Stemmen met je vork

Ons voedselsysteem rammelt. In grote delen van de wereld hebben mensen honger, in andere delen zijn ze te dik. In Een pleidooi voor echt eten zegt de Amerikaanse journalist Michael Pollan wat er niet klopt en hoe het moet veranderen....

Een huivering ging door het kamp van Barack Obama, de favoriet in de race om de presidentskandidatuur van de Democratische Partij, toen naar buiten sijpelde dat hij en zijn vrouw Michelle zo veel mogelijk biologisch eten. Een kans voor open doel voor Hillary Clinton, die zich opwerpt als kampioen van de gewone (blanke) man en net als haar man Bill haar liefde voor fastfood openlijk belijdt.

De tegenstelling was duidelijk: biologische rucola tegenover vette hamburgers, elitair versus volks. ‘Het was een fout van Obama’, zegt schrijver Michel Pollan (53), die – net als veel progressieve blanke intellectuelen – een fan is van de zwarte kandidaat. ‘Dat hij biologisch eet, geeft hem voor veel kiezers een verdacht luchtje.’

Maar, vervolgt Pollan, is het niet ironisch dat een zwarte man die zich op eigen kracht omhoog heeft gewerkt en bewust kiest voor duurzaam geproduceerd voedsel, elitair heet? Terwijl een vermogende blanke vrouw die in de hamburger hapt van een multinational kan doorgaan voor volks. ‘Iets klopt er niet in dat plaatje.’

Het geeft aan dat er nog een lange weg te gaan is voordat Amerikanen inzien dat ze gevangen zitten in een voedselcrisis en dat het inruilen van hamburgers voor biologische rucola misschien wel de enige uitweg is.

Pollan heeft die crisis vlijmscherp beschreven in zijn onthutsende bestseller The Omnivore’s Dilemma uit 2006. Daarin volgt hij de wordingsgeschiedenis van een Amerikaanse maaltijd vanaf de met kunstmest en pesticiden doordrenkte maïsvelden in Iowa en de stinkende veemesterijen in Kansas naar de plaatselijke McDonald’s.

Een maaltijd die gebaseerd is op olie. Olie om de kunstmest en de pesticiden te produceren waarop maïs kan groeien, olie om de tractoren en de machines te laten rollen die het land bewerken, olie om de maïs naar de koeien te brengen en olie voor de vrachtwagens die de hamburgers door het land brengen. De voedselindustrie loopt één op één, schrijft Pollan: Voor elke calorie voedsel die wordt geproduceerd, is een calorie fossiele brandstof nodig.

Eet echt voedsel

The Omnivore’s Dilemma riep vooral vragen op. In het vervolg In Defense of Food (deze week in het Nederlands bij de Arbeiderspers verschenen als Een pleidooi voor echt eten), geeft Pollan adviezen om te ontsnappen aan The Western Diet: onze verspillende eetgewoontes. Samengevat: Eet echt voedsel, niet te veel, vooral planten.

Nu is het moment om het anders te doen, zegt Pollan in de woonkeuken van zijn villa in een buitenwijk van Berkeley, waar hij sinds 2003 docent journalistiek is aan de roemruchte universiteit. Daarnaast publiceert hij regelmatig in de New York Times. Op de oprit staat een blinkende Nissan hybride, binnen schenkt Pollan thee uit de magnetron.

We moeten wel. ‘Het systeem dat we hebben is niet houdbaar. Kijk wat er nu gebeurt met de voedselprijzen. Een van de redenen dat de prijzen stijgen is de dure olie. Onze landbouw drijft op olie. Een andere reden is dat de vraag naar ethanol de maïsprijzen heeft opgedreven.’

‘Het laat zien hoe kwetsbaar je bent als de productie van voedsel en de energie onderling verbonden zijn. Wil je echt dat George Bush en zijn behoefte om vanwege politieke redenen biobrandstof te propageren, gevolgen heeft voor de manier waarop mensen over de hele wereld hun gezin voeden?’

The Omnivore’s Dilemma werd uitgeroepen tot een van de beste boeken van 2006. Maar er kwam ook kritiek op, met name vanuit het bedrijfsleven. De voedingsindustrie ziet zichzelf als een zegen voor de mensheid. Wij voeden de wereld, zeggen de bedrijven. Voedsel is nog nooit zo overvloedig, goedkoop en veilig geweest.

‘Maar het punt is nou net dat het systeem niet werkt’, hamert Pollan. ‘Er wordt honger geleden in grote delen van de wereld. En we zitten met een gezondheidscrisis die rechtstreeks is toe te schrijven aan het industriële voedselsysteem.’

De voedselindustrie maakt ons dik. ‘Volgens een schatting van de overheid krijgt een op de drie Amerikanen die in 2001 zijn geboren diabetes type II (veroorzaakt door overgewicht). De verzorging van een diabetespatiënt kost veertienduizend dollar per jaar. Dat kan de samenleving niet betalen.’

‘Het is geweldig dat een cheeseburger maar 99 cent kost. Maar de werkelijke kosten in termen van uitstoot van broeikasgassen, milieuvervuiling en gezondheidseffecten zijn veel hoger.’

Geef ons tijd

Pollan wordt ook gebrek aan nuance verweten. Veel bedrijven hebben duurzaamheid hoog in het vaandel. Geef ons tijd, zeggen ze, we werken eraan. Alles is meegenomen, beaamt hij. ‘Maar onze economie zit zo in elkaar dat het moeilijk is geld te verdienen met gezond voedsel.’

‘Ik kan in de supermarkt voor 98 cent een kilo havervlokken kopen. Dat is een hoop eten. Daar word je als bedrijf niet rijk van. Je verdient pas geld als je ze verandert in Cheerios (ontbijtgranen). Dan maak je van 10 cent havervlokken voor 4 dollar Cheerios.’

‘Je verdient nog meer als je er ontbijtrepen van maakt die je kunt eten in de bus. Maar ondertussen wordt het product steeds minder voedzaam. Want hoe meer iets bewerkt is, hoe minder er in zit. Ons systeem drijft bedrijven ertoe ongezond voedsel te produceren.’

Hetzelfde geldt voor gezondheidsclaims. ‘Voor zo’n claim op een product heb je veel geld nodig, want je moet duur onderzoek doen. En je moet een verpakking hebben om je claim op te zetten. Maar het beste eten dat je kunt kopen zit niet in een verpakking.’

The silence of the yams, noemt Pollan het in zijn boek: appels en broccoli hebben geen keurmerk. Koop daarom nooit etenswaren met een gezondheidsclaim erop, is zijn advies.

Een andere aanbeveling luidt: Betaal meer, eet minder. Pollan geeft zelf het voorbeeld. Hij heeft een groenteabonnement en doet zijn inkopen op de – peperdure – boerenmarkt van Berkeley. Hij hield tijdens het schrijven van The Omnivore zelfs op met het eten van vlees, omdat hij geen goede reden kon bedenken om het wel te doen.

Uiteindelijk rechtvaardigde hij zijn biefstuk door te stellen dat landbouwdieren in symbiose met ons leven. Wij beschermen en verzorgen ze, in ruil daarvoor geven zij ons vlees. ‘Dat is slecht nieuws voor het individu, maar goed voor de soort.’

De voorwaarde is dat we dieren goed behandelen en alleen nog biologisch vlees eten. ‘Gefeliciteerd, zei Peter Singer’(een bekend schrijver en strijder voor de dierenrechten), ‘je hebt 1 procent van de Amerikaanse vleesindustrie succesvol verdedigd.’

Alternatieven

Dat is leuk voor een goedbetaalde universiteitsdocent, maar Pollans goede eten – biologisch, diervriendelijk – is duur. Niet iedereen kan zich dat veroorloven, geeft hij toe.

‘Maar veel politieke veranderingen zijn zo begonnen: de strijd voor het vrouwenkiesrecht, de afschaffing van de slavernij, het milieu. Het begon met kleine groepjes die uitgroeiden tot volksbewegingen. De strijd voor beter eten is nu nog elitair, maar dat is pas een probleem als het over twintig jaar nog zo is.’

Voor de mensen die het niet kunnen betalen moeten we beleid maken. ‘De ongezondste calorieën in de supermarkt zijn nu de goedkoopste. Dat komt doordat we maïs en graan subsidiëren die verwerkt worden in de voedselindustrie. In plaats daarvan moeten we sla en wortels goedkoper maken.’

‘In de tussentijd moeten degenen die zich het wel kunnen veroorloven, weggaan uit het industriële systeem. Er zijn alternatieven. Na de publicatie van The Omnivore’s Dilemma steeg het aantal groenteabonnementen in de VS. Amerikanen besteden minder dan 10 procent van hun inkomen aan eten. Driekwart kan het zich best veroorloven er meer aan uit te geven.’

Maar zelfs al zou iedereen biologische groenten kunnen en willen betalen, is het de vraag of er voor iedereen genoeg is. Biologische landbouw is minder productief dan de gangbare. Volgens wetenschappers is er niet genoeg landbouwgrond om de hele wereld biologisch te voeden.

Tekort aan boeren

Deskundigen spreken elkaar tegen, zegt Pollan. ‘Ik heb ook onderzoeken gezien waaruit blijkt dat het volgens de nieuwste teeltmethoden goed mogelijk is iedereen biologisch te voeden. Het probleem is niet te weinig grond, maar een tekort aan boeren.’

‘Met de introductie van kunstmest en pesticiden hebben we vooral arbeid bespaard. De productiviteit per boer is veel lager in de biologische landbouw. In de VS hebben we een miljoen boeren op driehonderd miljoen inwoners. We zouden er tientallen meer moeten hebben. Maar in de ontwikkelende landen is dat veel minder een probleem. Daar kan biologische landbouw echt een oplossing bieden.’

Hij kijkt door het raam naar zijn groentetuintje waar de artisjokken hoog opschieten en de tomaatplantjes kniehoog staan. Dat zou iedereen moeten doen, schreef hij onlangs in een veelgelezen artikel in de New York Times: een moestuin beginnen.

Het klinkt triviaal, bijna naïef tegenover de gigantische problemen waarmee de wereld kampt: slinkende olievoorraden, opwarming van de aarde, Chinezen die massaal vlees willen eten en auto rijden. Pollan lacht. Het is maar hoe je het bekijkt, zegt hij.

‘Je moet het van alle kanten aanpakken. Het Verdrag van Kyoto uitvoeren, internationale afspraken maken. Maar we hebben de oplossing van onze problemen te lang overgelaten aan experts en instituten. En om eerlijk te zijn: die hebben ons tot dusver niet echt geholpen.’

‘We maken onszelf veel te afhankelijk. Ik zeg: je hebt wel macht. Je kunt stemmen met je vork. Je hoeft niet te wachten tot Bush weg is of Al Gore een overeenkomst heeft gesloten met de Chinezen, je kunt nu een groentetuin planten.’

‘Ten eerste krijg je milieuvriendelijk eten, en dat is niet triviaal. Maar je verandert ook je geestelijke houding van passiviteit. We moeten zelf onze wil tot verandering laten zien. Pas als wij bewegen gaan de bedrijven, instituten en experts dat ook doen.’

Cheeseburger

Onderschat je eigen macht niet, benadrukt hij. ‘De voedingsindustrie is een een bibberende reus. Ze zijn als de dood dat een hype of een voedselschandaal de hele zaak overhoop gooit. Toen Oprah Winfrey in haar show over BSE zei: dit is de laatste cheeseburger die ik voorlopig eet, daalde de markt voor rundvlees met 10 procent in één dag.’

‘Consumenten kunnen het systeem veranderen. McDonald’s gebruikte lange tijd genetisch gemodificeerde aardappelen. Een paar journalisten schreven erover. Toen begonnen mensen brieven te schrijven naar McDonald’s: is het waar dat jullie GM-aardappelen gebruiken?’

‘Het waren er niet veel, honderd misschien. Maar McDonald’s dacht: dit zou wel eens het topje van de ijsberg kunnen zijn. Wat hebben wij eigenlijk aan die aardappelen?, vroegen ze zich af. Ze zijn niet goedkoper, ze bakken niet beter. Weg ermee, zei McDonald’s. Binnen één jaar waren GM-aardappelen van de markt. Niemand kocht ze meer. Honderd mensen kunnen dus zo’n verandering teweeg brengen.’

Het gaat erom dat we de controle over ons eten terugwinnen, zegt Pollan. ‘Daarom moeten we onze kinderen ook weer leren koken. Kunnen koken is een levensvoorwaarde.’

‘Ik zeg niet dat McDonald’s binnenkort failliet gaat. Er zal nog genoeg industriële rotzooi worden verkocht onder het mom van eten. Maar er zullen alternatieven bij komen.

‘Een boer in mijn boek zegt: we zijn niet bezig met een revolutie, maar met een reformatie. De katholieke kerk heeft de reformatie overleefd, maar het is niet meer de enige kerk.’

‘Onderschat je eigen macht niet. De voedingsindustrie is een een bibberende reus’

Adviezen

Elf adviezen voor beter eten:

Eet echt (onbewerkt) eten.

Eet niets dat je overgrootmoeder niet zou herkennen als eten.

Vermijdt producten met ingrediënten die onuitsprekelijke namen hebben.

Mijdt de supermarkt.

Eet vooral groente.

Eet duurzaam en lokaal geproduceerd voedsel.

Betaal meer, eet minder.

Eet aan tafel, samen met anderen.

Eet langzaam.

Kook zelf.

Begin een moestuin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden