Stekjes maken een bos vol stroom

In de Flevopolder groeit een bos van wilgen en populieren speciaal voor een energiecentrale in de buurt. Op die manier brengt de stroomvoorziening van een paar duizend huishoudens per saldo geen broeikasgassen in de lucht....

Robert Stiphout

NAAST ZON, wind en water moet nu ook hout groene energie gaan opleveren. In Flevoland, tussen de Oostvaardersplassen en de A 6, verrijst tweehonderd hectare hakhout dat in de biomassa-warmtekrachtcentrale in Lelystad zal worden verbrand.

De vrijgekomen energie moet drieduizend huishoudens in de provinciehoofdstad van warmte en elektriciteit voorzien. De groeiende bomen leggen kooldioxyde vast, dat de centrale bij verbranding uitstoot. Zo wordt geen extra broeikasgas in de atmosfeer gebracht.

Gisteren tekenden milieu- en natuurorganisaties, Staatsbosbeheer, het Centrum voor Plantaardige Vezels (CPV) en financiers zoals energiebedrijf NUON, Shell, Novem en de provincie Flevoland een intentieverklaring waarin ze het biomassaproject in de polder vastlegden.

Eind dit jaar zal de centrale van NUON aan de rand van Lelystad gereed zijn en kunnen de eerste houtsnippers de oven in. Aangezien de plantage langs de A6 dan pas uit stekjes bestaat, zal gedurende de eerste vier jaar hout worden gestookt van Staatsbosbeheer. Volgens ing. Zwier van Olst van Staatsbosbeheer is de timing voor de bouw van de centrale perfect. 'In Flevoland gaan we de eerste en de tweede generatie bos, voornamelijk populieren, vervangen door andere loofhoutsoorten als esdoorn, beuk, eik en kers. Al het zaag-, snoei- en boshout kan dan worden verbrand in de biomassa-centrale'.

Na vier jaar zal de plantage tien procent van het te verbranden hout leveren. Jaarlijks betekent dit dat vijftig hectare van de plantage wordt gekapt. De rest verkrijgt de centrale uit het uitdunnen door Staatsbosbeheer van het Flevolandse groen. In totaal moet jaarlijks dertigduizend ton aan vers hout worden verbrand. Dagelijks zijn dat vier à vijf vrachtwagencombinaties vol.

Hoewel het resthout van Staatsbosbeheer uit verschillende soorten bestaat, groeien op de plantage uitsluitend wilgen en populieren. Volgens projectleider dr. Arne Heineman van het Centrum voor Plantaardige Vezels is voor deze houtsoorten gekozen vanwege de korte omlooptijd van vier jaar, wat de bomen ideaal maakt voor de hakhoutcultuur.

Heineman heeft op het terrein zo'n acht- tot tienduizend bomen per hectare in de planning. Dat is veel, maar zo wordt voorkomen dat te veel zonlicht op de bodem valt en de bomen concurrentie krijgen van onkruid. Verterend onkruid geeft namelijk CO2 af, terwijl de plantage dat nu juist zou moeten vastleggen. 'Bovendien werkt het niet prettig als je tot je oksels in de distels staat', voegt Heineman toe.

Voor bodemuitputting en verdroging hoeft volgens Heineman niemand bang te zijn. Er wordt gebruik gemaakt van kunstmest, zij het op bescheiden schaal, en Flevoland kent een van water verzadigde bodem. Ook aan eventuele ziektes of plagen is gedacht. Een grote verscheidenheid van stekken - bij deze soorten klonen genoemd - moet deze bedreigingen afwenden. Zo zijn voor de reeds aangeplante 12,5 hectare zeven populieren- en wilgenklonen gebruikt en liggen bij het CPV plannen klaar voor het gebruik van nog eens twintig andere klonen.

Het nu al aangeplante terrein is verdeeld in twintig vakken waarbinnen de verschillende klonen zijn gemengd. 'Voor plagen en ziektes wordt het een hele toer om van vak naar vak te springen', meent Heineman.

Voor andere soorten, zoals het sneller groeiende olifantsgras is de biomassacentrale niet geschikt. Onder meer omdat het gras natter is dan hout en enkele bewerkingen moet ondergaan eer het geschikt is voor verbranding. Het gebruik van ander loofhout, dat door zijn grotere dichtheid langer brandt en meer energie oplevert, lijkt eveneens weinig voet aan de grond te krijgen. Reden is de 'eindeloze' looptijd: zo'n vijftig tot honderd jaar per kapcyclus.

Voor de toekomst sluit de projectleider het gebruik van andere gewassen echter niet uit. 'Dit project is voor ons vooral een leerproces. Kijken hoe deze praktijkdemonstratie van stek tot megawatt in elkaar steekt. Niet alleen wat houtsoorten betreft, maar ook of het logistiek haalbaar is. Bovendien kijken we of Nederland voldoende ruimte biedt voor deze methode van energie-opwekking.'

De overheid heeft zich tot doel gesteld om voor 2020 tien procent van alle elektriciteit uit duurzame bronnen te halen. Iets minder dan de helft van die tien procent moet uit biomassa worden gewonnen. 'Lelystad heeft deze doelstelling nu al binnen' zegt Heineman.

Verbranding van biomassa, zoals het hakhoutbos in de polder is CO2 -neutraal, wat betekent dat bij verbranding geen extra CO2 vrijkomt. 'Het is een gesloten kringloop. Zolang de bomen groeien leggen ze CO2 vast door middel van fotosynthese. Bij verbranding komt diezelfde hoeveelheid weer vrij, samen met de energie', legt Heineman uit. Het snelgroeiende hakhoutbos legt jaarlijks zo'n 3.500 ton CO2 vast. Over een periode van twintig jaar scheelt dat ruim zeventigduizend ton, die anders bij verbranding van fossiele brandstoffen zou zijn vrijgekomen.

Dat kost wel wat. Volgens distributeur NUON bedraagt de prijs van een kilowattuur elektriciteit uit biomassa het dubbele van die bij kolen- of gascentrales: in plaats van acht cent per kilowattuur moet dan zestien cent worden betaald.

Huishoudens merken het prijsverschil niet; de gebruikelijke ecotax wordt over de groene stroom niet berekend en de provincie past de rest bij uit de algemene milieuheffing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden