ReportageStage lopen bij de NS

Statushouder is gewild, maar komt toch lastig aan de bak

Statushouder Esmael Meydani en zijn collega Arman Esmaili aan het werk bij de NS.Beeld Rebecca Fertinel

Bedrijven willen statushouders graag aan werk helpen, zeggen ze, maar lopen aan tegen onduidelijke, per gemeente verschillende regelingen. De NS is een bedrijf dat vooroploopt. ‘We hebben een tekort aan personeel voor technische functies. De NS heeft deze mensen nodig.’

Dertig sollicitatiebrieven, vijf reacties, nul banen. Een jaar lang deed de Iraanse statushouder Esmael Meydani (37) verwoede pogingen een baan te vinden. Geen geluk. Totdat hij reageert op een vacature voor een werkervaringsplek bij de Nederlandse Spoorwegen. ‘Dat was voor mij een goede kans.’

Op zwarte werkschoenen, gehuld in een gele, fluorescerende veiligheidsjas, loopt Meydani tussen de lege omhulsels van NS-treinen – klaar om opgeknapt te worden – naar zijn kantoor. Aan de buitenkant de typische blauw-gele kleuren van het spoorwegbedrijf, aan de binnenkant in niets te herkennen als de vervoersmiddelen waarmee dagelijks 1,3 miljoen mensen reizen. Bij het onderhoudsbedrijf van de NS in Haarlem is Meydani inmiddels acht maanden werkzaam op de facilitaire afdeling. Als de Iraniër praat over zijn stage, vormt zich een brede glimlach op zijn doorgaans wat verlegen gezicht. ‘Hier werken is zo mooi.’

Het werkervaringstraject van Meydani duurt negen maanden en is bedoeld voor statushouders om werkervaring op te doen en voor het bedrijf om in te schatten op welke manier de statushouder bij kan dragen aan de organisatie, zonder de financiële risico’s die komen kijken bij het in dienst nemen.

Collega Arman Esmaili (33), eveneens Iraans, nam Meydani onder zijn hoede; nadat Esmaili bij de NS had aangegeven een statushouder aan het team toe te willen voegen. ‘Ik ben zelf zonder enige ervaring bij de NS begonnen’, vertelt Esmaili. ‘Die kans wil ik andere mensen ook bieden.’

De begindagen van de stage waren spannend. ‘Omdat we allebei uit Iran komen dacht ik: hij moet wel goed zijn best doen.’ Ook Meydani voelde de druk. Binnen de NS werd hij verantwoordelijk voor een systeem dat ervoor zorgt dat reserveonderdelen zo snel mogelijk terechtkomen bij monteurs die een storing moeten oplossen. ‘De eerste dag was ik zo zenuwachtig. Ik kende hier niemand en ben slecht in het onthouden van namen.’

De voorafgaande maanden werd Meydani ondersteund door het UAF, een organisatie voor hoogopgeleide vluchtelingen. Hij kreeg hulp met solliciteren en het maken van een cv en startte met de opleiding werktuigkunde – zijn bachelordiploma metaalkunde uit Iran geldt in Nederland niet.

Volgens HR-directeur van NS Yolanda Verdonk - van Lokven zijn deze werkervaringsplekken win-win situaties. ‘We hebben een tekort aan personeel voor technische functies. Door vluchtelingen aan te nemen snijdt het mes aan twee kanten. De NS heeft deze mensen nodig.’

Diversiteit is een speerpunt binnen de NS, zegt Verdonk. ‘Onze reizigers zijn een afspiegeling van onze maatschappij. Iedereen reist met de trein. Dat moet ook vertegenwoordigd zijn in ons medewerkersbestand.’ Sinds 2015 krijgen jaarlijks vijf vluchtelingen negen maanden de tijd om bij de NS werkervaring op te doen. Van de 25 vluchtelingen die de NS stage liet lopen kwamen er tien in vaste dienst en vonden er negen werk elders.

Baan bij opleidingsniveau

Ondanks het succes van de stages, verloopt de weg ernaartoe soms moeizaam. Regelingen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt – waaronder statushouders – vallen onder de taken van de gemeente. Per gemeente verschilt het hoelang een statushouder stage mag lopen voordat de uitkering wordt stopgezet. Voor vluchtelingen, die niets of alleen een kleine vergoeding voor de stage krijgen, is een ruime periode noodzakelijk. ‘Als het traject te kort duurt, is er geen tijd voor vluchtelingen om te landen op hun nieuwe werkplek, zonder dat zij hun uitkering kwijtraken.’ Een uniform beleid zou helpen, zegt Verdonk. De negen maanden die Meydani krijgt via het UAF – in overeenstemming met gemeente Amsterdam, waar hij sinds drie jaar woont – vindt ze lang genoeg. ‘Dat is een afspraak waar wij blij mee zijn.’

Volgens de gemeente Amsterdam is het belangrijk dat statushouders werk vinden op hetzelfde niveau als waarvoor ze in hun land van herkomst zijn opgeleid. ‘Het doel van deze werkleertrajecten is niet alleen statushouders aan werk helpen, en daarmee uit de bijstand, maar ook dat ze aan het werk blijven’, zegt woordvoerder van gemeente Amsterdam Denise Juthan. ‘Die kans is groter wanneer de baan past bij hun opleidingsniveau.’

Voor Meydani zit de stage er na acht maanden bijna op. Hij kijkt tevreden terug, maar vanzelf ging het niet. ‘Ik kon mijn collega’s niet altijd begrijpen. Dan moest ik iets nog een keer vragen, en nog een keer.’ En dan is er nog het cultuurverschil. ‘Iraniërs pakken het liefst dingen zelf op.’ Al snel kwam Meydani om in het werk. ‘Volgens mij ben je aan het verzuipen’, hoorde hij van collega’s.

Nu weet Meydani: loopt hij tegen problemen aan, geef dat meteen aan. Ook regelde NS taallessen voor de Iraniër, om de samenwerking met collega’s te versoepelen. Hij volgde ze naast zijn avondstudie en de 36-urige werkweek bij NS. ‘Alles tegelijk’, verzucht Meydani. ‘Dat was moeilijk.’

‘Als vluchteling loop je toch twee keer zo hard’, zegt Esmaili, die net als Meydani als vluchteling naar Nederland kwam. ‘Je staat eigenlijk 0-2 achter. De taalachterstand doet wat met je. Je bent jezelf constant aan het bewijzen.’ Dat bewijzen is Meydani goed gelukt, zegt Esmaili. ‘Hij heeft zich een moeilijke, technische afdeling binnen een half jaar eigen gemaakt.’ Een geslaagde stage. De facilitaire afdeling denkt al na over een volgende statushouder.

Hoe moet het dan verder met Meydani? Die is voorlopig nog niet klaar bij de NS. Dankzij een trotse teamleider en een vrijgekomen vacature begint 1 maart zijn dienstverband als ‘maintenance engineer’. ‘Ik heb er heel veel zin in.’

Geen landelijk beleid

Bedrijven willen graag vluchtelingen aan werk helpen, maar hebben last van onduidelijk beleid van gemeenten en gebrek aan subsidies. Vanwege tekorten aan technisch personeel zijn statushouders gewilde werknemers, maar bedrijven ondervinden problemen bij het laten opdoen van werkervaring. Elke gemeente hanteert namelijk andere regels voor werkervaringsplekken, zo klagen de bedrijven.

Onder meer FrieslandCampina, Ahold Delhaize, Facilicom en Achmea zeggen dat de verschillende regels die gemeenten hanteren belemmeringen veroorzaken voor het werken met statushouders, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant onder de 100 grootste werkgevers van Nederland. Deze bedrijven bieden vluchtelingen werkervaringsplekken aan, maar hoelang zo’n stage mag duren, verschilt per gemeente. ‘Hierdoor zijn wij genoodzaakt om de trajecten overal op individuele wijze vorm te geven, wat effectief met dit vraagstuk omgaan lastig maakt’, zegt FrieslandCampina.

Ook hanteren gemeenten verschillende eisen over wanneer iemand een werkervaringsplek mag krijgen. Zo vindt de ene gemeente dat statushouders eerst moeten inburgeren en zien andere de werkervaringsplek juist als een goede plek om te integreren. Dat is nogal een verschil.

Omdat vluchtelingen voor deze stages geen salaris krijgen – alleen een stage- of reiskostenvergoeding – is het noodzakelijk dat zij ook een uitkering ontvangen. Sommige gemeenten zetten die al na een paar maanden stop. ‘Er moet wel de ruimte zijn om te zien of het een goede match is’, zegt Etienne Friederichs, directeur van Buitengewoon, een sociale onderneming die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een betaalde baan bij Facilicom-bedrijven helpt. ‘Zo’n stage is niet altijd makkelijk en leuk. Het is ook complex en veel leren.’

Waarom nemen bedrijven statushouders dan niet meteen in dienst? ‘Daar zijn bedrijven soms wat huiverig voor’, zegt Siham Achahboun, programmamanager culturele diversiteit en inclusie binnen Achmea. Zo kan de taalbarrière een drempel zijn. ‘Managers gebruiken werkervaringsplekken om te zien of het samenwerken goed gaat.’

VluchtelingenWerk noemt de verschillen in regelgeving oneerlijk. ‘Vluchtelingen hebben er geen zeggenschap over in welke gemeente zij komen te wonen’, zegt de belangenbehartiger van vluchtelingen en statushouders in Nederland. ‘Dan bepaalt de gemeente waarin je geplaatst wordt ook nog of en welke kansen je krijgt. Mag je doorleren en het meeste uit je potentie halen of moet je zo snel mogelijk aan het werk?’

Aan de wil om vluchtelingen aan werk te helpen ontbreekt het bij de landelijke werkgevers niet. 43 procent van de bedrijven besteedt extra aandacht aan de werving van statushouders. Energiebedrijf Essent wil ze inzetten om het tekort aan monteurs tegen te gaan. ‘Wij krijgen onze vacatures niet ingevuld’, stelt het bedrijf, ‘en statushouders willen graag aan het werk.’

Met medewerking van Serena Frijters en Xander van Uffelen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden