappen Musidor, Promostraat, Eder, Promopub, Promotour, Promolane Promogroup, Promogracht en Promotone. Alle gevestigd aan de Herengracht 566 in Amsterdam.

In deze Nederlandse vennootschappen hebben The Rolling Stones hun intellectueel eigendom, dat wil zeggen hun royalty’s en rechten op muziek, naam, beeld, film en ‘overige industriële eigendomsrechten’ ondergebracht.

Herengracht 566 is een doorsnee grachtenpand. Aan de gevel hangen vergulde, gegraveerde naambordjes, waaronder dat van Promotone, muziekuitgeverij.

Binnen is een hal met veel marmer, en via de lift kom je op de tweede verdieping waar het financieel expertisecentrum van de multinational in rock’ n’ roll is gevestigd van de band die bij het Nederlandse debuut in het Kurhaus in 1964 nog gold als een gevaar voor de openbare orde.

Aan de muur affiches van Engelse Teenbeatnights waar The Rolling Stones optraden samen met Dave Berry. Meer muziekgeschiedenis valt niet te registreren, en de kans dat hier uit te doeken wordt gedaan hoe The Rolling Stones de zaken voor elkaar hebben, is klein. De Stones-vennootschappen proberen in stilte de belangen te beheren, luidt de boodschap van de aan de deur verschijnende Jan Favié, algemeen directeur van Promogroup sinds 1998.

Naast Favié geldt vooral Arend-Jan van der Marel als ‘de man voor Nederland voor The Rolling Stones’. Deze 66-jarige entertainmentjurist is tijdens de jaarlijkse muziekbeurs in Cannes altijd te herkennen aan een Rolling Stones-petje, en staat al meer dan dertig jaar op de loonlijst. Low profile, luidt ook zijn rockanthem.

Helemaal uit het niets komt de zwijgzaamheid van de beide directeuren niet. In toonaangevende publicaties voor entertainmentjuristen wordt opgeroepen niet te veel ruchtbaarheid aan fiscale constructies te geven. Al ze te populair worden, zou de overheid wel eens kunnen ingrijpen.

Met het nummer Cocksucker Blues,over een eenzame schooljongen die graag gepijpt wil worden, namen The Rolling Stones in 1970 afscheid van hun oude zakelijke belangen, om te beginnen met platenmaatschappij Decca. Ook met Allen Klein, al zes jaar hun manager, wilden ze niets meer te maken hebben. De reden voor deze manoeuvres was vrij simpel: de tientallen miljoenen dollars die al sinds eind jaren zestig binnenstroomden, kwamen niet bij de Stones terecht. Sterker: begin jaren zeventig was de band bijna failliet, en niet voor het eerst. Ook in 1965 zat de band aan de grond.

Dit nerveuze ritme wilde Jagger (ex-London School of Economics) in 1970 echt doorbreken. Een bevriende antiekhandelaar wist de oplossing: Prins Rupert, vooraanstaand bankier van de Leopold Joseph-bank. Op een deftig feestje in Kensington schudde Jagger hem de hand. Prins Rupert wilde wel eens kijken naar de financiële mogelijkheden van een succesvol rock’ n’ roll-ensemble in relatie tot het moderne vermogensbeheer.

Maar waar hij als kenner van grote particuliere geldstromen verwachtte dat de financiële status zich parallel aan het creatieve succes zou hebben ontwikkeld, zag hij armoe. De Stones bleken de Amerikaanse blueszangers die ze als blanke pestventjes hadden gekopieerd, amper te hebben overtroffen in zakelijk instinct.

Prins Rupert was geschokt en ging aan de slag. De nieuwe manager werd hij niet – die taak nam Jagger voor eigen rekening. Atlantic heette de nieuwe platenmaatschappij. Het werd tijd dat de band zich fiscaal losmaakte van Engeland.

Verhuizen, adviseerde prins Rupert, dat scheelt heel veel geld. Inmiddels woont Jagger officieel op het Caribische eilandje Mustique. Richards staat ingeschreven in zijn buitenhuis op Ocho Rios in Jamaica, zo leert de Amsterdamse Kamer van Koophandel. En op 5 april 1971 belandden de Stones door toedoen van prins Rupert aan de Herengracht, al komen ze er nooit. Zelfs niet om documenten te tekenen.

Nu, 35 jaar later, en al even zo veel jaren serieus vermogensbeheer onder leiding van de prins, zijn The Rolling Stones een financiële succesformule en als zodanig een voorbeeld voor andere artiesten. Jagger en zijn maten waren de eersten in de muziekbusiness die zelf het heft in hand namen en zich omringden met eigen adviseurs, volgens Flip Vuijsje, schrijver van het onlangs verschenen boekMick Jagger, manager-ondernemer. ‘Door toedoen van Prins Rupert is Jagger voor eeuwig financieel wakker geschud.’

The Rolling Stones zijn net weer uitgeroepen tot een van de meest verdienende bands van de wereld, met name door de altijd succesvolle Amerikaanse toernees. Volgens de Billboards Money Makers Chart kwam de band op 152 miljoen dollar in 2005. En in 2006 verdienden de Stones al 116 miljoen dollar.

Op de lijst van Engelse muziekmiljonairs van 2006 nemen de afzonderlijke leden van de Stones hoge posities in, al gaan ze hun oude concurrent, Paul McCartney bij lange niet voorbij. Mick Jagger (zang) is goed voor 205 miljoen Britse ponden, Keith Richards (gitaar) voor 180, Charlie Watts (drums) voor 85 en Ron Wood (gitaar) voor 70 miljoen.

Flip Vuijsje noemt de Stones ondanks die miljoenenstatus nog steeds een band, en zeker geen op rolletjes lopende onderneming. ‘De onderlinge relaties zijn wel enorm verzakelijkt. Emoties spelen een veel minder belangrijke rol dan vroeger.

‘Ze moeten doorgaan om hun organisatie te onderhouden. Het geld dat met name binnenkomt vanuit de Amerikaanse tour, moet je weer op professionele manier beheren. Zoals dus in Amsterdam gebeurt. Maar als ik naar de Stones kijk, kijk ik nog steeds naar een van mijn favoriete muziekbands en niet naar een onderneming.’ Overigens is Sabine Schutgens, de kandidaat-notaris die zomaar gevolmachtigd was door the Glimmer Twins, geen fan van The Rolling Stones.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden