Stadsvarkens moeten mensen bewuster maken van de herkomst van vlees

Stadsmens ontmoet speklap

Veeteelt in de stad. Het moet mensen weer in contact brengen met hun maaltijd, maar het kan ook een opmaat zijn voor innovatie.

Vrijwilliger Maut van Ommen verzorgt voor het Stadsvarkens-project in Ede vier aaibare karbonaadjes in wording Foto raymond rutting

Met zijn vieren drommen Henk, Johnny Mendez, Debbie en Ineke samen bij de varkenstrog. Die zit vol broccoli, prei en citroenen. 'Groente en fruit krijgen we van een groenteboer uit de wijk', vertelt Maut van Ommen. Sinds twee jaar zorgt ze met ongeveer dertig andere vrijwilligers uit de wijk Veldhuizen in Ede voor een stel wolvarkens in het buurtbos. 'Vier varkens hebben we al opgegeten. Dit is de tweede lichting.'

De wolvarkens in het Veldhuizerbos zijn onderdeel van het buurtbewonersproject Stadsvarkens. 'We willen de voedselproductie dichter bij de mensen brengen', legt initiatiefnemer René van Geneijgen uit. 'Het bos is openbaar terrein. Mensen komen hier hun hond uitlaten of wandelen. Door de informatieborden en de varkens worden ze ervan bewust gemaakt hoe een speklapje tot stand komt.'

Ede is niet de enige stad waar varkens binnen de bebouwde kom worden gehouden voor hun vlees. In het kielzog van de daktuinen en stadslandbouwinitiatieven, krijgen ook boerderijdieren in steden weer een plek. 'Stedelingen zijn steeds meer bezig met voedsel en gezondheid. In toenemende mate vragen ze zich af waar hun eten vandaan komt', zegt Dinand Ekkel, lector Groene en Vitale Stad aan Aeres Hogeschool Almere. 'De laatste jaren zijn er naar schatting vijftig tot honderd projecten met kippen, varkens of ander stadsvee geweest, die consumenten bewuster wilden maken van de herkomst van vlees.'

1/3 van de stadsboeren houdt stadsvee met voedselproductie als hoofddoel, blijkt uit een inventarisatie van Kenniscentrum Groene en Vitale Stad. De overige stadsboeren doen het als hobby, vanuit educatieoogpunt of vanwege dierenwelzijn.

De Rotterdamse varkens Arie en Japie zijn tot nu toe misschien wel het bekendste stadsveeteeltproject. Onder veel media-aandacht werden de dieren op een stuk braakliggend terrein verzorgd door buurtbewoners uit Katendrecht, totdat ze eind 2013 geslacht werden. 'Dat was een tijdelijk project van kunstenaars', zegt Van Geneijgen. 'Onze wolvarkens blijven hier hopelijk honderd generaties.'

Waarmee Van Geneijgen maar wil zeggen dat de stadsvarkens in Ede geen modegril zijn. 'We willen ook onze kleinkinderen laten genieten van de zwijnen en leren waar vlees vandaan komt.'

Ook Rotterdam krijgt dit jaar weer stadsvee. 'Daar op het water staan binnenkort veertig koeien', zegt Minke van Wingerden vanaf een kade op de grens van Rotterdam en Schiedam. De initiatiefnemer van de drijvende stadsboerderij Floating Farm wijst naar een havenbekken waar net een Tsjechisch vrachtschip afmeert. 'Dat weet zeker nog niet dat wij deze waterkavel al gehuurd hebben.'

De bouw van de waterboerderij begint over twee weken. Vanaf september moeten de koeien op de bovenste etage 800 liter rauwe melk per dag leveren. 'Een verdieping lager maken we er drinkbare melk en yoghurt van die we in Rotterdam gaan verkopen', zegt Van Wingerden. 'De mest verwerken we daar ook. Die verkopen we vervolgens aan volkstuinen en stadslandbouwprojecten.'

De boerderij in de Rotterdamse haven is een samenwerkingsproject tussen de innovatietak van landbouworganisatie LTO, stadslandbouwinitiatief Uit Je Eigen Stad en Beladon, een projectontwikkelaar voor drijvend bouwen. Net als bij andere stadsveeteeltprojecten is educatie over voedselproductie een van de doelstellingen. 'Daarnaast willen we laten zien dat je vers voedsel kunt produceren op stadswater', zegt Van Wingerden, die partner is van Beladon. 'Voor allerlei steden in rivierdelta's is dat een uitkomst als ze onderlopen.'

De Rotterdamse stadsboeren voeren de koeien met overschotten van de voedselindustrie uit de stad. Voor de varkens in Ede geldt dat ook. 'Onze vrijwilligers halen de groente en het fruit op bij de groenteboer, de wei van een lokale kaasmakerij en de bierbostel bij een brouwer in Wageningen', vertelt Van Geneijgen.

Varkens dienden eeuwenlang als recycler van reststromen in de stad. 'Tot in de jaren vijftig hadden inwoners van stadswijken als de Utrechtse Wijk C twee varkens in de achtertuin. Een om zelf op te eten en een om te verkopen, het spaarvarken', zegt landschapsarchitect Frank Stroeken. Hij schreef een boek over 2000 jaar stadslandbouw in Utrecht. 'Maar zwijnen gaven ook overlast, waardoor er steeds meer regels kwamen en de varkens langzaam uit de stad verdwenen.'

Ook nu lopen stadsveehouders tegen een woud van regels aan. 'De bouw van onze drijvende boerderij heeft jaren vertraging opgelopen', zegt Van Wingerden. 'De huidige wetgeving is bedacht voor grootschalige veehouderij buiten de stad. Voor elke koe moet je bijvoorbeeld een verplicht aantal vierkante meters land hebben om de mest op uit te rijden. In de stad is dat land er niet, dus hebben wij een stuk polder gehuurd van natuurmonumenten in Midden-Delfland. De mest van onze koeien rijden we daar niet uit, die verwerken we op de boerderij en verkopen we.'

In Ede ondervonden ze de regeldruk toen de eerste vier varkens werden geslacht. 'Omdat het voer niet gecertificeerd is, mochten we het vlees niet verkopen', zegt Van Geneijgen. Varkens in grootschalige fokkerijen eten ook bierbostel en wei. 'Maar wij krijgen die reststromen van een kleinschalige kaasmakerij en brouwer. Voor die bedrijven is het te duur om een veevoedercertificaat aan te vragen.' De universiteit van Wageningen vond na enig onderzoek een oplossing voor Stadsvarkens. Van Geneijgen: 'We zijn nu een vereniging aan het oprichten. Het vlees mag namelijk wel verkocht worden aan leden van een vereniging.'

'Als stadsvee echt een hoge vlucht neemt, moet de overheid de regels daaraan aanpassen', zegt lector Ekkel. Ook wat betreft mogelijke dierziekten zouden de richtlijnen gewijzigd moeten worden om stadsveeteelt te accommoderen, denkt Ekkel. 'Kleinschalige veehouderij moet natuurlijk wel veilig zijn.' De overheid zou volgens hem moeten uitzoeken hoeveel kippen, varkens of koeien per stadsboer verantwoord zijn en hoeveel stadsboerderijen een stad aankan.

Ondanks de strenge regelgeving ziet Floating Farm een grote toekomst voor drijvende stadsboerderijen. Binnen drie jaar wil de organisatie in binnen- en buitenland waterboerderijen bouwen. 'Vanuit Singapore en Shanghai is er al serieuze interesse en we onderzoeken nu ook wat mogelijk is in Den Bosch.' Ook in Rotterdam blijft het niet bij veertig koeien als het aan Van Wingerden ligt: 'In dezelfde haven willen we nog een kippenboerderij met zesduizend kippen en een drijvende groentekas bouwen.'

De ambities voor de varkens in Ede zijn minder hoog. 'We willen vooral dat nog meer Edenaren de varkens leren kennen', zegt Van Ommen terwijl ze door het buurtbos loopt. Zelf vond ze het eerst moeilijk dat de dieren waarvoor ze met zoveel passie had gezorgd opgegeten werden. Nu zegt ze opgetogen: 'Binnenkort worden deze vier ook geslacht.'