Sorry is niet het moeilijkst

We leven in een sorrycultuur. Voor alles wat er misgaat in het openbaar bestuur en management, wordt een openbaar excuus verwacht....

Elton John zingt het en wij zingen het moeiteloos met hem mee: ‘Sorry seems to be the hardest word.’ Sorry lijkt het moeilijkste woord om te zeggen. Maar is het ook zo? Probeer maar eens een dag géén sorry te zeggen. Dat is pas moeilijk. Sorry rolt er zo makkelijk uit.

‘Sorry, kunt u me zeggen waar de supermarkt is?’

‘Sorry dat ik later ben, ik stond in de file.’

‘Sorry, kunt u even ergens anders staan roken?’

‘Sorry, mag ik er even langs?’

Terwijl de laatste twee ‘sorry’s’ soms nauwelijks als echte verontschuldigingen zijn bedoeld, maar in aanzet om irritatie te maskeren: ergernis omdat je last hebt van iemand zijn sigarettenrook of omdat iemand stilstaat aan de verkeerde kant van de roltrap en daarmee de weg verspert.

Dan is er het ‘sorry, dan moet je ook maar niet zo’n rotopmerking maken’ – waar het verwijt al bij het excuus zit ingebakken. Of, behoorlijk vilein, iemand die na een politiek incorrecte grap ten overstaan van de anderen ‘sorry’ zegt tegen de enige vrouw of allochtoon in het gezelschap. Daar is niks verontschuldigends aan. Dat is een vorm van vernedering.

Zulke sorry’s zeggen we genoeg en dat is ook niet waar Elton John het over heeft. Toegeven dat je een fout hebt gemaakt, is voor jezelf al niet makkelijk, laat staan tegenover anderen. Of misschien is het juist omgekeerd: omdat het buitengewoon onprettig is tegenover anderen toe te geven dat je iets verkeerd hebt gedaan, wil je het liever zelf niet weten.

In de persoonlijke sfeer ligt de winst van een excuus in het herstel van een verhouding en van je gemoedsrust. Met openbare excuses of excuses op zakelijk gebied, spelen er ook andere belangen mee. Het opeisen van een excuus kan een strategisch middel zijn om iemand in een onhoudbare positie te dwingen. Een excuus kan juridische en financiële gevolgen hebben, wat zeker speelt als bankiers verontschuldigingen gaan aanbieden voor hun aandeel in de huidige economische crisis. Een excuus kan ook worden ingezet als politiek wisselgeld, of eenvoudig als afkoop.

Dat maakt het excuus tot een lastig te interpreteren manoeuvre. Iets wat zowel geldt voor de eis om een excuus, zoals aan de Amsterdamse burgemeester Job Cohen toen op 12 maart zeven burgers werden aangehouden na een terreurdreigement, als voor het aanbieden van een excuus, wat in politiek Den Haag al zo gebruikelijk is geworden dat oud SP-leider Jan Marijnissen in 1995 het begrip ‘sorry-democratie’ introduceerde. De term hield stand en werd tien jaar later, in 2005, officieel in de Dikke van Dale opgenomen.

Waar Marijnissen op doelde, was een uitgesproken excuus zonder consequenties in de kwestie rond Iraanse vluchtelingen die werden teruggestuurd naar Iran – een veilig land, volgens staatssecretaris Schmitz van Justitie – met de belofte dat van Nederlandse zijde ‘gemonitord’ zou worden hoe het de vluchtelingen in Iran zou vergaan. Dat gebeurde niet, de verantwoordelijke staatssecretarissen Schmitz en Patijn van Buitenlandse Zaken boden hun verontschuldigingen aan, er werd een motie van wantrouwen ingediend die niet werd aangenomen en verder gebeurde er niets. En zo volgden in de jaren erna bij diverse kwesties excuses zonder gevolgen als manifestatie van een sorrydemocratie met een smoezenkabinet. Niet alleen in Nederland. Ook buitenlandse staatshoofden, de paus en onlangs ook de Amerikaanse president Obama (na een ongelukkige uitspraak over gehandicapte sporters) ontkwamen niet aan een ritueel mea culpa.

In die zin is het te waarderen dat burgemeester Cohen deze maand weigerde mee te werken aan zo’n devaluatie van het excuus in een sorrycultuur. Een excuus, is zijn mening, maak je als je iets fout hebt gedaan en volgens hem waren er in de zaak rond de terreurdreiging in Amsterdam Zuidoost geen fouten gemaakt. Wel heeft hij de betrokkenen gesproken, zijn empathie geuit en zijn er afspraken gemaakt voor nazorg. Misschien niet de gewenste woorden, maar wel daden.

Of dat genoeg is voor de betrokkenen en voor alle anderen die om verontschuldigingen hebben geroepen, is een tweede. Want wat is precies de vraag wanneer er excuses worden geëist? Een knieval of een oplossing? Welke genoegdoening is nodig om een zaak weer in het reine te brengen? In veel gevallen is erkenning van aangedaan leed een eerste vereiste, direct erachteraan komen de boetedoening en de materiële vergoeding. Maar er zijn ook kwesties waar elke vorm van excuus tekortschiet. De Japanse troostmeisjes. De slachtoffers van Srebrenica. Of, recenter en op veel kleinere schaal: de Oostenrijker Josef Fritzl die jarenlang zijn kinderen in een kelder opsloot en zijn dochter als seksslavin misbruikte. Het excuus dat de Japanse premier Shinzo Abe in 2007 uitsprak, geeft de troostmeisjes hun verwoeste levens niet terug. Met de levenslange gevangenisstraf van Fritzl halen dochter Elisabeth en haar kinderen de 24 verloren jaren niet in.

En hoe zal dat gaan met de bankiers, de beleggers, de financiële topmannen die jarenlang dikke bonussen hebben geïnd? Aan hun adres klinkt de roep om verontschuldiging steeds luider. Ingegooide ruiten, bustours door hun villawijken en zelfs gijzeling van een manager zijn onmiskenbare signalen voor een ontluikende volkswoede waar een excuus echt niet zal volstaan. Bankiers kunnen hun fouten erkennen en hun verontschuldigingen aanbieden. Het siert Floris Deckers, topman van Van Lanschot Bankiers, ook zeker dat hij dat onlangs heeft gedaan. Maar waar particuliere fouten zijn overgegaan in misstanden die het individu overstijgen, wordt sorry poep met porrie.

Waar fouten worden gemaakt, worden schuldigen aangewezen. Dat gaat gepaard met statusverlies, materieel verlies en verlies aan vertrouwen. Heel naar allemaal. En fouten worden gemaakt. Dat is menselijk, dat weet iedereen, maar dan wel graag door andere mensen en niet door jezelf. Niet het sorry is het moeilijkste, maar het accepteren van je eigen fouten. Daarin ligt de werkelijke groeipijn van de sorrycultuur. Sorry is de eerste stap, maar wat telt is in hoeverre je ook echt verantwoordelijkheid kunt nemen om een fout daadwerkelijk te herstellen of te compenseren. Dan is een excuus geen loos zwaktebod meer, maar een krachtbron.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden