Snoeptomaatjes tegen overgewicht

De strijd tegen overgewicht biedt kansen, denkt tomatenteler Van Mil. Zijn minitomaatjes liggen sinds kort in een uitgekiende snoepverpakking op scholen en in de supermarkt....

Vrienden en collega’s uit het Westland verklaarden Jos van Mil en zijn zwager Ab van van Marrewijk voor gek toen ze de helft van hun tomatenkassen leegruimden voor een onbekend mini-tomaatje. In hun nieuwe kassen in Honselersdijk stond 2,7 hectare trostomaten, maar Van Mil had andere plannen. Hij had in Japan een tomaatje gevonden dat precies in zijn plannen paste.

Tomatenteler Van Mil wilde iets anders dan alle telers om zich heen, iets anders dan alleen maar heel veel kratjes met tomaten naar Duitsland sturen.

Van Mil moest wel. Toen de beide ondernemers in 1995 hun nieuwbouwkas van 172 bij 160 meter neerzetten, behoorden ze tot de grotere bedrijven. Maar twee jaar geleden zakten ze onder de gemiddelde bedrijfsgrootte. Er waren tomatentelers bijgekomen met acht hectare, met tien en zelfs met twintig hectare. Van Mil: ‘Wij stonden voor de keus uit te breiden door aangrenzende bedrijven op te kopen, of ons te specialiseren. We kozen voor het laatste.’

Dat leidde tot experimenten met gele, oranje en zelfs roze tomaten. Maar ondanks een foto van Rinus Michels en de ‘Oranjetomaatjes’ op de zaterdagse voorpagina van De Telegraaf vlak voor aanvang van het WK Voetbal in 1998, liep het product niet zoals gehoopt. Het WK werd trouwens ook geen succes voor het Nederlands elftal.

Maar Van Mil had meer pijlen op zijn boog. ‘Mijn hobby is marketing. Ik ga graag boodschappen doen en dan kijk ik mijn ogen uit. Ik doe daar ideetjes op. Ik zit in het klantenpanel van een Albert Heijn-winkel en daar krijg ik een kijkje in de keuken. Je ziet daar de revolutie die het groentenschap heeft doorgemaakt met al die voorgesneden producten, gemaksmaaltijden en nieuwe soorten fruit.

‘Eens per maand ga ik met een vriend naar supermarkten of andere winkels in het land, we schrijven dingen op en maken foto’s. We beperken ons niet tot het groentenschap, maar we kijken ook bij de snoepafdeling. Kijk, hier heb ik foto’s van de snoepafdeling van de Bijenkorf.’

Zijn plan rijpte: een klein, zoet tomaatje in een verpakking die voor kinderen aantrekkelijk is. ‘Ik speel in op de actualiteit: ik lees bijna dagelijks iets over overgewicht bij kinderen.’

Op werkbezoek met collega’s in Japan vond hij een soort dat erg geschikt leek. ‘In Japan zijn ze erg met smaak en vorm bezig. Een probleem vormde de resistentie: ze waren niet erg sterk. Bij ziekte zou de hele kas plat liggen en dat risico was ons te groot. Maar door kruisen wist het Japanse zaadbedrijf een ras te ontwikkelen dat wel resistent is.’

Via de afzetorganisatie The Greenery werden de tomaatjes aan panels van professionele proevers voorgelegd, schoolklassen rond Honselersdijk, familie en vrienden mochten oordelen over smaak, textuur, formaat en de kleur van het nieuwe tomaatje. Ondertussen werkte Van Mil aan een verpakking. Op een verpakkingsbeurs was hij een fabrikant van bedrukte foliezakjes tegengekomen die precies kon maken wat hij wilde: een zakje dat op een snoepverpakking lijkt.

Van Mil: ‘Marketing gaat soms over details: de tomaatjes moeten niet groter zijn dan de cherrytomaatjes, wel vleziger; als je erin bijt moet het niet gaan kliederen. Een zakje van 250 gram is veel te veel voor kinderen: de helft is beter, en de winkelprijs moet onder een euro zijn.’ Toen alles in orde leek, is de merknaam Tommies Europees geregistreerd en kon de productie in februari 2005 beginnen. Allemaal zelf gedaan: ‘Er is geen professionele marketeer aan te pas gekomen.’

In de kas staan de tomatenplanten ruim drie meter hoog. Ze kunnen nog maar even mee; een tomatenplant produceert van maart tot december. Maar afnemers, supermarkten in Nederland (onder meer Deen, Plus), Duitsland (Aldi, Netto) en Engeland (Costco, Sainsbury) en tweehonderd snoepautomaten in scholen, willen het hele jaar Tommies kunnen verkopen. Een teler in Spanje voorziet het bedrijf daarom in de tussenliggende maanden van tomaatjes.

Met de verkoop gaat het goed, verzekert Van Mil, die telkens zijn telefoon aanneemt om bestellingen te noteren: zestig dozen hier, tachtig dozen daar. Halverwege het tomatenseizoen heeft het familiebedrijf ook de andere helft van het areaal beplant met snack-tomaatjes. Daarvoor moest wel anderhalve hectare prima tros-tomaten het veld ruimen.

Dat lijkt te duiden op een succes. De tomaatjes hebben immers een hogere winstmarge dan tros-tomaten, die in grote hoeveelheden op de markt komen. Zonder zijn concurrenten wijzer te willen maken, tempert Van Mil de verwachtingen: ‘De marge valt tegen, bedenk wel dat al die tomaatjes met de hand worden geplukt, en dat is veel meer werk dan het afknippen van een tros tomaten.’ Personeelskosten slokken dan ook een flink deel van de inkomsten op. Van recenter datum zijn de zorgen over de gestegen energiekosten. ‘Mijn gascontract loopt binnenkort af en ik ga van 16 cent per kubieke meter naar 30 cent, dus die last is flink groter geworden.’

Sinds kort weet Van Mil dat zijn tomaatjes een succes zijn: op een recente groenten- en fruitbeurs in Rotterdam heeft hij de eerste povere imitaties al gezien: zeven kleine tomaatjes in een zakje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden