Spijt van privatiseren

De wereld heeft zijn buik vol van privatisering. Hét model voor economische ontwikkeling aan het eind van de vorige eeuw is op zijn retour in de Derde Wereld en Rusland....

Olav Velthuis

Tijd om de jaren negentig ongedaan te maken, dacht de Russische president Poetin vorig jaar. Onder zijn voorganger Jeltsin kocht een rijke elite waardevolle staatsbedrijven voor een habbekrats op. Tot groot ongenoegen van de Russische bevolking. En van Poetin zelf, die het omvangrijke oliebedrijf Joegansk, tot voor kort in handen van oligarch Chodorkovski, in december onteigende.

In het Westen kreeg Poetin op zijn kop, maar in ontwikkelingslanden keken regeringsleiders jaloers toe. De wereld lijkt spijt te hebben van massale privatiseringen.

In Indonesië oordeelde de rechter vorige maand dat wetgeving voor privatisering van de elektriciteitssector strijdig is met de grondwet. In Bolivia annuleerde de regering twee weken geleden een contract met de Franse watermultinational Suez na massale protesten van de bevolking. Ook Argentinië denkt momenteel na over renationalisatie van de watervoorziening.

Een kwart eeuw is privatisering nu aan de gang. Margaret Thatcher nam in 1981 de aftrap met de verkoop van vliegtuigbouwer British Aerospace; niet Europa of de Verenigde Staten, maar Latijns Amerika volgde in de jaren tachtig haar voorbeeld.

De Chileense regering bijvoorbeeld bood haar telefoniebedrijven vanaf 1982 al te koop aan. In Mexico daalde het aantal staatsbedrijven tussen 1982 en 1994 dramatisch van 1155 naar 219. Wereldwijd bedroeg die daling over dezelfde periode 8500. En tussen 1992 en 2001 investeerden particulieren in ontwikkelingslanden alleen al 650 miljard dollar in infrastructuur; met dat geld kochten zij staatsbedrijven aan, begonnen zij - na liberalisering van de markt - nieuwe projecten, of kochten zij van de overheid een licentie om de publieke werken te mogen exploiteren.

Terwijl in de Verenigde Staten, ogenschijnlijk het walhalla van de vrije markt, de overheid nog steeds hoofdverantwoordelijk is voor het water in de kraan, kregen multinationals in ontwikkelingslanden zo een flinke voet tussen de deur.

De motieven voor privatisering zijn bekend: verhoging van efficiency, verlaging van prijzen, en vertroeteling van de consument. Vooral in ontwikkelingslanden viel daarmee een wereld te winnen. De Wereldbank, die met armoedebestrijding en ontwikkeling belast is, schatte begin jaren negentig dat jaarlijks 55 miljard dollar verloren ging aan onder meer lekkende waterleidingen, haperende elektriciteitsnetwerken, en verbroken telefoonverbindingen in ontwikkelingslanden. Bovendien had een groot deel van de wereldbevolking geen stromend water, toilet of telefoon in huis.

Links en rechts waren het erover eens dat het zo niet verder kon. Maar vraag niet of privatisering de juiste oplossing was. Want 25 jaar privatisering is uitgelopen op een loopgravenoorlog tussen vooren tegenstanders van globalisering.

Een duidelijke winnaar lijkt die oorlog niet te krijgen. Want zoveel staatsbedrijven zijn geprivatiseerd, dat iedereen wel voorbeelden vindt om zijn standpunt te onderbouwen. Voorstanders schermen graag met de privatisering van telefonie, die in vrijwel ieder land, rijk of arm, goed is verlopen: de prijzen daalden fors terwijl het aantal aansluitingen steeg. Zelfs in Afrika, dat in het hele privatiseringsdebat nauwelijks voorkomt omdat daar simpelweg weinig te privatiseren valt, lopen veel mensen nu met een mobieltje rond.

De andersglobalisten zwijgen daarom wijselijk in alle talen over telefonie; maar des te harder slaan ze terug met de privatisering van water, die heel wat minder soepel verliep.

Privatisering maakt de problemen juist groter, roepen de andersglobalisten. Werknemers bij nutsbedrijven zijn massaal op straat gezet - in Argentinië alleen al 150 duizend werknemers tussen 1987 en 1997. Bovendien schoten de prijzen van essentiële voorzieningen zoals water na privatisering omhoog. In sommige buurten van Buenos Aires, waar het gemiddeld maandinkomen rond 1995 250 dollar bedroeg , vroeg het nutsbedrijf na privatisering 1500 dollar aansluitkosten (met een coulante afbetalingstermijn van 24 maanden, dat wel).

In andere landen, zoals ZuidAfrika, werden armen eenvoudigweg afgesloten van het netwerk; van een kale kip kan je immers niet plukken.

De nieuwe bedrijven keerden ondertussen vette rendementen uit aan hun grootaandeelhouders: internationale elektriciteitsboeren zoals het Italiaanse Edison en het Amerikaanse Enron en waterbaronnen zoals het Franse Suez, het Britse Thames en het Amerikaanse Bechtel (bekend van de megacontracten die het bedrijf in 2003 van de regeringBush kreeg voor de wederopbouw van Irak).

De privatiseringshaat van andersglobalisten lijkt breed te worden gedragen. Latijns Amerikaanse presidentskandidaten trokken de afgelopen jaren stemmen met plannen voor renationalisatie van nutsbedrijven; in wereldwijde opiniepeilingen blijkt een meerderheid privatisering de afgelopen jaren af te keuren.

In 1999 kwamen zeven mensen om bij massale rellen in de Boliviaanse stad Cochabamba die ontstonden toen een internationaal consortium (waaronder ook Bechtel) de prijzen van water met een kwart wilde verhogen. Na de rellen besloot het consortium zich terug te trekken; of de Boliviaanse overheid nog wel even een schadevergoeding van 25 miljoen dollar wilde overmaken.

'Plunder en profijt', 'De waterbaronnen grijpen de macht', 'Het grote gegraai is begonnen', kopten de andersglobalisten op de opiniepagina's. Maar de voorstanders van privatisering, die vooral bij westerse regeringen, de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds te vinden zijn, kopten terug: 'Mits goed aangepakt wint privaat van publiek', 'Tel uw zegeningen.'

Want door privatisering zouden meer dan een miljard huishoudens wereldwijd een aansluiting hebben gekregen op water, telefonie of elektriciteit. De kwaliteit van de voorzieningen is tegelijkertijd gestegen; in Argentinië daalde het aantal kinderen dat sterft door watergerelateerde ziektes bijvoorbeeld na privatisering. Natuurlijk, ontslagen vielen er, maar die waren onvermijdelijk omdat de staatsbedrijven zo ongehoord inefficiënt te werk gingen; na privatisering steeg de arbeidsproduktiviteit binnen nutsbedrijven dan ook met een derde. En ook aan hogere prijzen viel niet te ontkomen, meenden de voorstanders van privatisering, want voor de privatiseringsslag leverden de meeste staatsbedrijven tientallen procenten onder de kostprijs.

Hoe nu verder? Vast staat dat de wereld niet zonder de deelname van private partijen kan. In veel ontwikkelingslanden zijn de staatsbedrijven die niet zijn geprivatiseerd nog even corrupt als 25 jaar geleden. Dat betekent dat aansluitingen door middel van vriendjespolitiek worden geregeld, en nauwelijks actie wordt ondernomen om het bereik van de nutsbedrijven onder de arme bevolking te vergroten.

Bovendien is de wereldwijde financieringsbehoefte van nutsbedrijven zo groot dat aan deelname van private partijen niet valt te ontkomen. Volgens het World Water Forum, dat in 2000 in Den Haag werd gehouden, is tot 2025 jaarlijks 105 miljard dollar aan nieuwe investeringen nodig om in de waterbehoefte voor consumptie en landbouw te voorzien.

Om de Millenniumdoelen van de Verenigde Naties te halen op het gebied van energievoorziening, vragen ontwikkelingslanden tot 2015 om een investeringsimpuls van 200 miljard dollar. Onvoorstelbare bedragen, die de meeste overheden in ontwikkelingslanden onmogelijk zelf kunnen ophoesten; nu al bezwijken die onder torenhoge begrotingstekorten en een onhoudbare schuldenlast.

Wil privatisering in de toekomst werken, dan moet de wereldgemeenschap leren van lessen uit het verleden. Veel van de wonden die onzorgvuldige privatisering heeft toegebracht, waren niet nodig en kunnen in de toekomst worden voorkomen.

Om te beginnen is draagvlak van de lokale bevolking een vereiste. Dat kan worden gecreëerd door middel van compensatie van burgers die onder privatisering te lijden krijgen; overheden moeten bovendien eerlijke prijzen voor basisvoorzieningen garanderen voor minder draagkrachtigen.

De massale protesten van de afgelopen jaren en het groeiend aantal spijtoptanten, duiden erop dat het juist aan dit draagvlak ontbrak. Dat is niet verwonderlijk, want de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) legden privatisering in het verleden van Pbovenaf op, onder het motto: wie niet privatiseert, hoeft Latijns ook niet op nieuwe leningen te rekenen. Amerika Voor het IMF, dat toezicht houdt op de overwegen stabiliteit van de wereldeconomie, was bedrijven niet de kwaliteit en maar weer de prijs van voorzieningen een zorg, te naasten maar de schuldenlast die ontwikkelingslanden met de opbrengst van privatisering moesten afbouwen.

Ten tweede zijn strenge regulering, duidelijke contractuele afspraken en sterk onafhankelijk toezicht noodzakelijk, omdat veel nutsbedrijven per definitie een monopoliepositie hebben (een bedrijf gaat immers niet zijn eigen waterleidingen aanleggen). Vooral in landen die het hardst een verbetering van hun nutsbedrijven nodig hebben, ontbreekt het daaraan, met als gevolg dat corruptie en machtsmisbruik ook na privatisering op de loer liggen.

Een ander probleem is dat de privatiseringslust binnen het bedrijfsleven sinds het einde van de jaren negentig is gedaald - volgens de Wereldbank zelfs met 80 procent. Dat private partijen als haviken klaar staan om staatsbedrijven over te nemen, zoals andersglobalisten willen doen geloven, is dus flauwekul. De economische crises in Rusland, Azië en Latijns Amerika, de vaak chaotische privatiseringsprocessen, en de grote weerstand die multinationals onder de lokale bevolking oproepen, zijn debet aan de slinkende belangstelling.

Naast privatisering, zal dus moeten worden nagedacht over alternatieven om de prestaties van overheidsinstellingen te verbeteren zonder ze te verkopen. Door het heilige geloof in de markt is van zulke initiatieven de afgelopen 25 jaar veel te weinig werk gemaakt.

Terwijl ze er wel waren. In Bogotá bijvoorbeeld verzette de bevolking zich eind jaren negentig met succes tegen privatisering. De burgemeester van de Colombiaanse hoofdstad geloofde niet dat een commercieel bedrijf zich zou inspannen om de sloppenwijken op riolering en drinkwater aan te sluiten. Daarom hield hij liever zelf het heft in handen. Met als voordeel dat het nutsbedrijf zijn winst niet naar aandeelhouders hoefde door te sluizen, maar aan nieuwe investeringen kon besteden. En terwijl private bedrijven belang hebben bij grootverbruik, zette het waterleidingbedrijf van Bogotá juist in op zuinigheid. Daardoor was capaciteitsuitbreiding van het netwerk niet noodzakelijk. Niettemin schoten ook in Bogotá de waterprijzen omhoog, juist voor de armen. Maar vanwege haar vertrouwen in het overheidsbedrijf, bleef de bevolking desondanks de waterrekening betalen.

En in Santa Cruz, een van Bolivia's grootste steden, is de watervoorziening via een coöperatie, Saguapac, geregeld. De kleine honderdduizend klanten van Saguapac zijn daarvan automatisch lid. Zij mogen zelf het bestuur kiezen, dat op zijn beurt de directeur aanstelt en de tarieven vaststelt. Daardoor heeft de cooperatie geen last van politieke inmenging.

Onderzoekers van de Universiteit van Birmingham concludeerden dat het nutsbedrijf tot de beste waterleveranciers van Latijns Amerika behoort: er lekt maar weinig water weg, de rekeningen worden betaald, terwijl het personeelsbestand van de coöperatie binnen de perken blijft. In de nabijgelegen stad El Alto, waar water wél in particuliere handen kwam, ging de bevolking de afgelopen weken nog met honderdduizenden tegelijk de straat op om te protesteren tegen tariefsverhogingen.

Het is kortom tijd om de ideologische loopgravenoorlog een halt toe te roepen, en pragmatische oplossingen te ontwikkelen. Westerse regeringen, de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds moeten hun heilige geloof in privatisering laten varen. En andersglobalisten mogen blijven roepen dat water geen economisch maar een gemeenschappelijk goed is - en daarom per definitie niet op de markt mag worden verhandeld - maar daarmee wordt de dorst van een miljard wereldburgers niet gelest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden