Spoorlijn over ‘het dak van de wereld’

In Qinghai begint op 2800 meter de nieuwe, hoogste spoorweg ter wereld. Vanuit Peking is er gelukkig een dokter mee: ‘Hoogteziekte voelt als een flinke kater.’ Door Hans Moleman..

Hans Moleman

Voorbeeldig gedekte tafels heeft het dinerrijtuig van trein Y93. Dat mag ook wel: dit is de meest luxe trein van China. Alleen die vetplantjes midden op tafel, pal voor het raam – ze detoneren een beetje. Maar het zijn niet zomaar vetplantjes; de vetplantjes komen nog uit de trein waarmee Mao door het land trok, vertelt de reisleider trots. De oude trein is gesloopt, maar de plantjes zijn gered en overgeplaatst naar de Y93, ‘een van de twee speciale treinen van de regering van de Volksrepubliek China’.

Zouden vetplantjes echt zo langzaam groeien? Ze zijn amper twintig centimeter hoog. Maar als het verhaal klopt en deze plantjes dus pakweg een halve eeuw oud zijn, dan hebben ze het nodige meegemaakt. De heerschappij van de Voorzitter, van de liberale periode dat Duizend Bloemen mochten Bloeien, tot de donkerste dagen van chaos en terreur van de Culturele Revolutie. Dat besef geeft een heel ander zicht op de stugge flora voor het raam.

Hoe dan ook, trein Y93 is een bijzonder transportmiddel. Het is een Chinese VIP-trein, die normaal alleen wordt gebruikt voor comfortabel vervoer van hoogwaardigheidsbekleders. Regeringsfunctionarissen en hun familie gebruiken de trein graag om er zomers mee op vakantie te gaan. Maar tegenwoordig – niets is meer heilig in China, als je maar betaalt – kan de trein ook worden gehuurd voor toeristische bestemmingen, zoals een reis naar de hoogste spoorlijn ter wereld, naar Lhasa, de hoofdstad van Tibet.

De trein vertrekt uit Peking en stopt een dag in Xian, voor een bezoek aan de lemen krijgers en de Tang Dynasty Show, een vorstelijk diner spectacle, met zang en dans. En dan is het de bus in, op naar het perron waar de Y93 wacht voor een lange reis door de buitengewesten van het Chinese rijk.

Het binnenland van China is niet een van de mooiste streken op aarde. Onderweg door Qinghai, de grote lege provincie die grenst aan Tibet, schuiven desolate landschappen aan het raam voorbij. Mooi is het meer van Qinghai, het grootste binnenlandse meer van het land. Maar verder is het weerbarstig, kaal landschap met kolenopslagplaatsen, verlaten huizen, groepen mannen die wroeten in de aarde.

Qinghai telt meer schapen en jaks dan mensen, en je begrijpt waarom. Het is geen toeval dat de provincie een vestigingsplaats is geworden voor strafkolonies. De trein passeert zo’n gevangenkamp van heel dichtbij; op een eenzaam station staat de dienstdoende stationschef stram in de houding op het perron, een rode en een groene vlag in de handen geklemd. Het miezert ook nog buiten.

De meeste passagiers hebben er weinig oog voor. Menigeen bereidt zich mentaal voor op wat komen gaat: de reis over de Tangula-pas op 5072 meter hoogte. Wie op die hoogte een paar keer door de knieën gaat, snakt meteen naar adem. Hoogteziekte kan zomaar toeslaan, wordt gezegd. Vooral sommige pensionado’s in het gezelschap vragen zich bezorgd af of ze het wel aan kunnen.

Gelukkig is er een dokter in de trein. Een blozende jonge Amerikaanse, die voor de liefhebbers in haar spreekkamertje in rijtuig 7 informatiemateriaal heeft klaarliggen. De schrik slaat je om het hart, als je het doorneemt. ‘Hoogteziekte voelt als een flinke kater. Wie er echt last van krijgt, wordt verward en gaat zwalken alsof hij stomdronken is.’

En dan kun je ook nog longoedeem oplopen – vocht in de longen: ‘Herkenbaar aan een kuchje, roze schuim op de mond en blauwe lippen’. Ook in dat geval moet de patiënt zo snel mogelijk naar lagere streken zien te komen, liefst gedragen, luidt het medisch advies.

Maar hoe dan? We zitten vast in de trein!

’s Avonds aan tafel bij de Mao-plantjes is de nervositeit merkbaar. De pillen van de Amerikaanse dokter tegen hoogteziekte vinden gretig aftrek, ondanks hun bijverschijnselen (tintelende handen en veelvuldig plassen). Alcolhol, roken? Gaat absoluut niet samen met die pillen.

Dat is jammer, want de Y93 heeft naast twee dinerrijtuigen een voortreffelijk barrijtuig, waar een gemoedelijke staatsober verfrissingen schenkt en schaaltjes pinda’s serveert. Samen met een Amerikaanse wijnimporteur die in Peking woont, besluit ik de pillen te laten staan en een stevige Chileense shiraz te ontkurken. We steken er nog een op. Tegen het vallen van de avond schuift een pianiste achter de staatspiano, en begeleid door allerhande evergreens rijden we de Qinghaise nacht in.

De volgende ochtend is het vroeg op, want er moet worden overgestapt. De Y93 stopt in Golmud, een steppestad van ruim 100 duizend inwoners die leeft van potassiummijnen midden in de leegte van Qinghai. Hier, op een hoogte van 2800 meter, begint officieel de hoogste spoorweg ter wereld, het 1142 kilometer lange traject over ‘het dak van de wereld’ naar Lhasa, die deze zomer officieel in gebruik werd genomen.

De speciale VIP-trein uit Peking mag niet verder omdat de rijtuigen geen speciale isolatie plus met extra zuurstof verrijkte luchtverversing hebben. De nieuwe treinen naar Lhasa hebben dat wel. In twaalf uur zoeven ze van Golmud Qinghai over de permafrost naar Tibet.

De tafeldecoratie in het dinerrijtuig van de Lhasa-express mag er ook wezen: oogverblindend zijn de glimmende beeldjes van de Tibetaanse antilope. De express is een moderne trein: hier geen eigen slaapcoupé, geen rode lopers of een heel rijtuig met luxe doucheruimten, maar coupés met vier of zes stapelbedden en een zit-wc. De goedkoopste tickets geven recht op een zitplaats en gebruik van een hurkplee, die door gebrekkig schoonmaken al snel geweldig smerig wordt.

De trein klimt omhoog. Het is hartje Tibetaanse zomer – sneeuw en ijs zijn alleen zichtbaar op verre bergtoppen, de permafrost ziet eruit als een zompig groen heideveld. Hier en daar zijn spoorarbeiders nog bezig met de afwerking van de spoorlijn: er worden hekken geplaatst om dieren van het talud weg te houden. De trein trekt langs schamele tenten van herdersfamilies die hun kuddes jaks op de zomerweide laten grazen. Een vrouw in Tibetaanse dracht, het gezicht roodbruin verweerd, staart vanaf een heuveltje vlak naast de spoorbaan onbewogen naar de langsdenderende trein.

Als het al lang en breed donker is, loopt de express het grote, gloednieuwe station van Lhasa binnen. De bouwstijl is duidelijk geënt op het Potalapaleis, de machtige, eeuwenoude boeddhistische burcht in het centrum van de Tibetaanse hoofdstad.

En de hoogteziekte? Lhasa ligt op 3600 meter, maar de klap valt mee. Kalm bewegen, tijdig rusten en alles gaat naar wens. Of zou het aan die Chileense wijn liggen?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden