Steeds meer vraagtekens achter nut van biobrandstof

Biobrandstoffen blijken vaak nog slechter dan conventionele diesel en benzine

Het wegvervoer klimaatneutraler maken door auto's deels te laten rijden op plantaardige brandstof - het leek een uitkomst. Maar er duiken steeds meer addertjes op vanonder het gras.

In 2012 staat een vliegtuig van KLM gereed voor de eerste transatlantische vlucht op duurzame biokerosine. Foto anp

Er moet meer biobrandstof in de tank, zegt de Nederlandse regering, anders halen we de doelstellingen van het Energieakkoord niet. De bijmengverplichting moet worden opgevoerd van 10 procent van de inhoud van de tank per 2020 naar 16,4 procent. Zonder die verhoging slaagt de regering er niet in te voldoen aan het Energieakkoord. Vandaag praat de Tweede Kamer over het plan.

Er moet minder biobrandstof in de tank, zegt de Europese Commissie. Biobrandstoffen zijn niet goed voor het klimaat, zoals aanvankelijk werd gedacht, maar vaak juist nog slechter dan conventionele diesel en benzine. De bijmengverplichting moet worden afgebouwd van 10 procent naar 6,8 procent in 2030. Midden december praten de Europese ministers van energie over het voorstel.

Biobrandstoffen, het leek zo'n kek idee om het wegvervoer iets klimaatneutraler te maken: vervang de benzine en diesel uit aardolie door producten als biodiesel en bio-ethanol. Planten en bomen nemen CO2 op wanneer ze groeien. Maak je daar autobrandstof van, dan komt die CO2 weer vrij, om opnieuw door een boom of plant te worden opgenomen. Opnemen en uitstoten worden zo een cirkelproces, en dus zal de hoeveelheid CO2 in de lucht er niet door toenemen.

Drie gezichtspunten op een omstreden idee.

Milieubeweging

Organisaties als Milieudefensie en Greenpeace vinden al jaren dat het werken met biobrandstoffen helemaal geen gesloten cirkel van CO2 oplevert. Soms, zeggen zij, stoot biobrandstof zelfs nog meer CO2 uit dan conventionele autobrandstof. Het ergste is dat voor de productie van sommige gewassen natuurgebieden worden ontgonnen. Dat geldt vooral voor de palmolie. Wouden worden gekapt, waardoor alle CO2 die erin zat opgeslagen vrijkomt. Moerassen worden drooggelegd, waardoor de venige bodem gaat oxideren en ongelooflijke hoeveelheden CO2 kan gaan uitstoten.

Twee jaar geleden liet de Europese Commissie die effecten al eens uitzoeken door onderzoeksbureau Ecofys, en schrok zich wild van de bevindingen. Met name diesel uit palmolie stoot zelfs meer CO2 uit dan conventionele diesel. Ongeveer de helft van alle palmolie die Europa importeert, wordt verwerkt tot biodiesel

Biobrandstoffen uit afval, dat zien de milieuorganisaties wel zitten. En dat treft, want Nederland is daarin kampioen. Biodiesel in Nederland wordt alleen nog gemaakt van oud frituurvet en dierlijk vet uit slachterijen. Frituurvet is in Nederland geld waard omdat het als biobrandstof dubbel mag tellen. Daarom komt het van Amerika tot China in containers vol naar Nederland om hier te worden verwerkt.

Boeren

De boeren zijn heel blij met de bijmengverplichting. Op dit moment wordt volgens de Europese boerenorganisatie Copa-Cogeca 4,5 miljoen hectare gebruikt om biobrandstoffen te produceren, 3 procent van het totale Europese landbouwareaal.

Als die productie moet inkrimpen, zegt Dominique Dejonckheere van Copa-Cogeca, gaat dat de boeren geld kosten. 'Wat moeten de boeren dan op dat land verbouwen? Er is al een overschot aan graan. We zien nu al dat boeren het proberen met de teelt van suikerbieten, worteltjes of kool. Maar daardoor gaan de prijzen van die producten ook omlaag.'

Fabrikanten

De fabrikanten van biobrandstoffen hebben hun bekomst van de veranderingen in het Europese beleid. Jan Verschoor van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Biobrandstoffen (NVDB): 'Alleen al in Nederland hebben fabrikanten 1,5 miljard tot 2 miljard euro geïnvesteerd in biobrandstoffen. Sommige van die fabrieken hebben nooit gedraaid omdat het beleid alweer was veranderd. En nu wil Europa het beleid nog verder terugdraaien.'

Het slagveld is aanzienlijk. Alleen al in Nederland zijn zeker drie fabrieken voor biodiesel die nooit een druppel hebben geproduceerd. Een daarvan staat in Amsterdam. De fabriek met een capaciteit van 200 duizend ton biodiesel per jaar werd in 2010 gebouwd. Hij werd enkele keren doorverkocht en is nu in handen van Oil Tanking, een tankopslagbedrijf, en staat opnieuw te koop. 'De fabriek is nog zo nieuw alsof hij net uit de verpakking komt', zegt de woordvoerder van Oil Tanking.

Verschoor van de VNDB waarschuwt dat de industrie straks niet bereid is weer te investeren als de EU meer geavanceerde biobrandstoffen wil, bijvoorbeeld biobrandstoffen uit algen. 'Die fabrieken moeten vijftien jaar kunnen draaien om alleen al de kosten terug te verdienen. Als het beleid na een paar jaar alweer helemaal kan omdraaien, dan doen ze dat natuurlijk niet meer.'

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond 'Ongeveer de helft van de Europese biodiesel is gemaakt van palmolie'. Dat klopt niet; het werkelijke percentage bedraagt zo'n 15 procent. Juist is: 'Ongeveer de helft van alle palmolie die Europa importeert, wordt verwerkt tot biodiesel'.

Palmolie

In Europa wordt de helft van de biodiesel gemaakt van palmolie, vooral uit Indonesië en Maleisië. Maar de Europese Commissie is kritisch, juist op het gebruik van palmolie, en een paar commissies van het Europees Parlement willen het verbieden als grondstof. Maleisië dreigde deze week al met vergeldingsmaatregelen als Europa zou besluiten palmolie te 'discrimineren'.

Deze biodieselfabriek in Amsterdam werd in 2010 gebouwd. Sindsdien staat hij leeg. Foto Simon Lenskens
Meer over