'Staat moet intelligenter'

Frankrijk doorstaat de economische recessie beter dan zijn buurlanden. Volgens Jean-Paul Fitoussie, topadviseur van president Sarkozy, komt dat door het sociale beleid van de Franse staat....

‘Van een ongelooflijke hypocrisie.’ Dat is zijn oordeel over de nabeschouwingen van de klimaattop in Kopenhagen. ‘China wordt verweten dat het een akkoord heeft verhinderd. Maar de Chinese leiders hadden gelijk. De levensstandaard daar is voorlopig vele malen lager. De Chinezen zeggen: het Westen heeft zich ontwikkeld toen het kon. Verhinder ons niet hetzelfde te doen.’

De 67-jarige Jean-Paul Fitoussi, de linkse adviseur van de rechtse Franse president Nicolas Sarkozy, heeft de oplossing klaar om de opkomende grootmachten te laten meedoen aan de strijd tegen de temperatuurstijging. ‘Er moet een wereldfonds komen, gefinancierd door rijke landen, dat onderzoek laat doen naar milieuvriendelijke energie. De resultaten daarvan worden gratis aan armere landen ter beschikking gesteld. Als schoon produceren niets extra kost, dan doen ze mee. Als zij minder vervuilen, is dat ook in ons belang.’

Zijn werkkamer bij het OFCE (Observatoire Français des Conjunctures Economiques) in Parijs kijkt uit over de Seine. Op de glazen tafel liggen twee lijvige verse boeken van zijn hand: Richesse des nations et bien-être des individus (Rijkdom van landen en welzijn van mensen) en Vers de nouveaux systèmes de mesure (Naar nieuwe manieren van meten). Vertalingen in het Engels en Chinees staan op stapel.

Twee jaar geleden vroeg Sarkozy aan Fitoussi, hoogleraar aan de prestigieuze opleiding Sciences Po, na te denken over een nieuwe manier om economische groei te meten. Het bnp (bruto nationaal product) zou te veel factoren buiten beschouwing laten. Fitoussi riep op zijn beurt de hulp in van twee Nobelprijswinnaars – de Indiër Amartya Sen en de Amerikaan Joseph Stiglitz. Hun aanbeveling: voer geluk, kwaliteit van leven en duurzaamheid in als economische meeteenheden.

Het rapport, dat in september verscheen, maakt sindsdien een triomftocht over de wereld. Na Frankrijk overwegen Engeland, Italië, de OESO en de Europese Unie de nieuwe manier van meten in te voeren. Fitoussi overlegt met de OESO over de installatie van een permanente commissie die toeziet op de toepassing van het rapport.

‘We liepen onderweg een half jaar vertraging op’, vertelt hij lachend. ‘Dat maakte de timing perfect. De ontvangst die het rapport bij de G20 in Pittsburgh kreeg, overtrof onze verwachtingen.’

Volgens Fitoussi staan in de economie van nu twee kernvragen centraal: ongelijkheid en ecologie. Ongelijkheid noemt hij de voornaamste oorzaak van de economische crisis. Alle maatregelen – sociaal, economisch, politiek – moeten er op gericht zijn die te verminderen. Ecologie moet het leidend beginsel zijn voor de investeringen om uit de crisis te komen.

‘Economische statistieken geven een gemiddelde. Dat geeft bijvoorbeeld aan dat er groei is. Maar als die groei bij één procent terechtkomt, terwijl de helft van de bevolking geen verbetering ervaart, herkent niemand zich in die statistiek. Dat speelt nog meer wanneer, zoals nu, de ongelijkheid toeneemt. Vandaar dat we voorstellen niet alleen het gemiddelde, maar ook de afwijkingen daarvan te meten.’

Maar ongelijkheid is toch ook een motor voor economische groei?

‘Met die opvatting ben ik niet onbekend. Die veronderstelt dat de omstandigheden ideaal zijn: geen individu mag dan macht hebben over een ander en de sociale mobiliteit moet onbelemmerd zijn. In die situatie verkeren we niet. Alleen al onderwijs en gezondheidszorg creëren ongelijkheid.

‘Sinds de oliecrisis, dus al ruim een kwart eeuw, neemt ongelijkheid toe. De lagere middenklasse heeft minder te besteden en moet geld lenen voor een woning, terwijl de rijken hun inkomsten zien toenemen. Regeringen reageerden door de vraag verder aan te wakkeren. Dat gebeurde de afgelopen jaren structureel, ook als er geen inflatie was. Een logisch gevolg is dan dat de privéschulden toenemen. Dat zag je vooral in de Verenigde Staten, maar ook in Europa. Doordat die rijke minderheid aandelen bleef kopen, ontstond de luchtbel die vorig jaar uiteenspatte.

‘De meetinstrumenten die economen tot dusver gebruikten, maten niet dat de situatie onhoudbaar was. Omdat schulden en waarden even hard groeiden en er dus evenwicht was, ging er geen alarm af.’

Is die toegenomen ongelijkheid een wereldwijd verschijnsel?

‘De binnenlandse ongelijkheid is overal gegroeid. In China bijvoorbeeld zijn de verschillen veel groter dan tien jaar geleden. Maar tussen landen werd hij kleiner. Dat zie je niet terug bij de internationale organisaties, waar de landen in opkomst ondervertegenwoordigd zijn. Dat verergert de crisis. De rijke landen hebben hun banken gered. Armere landen kunnen zich dat niet permitteren. Die krijgen dus te maken met kapitaalvlucht. Oost-Europa, door de Europese Unie in de steek gelaten, is daar een voorbeeld van.’

Is ongelijkheid voor u een morele of een praktische kwestie?

‘Morele gevolgen zijn er ook: als de ongelijkheid toeneemt, functioneert de democratie slechter. Maar mij gaat het om de economische vertaling. De kwestie is niet dat je per se gelijkheid moet nastreven. Elke samenleving kan zijn eigen mate van ongelijkheid kiezen, volgens de eigen tradities en principes. Het probleem is dat die ongelijkheid groeit. Dat komt doordat de heersende doctrine is veranderd. Met het conservatisme als dominante stroming kon de markt zijn gang gaan. De hands off-houding van de overheden leidde ertoe dat fiscale en sociale concurrentie de echte productieconcurrentie ging vervangen.

‘Europa vormt een prachtig laboratorium om dat te observeren. Belastingen en sociale maatregelen zijn de enige middelen die de overheden nog resten. De meeste bedrijven zijn immers geprivatiseerd. En de Europese concurrentieregels leggen de productie aan banden.

‘Met hun investeringsplannen lijken de staten alsnog gewicht in de schaal te willen leggen. Frankrijk schreef onlangs een staatslening van 35 miljard euro uit om de economie een impuls te geven.’

Hoe denkt u daarover?

‘Het is voor het eerst in 25 jaar dat er herstelplannen in Europa zijn, en die plannen zijn niet zeer veelomvattend. Heb je zinvolle investeringen die rendement opleveren, dan kun je desnoods 200 miljard lenen.

‘Frankrijk gaat investeren in onderwijs, onderzoek, milieu en digitale technologie. Dan weet je zeker dat er rendement is. In al die sectoren is achterstand ontstaan. We profiteren nu nog van de investeringen in de infrastructuur die in de periode van naoorlogse bloei zijn gedaan. Was dat niet gebeurd, dan stond het land er veel slechter voor.

‘Europa moet voorop lopen in onderzoek naar nieuwe technologie op het gebied van energie en milieu. Die grote staatslening had eigenlijk Europees moeten zijn. Euro-obligaties uitschrijven om de concurrentiepositie te verbeteren – dat zou mijn voorstel zijn.’

Die lening maakt de regering nog afhankelijker van de banken.

‘De Franse staatsschuld neemt niet sneller toe dan elders en minder snel dan in de Verenigde Staten en Engeland. Hij bedraagt minder dan 70 procent van het bnp. Alle grote landen zitten in dezelfde zone. Zo’n lening is niet meer dan een druppel.’

Gelooft u dat Frankrijk de crisis beter doorstaat dan aangrenzende landen?

‘Ik geloof het niet alleen, de cijfers wijzen het uit. Het bnp neemt af met 2,1 procent, dat is de helft van het Europese gemiddelde. Duitsland zit op 5 procent. Er wordt gezegd dat het herstel trager zal zijn, maar dat is wishful thinking. In de periode tussen 1997 en 2000 herstelde Frankrijk sneller dan het Europese gemiddelde.

‘Terwijl rechtse ideologen graag beweren dat de groei sneller gaat naarmate er minder sociale bescherming is. Door het sociale beleid in Frankrijk stort de consumptie niet in, zoals in Duitsland.’

Hoe legitimeren regeringen zich, als er geen economische groei is?

‘De motor van de machine moet veranderen. Werk aan zonne-energie en energie uit zee, graaf tunnels naar Italië. Maak Europa minder afhankelijk van de rest van de wereld. Ik ben voorstander van kernenergie, maar dan met een investeringshorizon van een eeuw. Dat betekent dat alleen de staat dat kan aanpakken.’

De rol van de staten wordt dus belangrijker?

‘Belangrijker durf ik niet te zeggen. De staat moet intelligenter worden. Wie denkt dat de markt alles gaat oplossen, is naïef. Door banken te steunen zonder voldoende tegenprestaties te vragen, hebben staten zich bij de neus laten nemen. Consequent doorredenerend moet je zeggen: de banken hebben niet gefunctioneerd. Ze hadden dus genationaliseerd moeten worden, als overgangsmaatregel. Of onder staatstoezicht moeten worden geplaatst.

‘De banken waren zo groot, dat ze niet failliet mochten gaan. Sinds de crisis zijn ze verder gegroeid. Daarin schuilt een groot risico.’

Waarom haalt Sarkozy zijn raadgevers van links?

‘De simpele feiten geven rechts ongelijk en links gelijk. Dit is niet het moment om te adviseren de markt zijn gang te laten gaan. We hadden al lang gewaarschuwd dat we recht op de muur afgingen. Dan is het beter advies te vragen aan iemand die eerder dan de anderen die dreiging zag.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden