Springtime vindt de fiets telkens opnieuw uit

De laatste 'vernieuwing' van de fiets was de mountainbike, vinden de ontwerpers van het ontwerpbureau Springtime. Zij willen geheel nieuwe fietsen uitvinden....

Een fiets is een fiets is een fiets. Toch? In honderd jaar nauwelijks veranderd, een driekhoek van stalen buizen een voorvork en twee wielen. Je zou concluderen dat de fiets welhaast moet zijn uitontwikkeld. Als er niets meer verandert aan het onwerp, moet alles perfect op zijn plaats zitten.

Maar is dat zo? Het eeuwig brandende fietslampje bestaat nog niet, en kettingen blijven ontsporen. Een achterband wisselen zou een van de werken van Hercules geweest kunnen zijn. Dit is geen product dat 'af' is. Integendeel.

'Het is een kerstboom. Verschrikkelijk', zegt industrieel ontwerper Jorrit Schoonhoven (32). 'En daardoor gaat er van alles kapot.'

Samen met drie eveneens in Delft afgestudeerde vrienden, Anton Brunt, Marcel Schreuder en John Kock, begon hij vijf jaar geleden het ontwerpbureau Springtime dat sindsdien een specialist is geworden op het gebied van 'de nieuwe fiets'. Dit wordt een belangrijk jaar, omdat een aantal van hun opmerkelijke rijwielen voor het eerst de straat op gaat.

Het ontwerp dat de meeste aandacht kreeg, is ongetwijfeld de nieuwe bakfiets die het bureau heeft ontworpen voor de postbestellers van PTT. Het is een bakje met een hoog knuffelgehalte en eentje waarbij kijken niet genoeg is.

Zien is berijden. Zitten op de bok, met de handen op het paperclip-achtige stuur, geeft een machtig gevoel. Soepeler dan gedacht zet het gevaarte zich in beweging. En wonderbaarlijk: slechts het stuur beweegt, de knalrode gewelfde bak met de twee eigenwijze koplampjes blijft strak naar voren gericht. Dit is de eerste bakfiets waarbij de bak zelf niet beweegt, maar slechts de wielen. 'Dat is beter voor de rug van de postbode', zegt Schoonhoven.

Een bak die niet beweegt. Resultaat van opnieuw beginnen te denken vanuit de functie. Simpele vragen stellen: 'Waarom zou de fietsbak moeten bewegen?'. Dat is wat alle industrieel ontwerpers doen, en als je hen loslaat op een fiets kunnen er gekke dingen gebeuren.

De autofiets bijvoorbeeld, ofwel in onvermijdelijk jargon: carbike. Hij lijkt wel kreupel geslagen, deze vouwfiets die in de achterbak van een auto past. Alsof hij met toevallige restjes gekronkeld staal in elkaar werd gelast.

Hij ziet er kaal uit, maar dat is de bedoeling: nodeloze uitsteeksels zijn eraf gehaald. Dat betekent: de ketting onbereikbaar opgeborgen in het frame, de wielen slechts aan een kant opgehangen, geen kluwen kabeltjes, geen dubbele stangen, geen honderdtal spaken. Deze tweewieler won twee jaar geleden de Europese fiets-ontwerpprijs.

Maar wat als de ketting gaat rekken en eraf dreigt te lopen: is deze fiets dan nog steeds zo handig? Gebeurt niet, zegt Schoonhoven droogjes. 'Er zit een automatisch kettingspannertje op. Er is niets aan. Ik snap niet dat het niet op iedere fiets zit, maar dat bedoel ik, er verandert nooit wat in de fiets industrie.'

De auto-industrie en fietsenmakers waren altijd strikt gescheiden werelden, maar nu binnensteden in heel Europa dichtslibben kijken de automakers voor het eerst naar de fiets voor hulp. Omdat Springtime zich nooit een fietsontwerpbureau heeft genoemd, maar een bureau voor 'mobiliteitsoplossingen', zien zij er geen been in om aan een tafel te zitten met de grootvervuilers en fabrikanten van gemotoriseerd blik.

'Waarom niet? Ons gaat het om de vraag hoe je mensen van A naar B krijgt en de middelen die daarvoor nodig zijn.' In het atelier met wanden van glas die uitkijken over het Amsterdamse IJ slingeren dan ook vouwfietsen en vouwsteppen rond ('We houden van vouwen'). Schoonhoven toont ook een variant op de Easywalker-kinderwagen die wel tot een klein pakketje valt op te vouwen en die in de achterbak van een kleine auto past. Het zitje kan dan als autostoeltje worden gebruikt.

'We proberen nooit een product te maken dat op zichzelf staat', legt hij uit. 'We proberen functies te combineren, een fiets in de kofferbak, een buggyzitje op de achterbank.' Die visie begint aan te slaan, zelfs bij conservatieve auto-industrie, merkt hij op. 'De autofabrikanten zijn altijd erg op zichzelf gericht geweest. Nu het vastloopt, moeten ze voorbij de auto kijken. Een vouwfiets is ideaal. En een vouwfiets kun je trouwens ook in de trein meenemen.'

De autofiets heet echter niet voor niets autofiets. De eenzijdige wielophanging is typisch auto, en zo zit er meer autoinspiratie in deze vouwfiets. Bovendien heeft Volkswagen het ontwerp omarmd en biedt het de fiets vanaf volgende maand aan als accessoire bij de Beetle (de nieuwe Kever) onder de naam 'Bee'. Schoonhoven: 'Een woordje in een woord, een productje in een product'.

Het volgende project staat alweer klaar: een elektrische scooter. Nu is het nog een schaalmodel van hout en kunststof, maar het no-nonsense 'eitje' heeft potentie. 'De trend in de steden is elektrische voertuigen. Vooral in Zuid-Europa met zijn benzinescooters is er noodzaak om in te grijpen. In Bologna krijg je al subsidie als je een elektrische fiets koopt.'

Krijg fabrikanten echter maar eens zo gek dat ze deze radicaal ogende voertuigen gaan produceren. Bij de meeste fietsenmakers hoeft Springtime niet aan te kloppen ('De mountainbike is de enige en laatste vernieuwing van de fiets geweest'), en Volkswagen begint geen tweewielerfabriek.

Vandaar dat de Delftse ontwerpers iets ongebruikelijks hebben gedaan. Samen met de eigenaar van Union-fietsen richtte Springtime onlangs een joint venture op: Urban Solutions. Dat bedrijfje gaat de eigenzinnige voertuigen van Springtime op de markt proberen te brengen. De autofiets van Volkswagen is daarom straks ook te koop als Tango, zonder dat je er een auto bij hoeft aan te schaffen.

Van ontwerpers, die gewend zijn uurtjes te schrijven en hun vindingen volledig af te staan aan de opdrachtgever, worden de Springtime-oprichters dus ondernemers.

En dat is een opmerkelijke stap, geboren uit frustratie omdat er in de fietsindustrie nooit wat verandert, maar ook uit de visie dat 'anders een ander met de winst gaat lopen'. Met een omzet van drie miljoen gulden en een ploeg van 23 medewerkers - in ontwerpland geldt dat als een groot bureau - erkent Schoonhoven dat hij en zijn compagnons 'enorme risico's nemen'.

Maar ja, een ontwerper wil koste wat kost zijn producten in bedrijf zien. 'Je wilt gebruikt worden', zegt Schoonhoven. 'Toen ik de eerste tien PTT-bakfietsen in het bos zag rijden en hoorde hoe enthousiast de postbodes erover waren, gaf dat de grootste voldoening. Wat wij maken is niet om in een kast te zetten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden