'Sorry chairman, we moeten nog leren'

Arme landen ontberen vaak expertise om te onderhandelen in de Wereldhandelsorganisatie WTO. Cursussen in Genève moeten helpen. 'Leuk, zo'n cursus....

SHAILENDRA KUMAR is aan koffie toe. De ambtenaar uit India heeft als handelsexpert-in-opleiding net even meegekeken bij de Trade Negotiation Committee - zeg maar het handels-onderhandelingscomité van de Wereldhandelsorganisatie WTO. Vrolijk wordt hij er niet van. Vandaag stond het opengooien van landbouwmarkten op de agenda. Kumar, verbijsterd: 'Die Europeanen geven geen mil-li-meter toe!'

De meest ingrijpende besluiten (Krijgt Afrika goedkope Aids-medicijnen? Wanneer mag rietsuiker vrijelijk Europa in?) vallen in zaaltjes in jaren-zeventig-bruin langs het imposante meer van Genève. Diplomaten uit de 144 WTO-lidstaten schaven daar, op het WTO-secretariaat aan de Rue de Lausanne, in gemiddeld drie vergaderingen per dag aan handelsverdragen en tariefafspraken. Anoniem bezegelen zij het lot van Afrikaanse koffieboeren en Zwitserse farmaceuten.

Soms grijpt in zo'n bijeenkomst een diplomaat uit een Afrikaans of Caribisch land naar de microfoon: 'Sorry chairman, we hebben over hierover geen standpunt, want we overzien de materie niet. We're still in educating mode.' Exit voorstel. Want in de WTO wordt uitsluitend beslist bij consensus van de aanwezige leden. 'Als Maleisië de wij-arm-wij-dom-kaart trekt, geloof ik er geen fluit van', zegt een westerse diplomaat. 'Dan hebben ze gewoon geen trek in het voorstel, én geen zin in ruzie.'

Maar voor de armste landen is onderhandelen in de WTO wel degelijk een gigantisch probleem. Ze ontberen kennis en getrainde ambtenaren. Ze worden platgewalsd, is de klacht, door batterijen juristen en economen uit de VS en de EU. Daar sta je dan, overgevlogen uit Windhoek (Namibië) als enig coördinerend WTO-man van het ganse land. Zonder ruggensteun van een ambassadeur in Genève, omdat jouw regering zich geen missie in Zwitserland kan permitteren. Het is dan kiezen tussen 'ja' zeggen tegen een afspraak waarvan je de gevolgen niet overziet, of de boel blokkeren, wat je komt te staan op een rondje gemangeld worden door andere lidstaten.

'Soms sta ik echt met mijn oren te klapperen', beaamt Vaimoana Taukolo, senior trade officer uit Tonga, een eiland in de Stille Zuidzee (100 duizend inwoners, twee stafleden op het handelsministerie), dat nu onderhandelt over toetreding tot de WTO.

De niveauverschillen tussen leden zijn nijpend nu 'Doha', een jaren durende onderhandelingsronde over een vrijere wereldhandel, zijn kookpunt nadert. Lidstaten hebben zich ingegraven op belangrijke dossiers, zoals vrijmaking van de landbouw en goedkope medicijnen tegen Aids en malaria voor de armste landen.

Op de vergaderingen vallen besluiten die bindend zijn voor allen. Wie er niet is, heeft pech. Om drie bijeenkomsten per dag te kunnen volgen, moet je diplomaten stationeren in Genève. Tweeëntwintig leden, waaronder Suriname, Sierra Leone en Gambia, hebben geen ambassade in Genève.

'Rijkeluisclub' wordt de WTO daarom wel genoemd. Maar even voorbij de vergaderzalen waar arme landen soms worden platgewalsd, bewapenen de arme leden zich, inmiddels 113 in getal.

Het WTO Trainingsinstituut spijkert hier hoge ambtenaren uit ontwikkelingslanden bij. In intensieve cursussen worden hen de finesses bijgebracht van de complexe WTO-verdragen. 'Want een onderhandelaar moet zijn materie kunnen dromen', zegt Claude Mercier, de uit Canada afkomstige directeur van het instituut, dat al sinds 1954 bestaat.

Dít is nou capacity building in praktijk, een term waar het hulpbeleid bol van staat, en wat zoveel betekent als landen helpen hun instituties slagvaardig te maken. De afgelopen twintig jaar leidde het instituut 2500 ambtenaren uit ontwikkelingslanden gratis op.

Dat is nodig, meent Kumar uit India. 'De VS bedachten GATS, de overeenkomst over handel in diensten. Hún juristen schreven de teksten. Veel WTO-ideeën komen uit Japan, Europa, Canada en Amerika. Zij zijn de movers and shakers. Zij kennen elke nuance in de tekst. Wij niet.'

De WTO begon als GATT in 1947, een forum voor voornamelijk rijke landen, die onderlinge tarievenoorlogen uitvochten. Van de armste landen traden vele pas later toe, na de oliecrises en de val van de Muur. GATT werd WTO in 1995 en breidde het werkterrein drastisch uit. Inmiddels komen 113 van de 144 leden uit een ontwikkelingsland.

Dat je met cursussen de rijke landen in kan halen, 'is een illusie', denkt Kay Spencer, assistent-directeur Handel op het ministerie van Buitenlandse Zaken en Handel te Kingston, Jamaica. 'Maar het is een begin.'

Net als Kumar, Taukolo en nog 55 hoge ambtenaren is Spencer in Genève voor de vlaggenschipcursus van de WTO, de driemaandelijkse Trade Policy Course. Deelnemers worden ondergedompeld in kwesties als 'handel en ontwikkeling' en 'de GATS-overeenkomst'. En natuurlijk onderhandelen. 'We trainen een maand lang alleen maar onderhandelingstechnieken', zegt Mercier, zelf als voormalig rechterhand van oud-WTO-topmannen Peter Sutherland en Renato Ruggiero gepokt en gemazeld in het pokerspel. 'Sommige kleine landen hebben zulke getalenteerde onderhandelaars dat ze ondanks het geringe gewicht van hun land een sleutelplek bezetten aan de onderhandelingstafel.'

De cursussen zijn gratis voor de deelnemers die worden gerecruteerd uit alle 'arme' leden en de toetredende landen. Huisvesting, daggeld, reiskosten en docenten worden betaald uit het WTO-budget. Om de immer aanwezige druk op het budget te verlichten (de WTO is karig bedeeld met een totaalbudget van 97 miljoen euro per jaar) zoekt het instituut samenwerking met universiteiten.

Het helpt, denkt Mercier. 'Het front dat de ontwikkelingslanden optrokken tegen de rijke landen bij de aftrap van de Doha-ronde, was niet mogelijk zonder het netwerk en de kennis die zij hier in cursussen opdeden. Mensen die wij hebben getraind, keren terug als ambassadeur in Genève.'

Zaligmakend is educatie echter niet. Neem de Jamaicaan Spencer, die zichzelf in stukjes zou willen knippen. Jamaica moet met twaalf man onderhandelen over de Free Trade Area of the Americas (een handelszone met Noord- en Zuid Amerika), WTO-kwesties en het verdrag tussen de EU en haar ex-koloniën. 'En alles moet aansluiten op de WTO-regels. Anders word je berispt.'

Mesag Mulunga uit Namibië, de enige coördinator voor WTO-zaken in Windhoek, mist de aanwezigheid van een ambassadeur voor zijn land in Genève. 'Dan is het lastig indruk te maken', glimlacht hij. 'Zelfs op het secretariaat kennen ze niet alle WTO-thema's uit het hoofd. Hoe moet ik het dan in mijn eentje bolwerken?'

Toch wringt het. Dat Bangladesh op kosten van de WTO wordt bijgespijkerd, valt te billijken. Maar India, dat als reserve meevoetbalt met grote softwarelanden, en beschikt over prima opgeleide ambtenaren? Of Brazilië, met een batterij indrukwekkend opererende diplomaten op het handelsministerie?

Maar Kumar wil van een schisma niet weten. 'De rijke leden willen ons opknippen in categorieën. Dat is een bewuste poging het front van ontwikkelingslanden te breken. Verdeel en heers. Ja, India heeft weinig met een Afrikaanse netto-voedselimporteur. Maar politiek moeten we samen blijven.'

Peninah Simba van het ministerie van Douane te Kampala, Uganda valt hem bij: 'We delen een belang: dat er aandacht komt voor onze kwetsbaarheden.'

De cursisten zijn lovend over de opleiding en over het netwerk dat ze opbouwden tijdens hun verblijf in Genève. 'Maar', zwaait een diplomaat uit een groot ontwikkelingsland met zijn vinger, 'het mag geen schaamlap zijn! Opdat rijke landen kunnen zeggen: we geven ze cursussen, nu hebben we onze plicht gedaan. Uiteindelijk willen we één ding: markttoegang.'

Kumar zag live in de Trade Negotiation Committee, hoe Europa boerenbescherming liet prevaleren boven markttoegang voor arme landen. 'Leuk, zo'n cursus. Maar de praktijk maakt je ziek.'

Tja, zegt Mulunga uit Windhoek. 'De rijke landen wéten wel wat de echte problemen zijn, hoor. De EU wil Afrika's rauwe koffiebonen graag hebben. Maar zodra we de exportwaarde willen opkrikken door de bonen te branden, vliegt het importtarief zó hard omhoog dat export geen zin heeft. Dáár zouden ze Europa eens cursus over moeten geven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden