Sneeuw op bestelling

Watergebrek en energieverspilling door opmars sneeuwkanonnen..

‘Sneeuw is maatwerk.’ En: ‘Sneeuw 365 dagen per jaar, overal ter wereld.’

De website van het ’s-Gravelandse bedrijf Polar Europe geeft tientallen voorbeelden van evenementen waarop het sneeuwde bij een temperatuur van, pakweg, 35 graden boven nul.

Istanbul.

Jamaica.

Waikiki Beach, Hawaii.

‘Onze sneeuw valt niet uit de hemel, maar wordt door mensenhanden gemaakt’, zegt commercieel directeur Niels Bonenkamp van Polar Europe. ‘Het is wel echte sneeuw; het plakt, voelt en knispert precies hetzelfde. Lachend: ‘En je kunt het gewoon opeten.’

Zijn sneeuw komt uit machines die sinds de oprichting van het bedrijf al 100 duizend kubieke meter sneeuw in tenten en indoorhallen hebben geproduceerd. Polar Europe kreeg in juni 1997 een octrooi voor het maken van kunstsneeuw uit water en stikstof. Dat patent levert het bedrijf nu een aardige omzet op.

Enkele skihallen in Nederland worden erdoor van sneeuw voorzien. Ook een Duits, een Frans en een Japans bedrijf maken sneeuw bij hoge temperaturen, maar op andere manieren, bijvoorbeeld door ijs te verkruimelen of een bacterie aan het water toe te voegen waardoor een ijskristal ontstaat.

‘Sneeuw heeft iets magisch’, zegt Bonenkamp. ‘Iedereen weet meteen wat ie ermee aanmoet. Of we nou sneeuw maken in Afrika of in Athene, ze gaan meteen sneeuwpoppen rollen en -ballen gooien.’

Sneeuw op filmlocaties en zonnige evenementen is grappig, maar in wintersportgebieden is kunstsneeuw tot een onmisbare miljardenindustrie uitgegroeid. Door de moordende concurrentie tussen skigebieden in de Alpen heeft de kunstsneeuwindustrie enkele merkwaardige Scrabblewoorden gegenereerd, waarvan ‘sneeuwzeker’ en ‘valvriendelijk’ het meest typerend zijn.

‘Sneeuwzekerheid is het belangrijkste wat wij verkopen’, zegt directeur Oliver Schwarz van Ötztal Tourismus in het Oostenrijkse Sölden, waar jaarlijks de wereldbekerwedstrijden voor alpineskiën worden gehouden. ‘De Alpen zijn totaal afhankelijk geworden van kunstsneeuw. We kunnen niet meer zonder.’

Dit voorjaar werd in zijn skigebied de Rotkogl in gebruik genomen, de grootste kunstsneeuwinstallatie van Europa. Die heeft een paar centen gekost, 23 miljoen euro om precies te zijn, maar dan heb je ook wat: de Rotkogl heeft elf pompen en 130 sneeuwkanonnen die 500 liter water per seconde als sneeuw laten neerdwarrelen over 75 hectare skihellingen.

Een uitgegraven stuwmeer van 150 duizend kubieke meter smelt- en regenwater voorziet de sneeuwkanonnen van munitie. ‘Alleen skigebieden die hun gasten sneeuwzekerheid kunnen garanderen, zullen de concurrentie in de Alpenlanden overleven’, zegt Schwarz. ‘Sneeuw op de piste, vanaf minstens begin december, is een basisvoorwaarde voor ons voortbestaan.’

In 1949 werd voor het eerst kunstsneeuw gemaakt, door drie Amerikaanse skiproducenten. Op Thanksgiving Day in november 1963 werd in Killington (Vermont) de eerste kunstsneeuwpiste geopend, omdat het met Kerstmis het jaar daarvoor alleen maar had geregend. De skiërs kregen er een gratis kalkoenmaaltijd bij aangeboden en het liep storm in Killington. Een decennium later werd de snow gun ook in Europa geïnstalleerd, waar de sneeuw steeds later en in kleinere hoeveelheden viel.

Door de klimaatverandering is de temperatuur in de Alpen sinds 1970 met 1,5ºC gestegen. En met de stijging van elke graad Celsius, schuift de sneeuwgrens zo’n 150 meter op naar boven. Rond de eeuwwisseling bestelden directies in laaggelegen skipistes op en onder de sneeuwgrens massaal sneeuwkanonnen, onder het mom: als er weinig sneeuw valt, maken we die zelf wel.

In 2006 kwam de grote omslag. ‘Schnee, wo bleibst du?’, kopte de Zwitserse krant Blick in vette letters op de voorpagina. Het was een warme winter waarin tot Kerstmis maar geen sneeuw wilde vallen. Veel wereldbekerwedstrijden alpineskiën gingen niet door en toeristen gelastten hun wintersportvakanties af omdat veel pistes eruitzagen als kale, doodse maanlandschappen. Wintersporters boekten lastminute-vluchten naar de zon.

De ski-exploitanten leden voor honderden miljoenen euro’s verlies. Sindsdien zijn er nauwelijks nog skipistes in de Alpen waarlangs géén sneeuwkanonnen staan; natuurlijke sneeuw wordt gezien als prettige aanvulling op kunstsneeuw, in plaats van andersom. Er zijn zelfs gletsjers – eeuwige sneeuw – die met kunstsneeuw worden aangevuld omdat ze langzaam smelten.

‘Het wordt elk jaar warmer’, zegt Eva Steinlechner, die samen met haar vader Hannes de Arlberger Bergbahnen bestiert, een van de grootste skigebieden van Oostenrijk, in west-Tirol. ‘In 2006 was er hier maar één die goed verdiende aan het toerisme: de verkoper van bergwandelschoenen.’

Het skigebied van Arlberg beslaat 280 vierkante kilometer piste waarop ‘voor enkele miljoenen, door de toeristen betaald’ 562 sneeuwkanonnen zijn neergezet. Om die van water te voorzien, heeft de familie Steinlechner twee meren van 80 duizend kubieke meter water laten uitgraven en honderden kilometers waterleiding laten aanleggen.

In 2004 berekende de non-gouvernementele organisatie CIPRA, de Commission pour la protection des Alpes, dat voor een sneeuwlaag van 30 centimeter op een skipiste van één hectare minstens een miljoen liter water nodig is. De bijna 24 duizend hectare skipiste in de Alpen vergt elk seizoen meer water dan het jaarverbruik van een stad met ruim 1,5 miljoen inwoners. Het stroomverbruik dat daarmee gepaard gaat, is gelijk aan dat van 150 duizend gezinnen in een heel jaar. Totale kosten: zeker drie miljard euro, dat word opgebracht door de toerist en de lokale belastingbetaler. Het water wordt gewonnen uit meren, beken en bronnen. In toenemende mate wordt er ook grondwater voor gebruikt.

Hoogleraar hydrologie Carmen de Jong van de Franse Université de Savoie noemt de situatie ‘volstrekt onverantwoord’. Iedereen denkt dat kunstsneeuw op dezelfde manier terugkeert in de natuur als gewone sneeuw, stelt zij. ‘Dat is een grote misvatting! Van het water dat ski-exploitanten aan de bergen onttrekken voor kunstsneeuw – in december en januari, als water toch al schaars is – verdampt 30 procent. Het water in de bergen wordt steeds schaarser en door de opwarming van de aarde zal steeds meer water nodig zijn om pistes te besneeuwen. De prijzen voor een skipas zullen sterk stijgen, en de natuur zal evenredig snel aftakelen.’

Ski-exploitant Eva Steinlechner benadrukt dat ze niet anders kan dan met de kunstsneeuw-race meedoen: ‘Als niemand sneeuwkanonnen zou mogen neerzetten, heb ik daar geen probleem mee, dan zijn we allemaal afhankelijk van het weer. Maar als je buurman ze heeft, moet jij ze ook aanschaffen, anders gaan de toeristen alleen nog naar je buurman toe.’

Steinlechner en haar bergbuurmannen willen niet alleen méér sneeuw, maar ook dat die er eerder ligt en later wegsmelt. Want hoe langer het sneeuwseizoen duurt, hoe meer geld er in het laatje komt. Was vroeger Eerste Kerstdag de officiële opening van het wintersportseizoen, dit jaar gaat Ski Arlberg al open in november.

Het zijn vooral Nederlanders voor wie het sneeuwseizoen wordt opgerekt, blijkt uit cijfers van de ANWB. Toeristen die in of dicht bij de Alpen wonen, gaan alleen skiën als de omstandigheden perfect zijn, dus als er echte sneeuw ligt. Nederlanders zien advertenties, boeken een reis wanneer het hen uitkomt en verwachten dat er in die periode daadwerkelijk sneeuw ligt. Juist voor Nederlanders, die elke winter met 1,2 miljoen man tegelijk naar de Alpen trekken, is ‘sneeuwzeker’ het toverwoord.

Door het langere sneeuwseizoen hebben planten korter de tijd om tot ontwikkeling te komen in het voorjaar, zegt voorzitter Joop Spijker van de Nederlandse Milieu Groep Alpen (NMGA). Ze hebben minder tijd om boven de grond te komen, zonlicht te pakken om te groeien, en ze bloeien korter waardoor insekten minder tijd hebben om ze te bestuiven voor hun voortplanting.

‘Je krijgt een steeds armere vegetatie in de Alpen’, stelt Spijker. Ook dieren trekken weg: sneeuwinstallaties werken vooral ’s nachts, zodat de toerist er geen last van heeft. Maar de nacht is het domein van de dieren, die door het gebrom en de verlichting worden verjaagd. Sneeuwhoenders, uilen, gemzen, sneeuwhazen en herten komen in skigebieden al veel minder voor dan tien jaar geleden, blijkt uit onderzoek.

Voor veel ski-exploitanten is de klimaatverandering slechts uitstel van executie. ‘Toeristen willen ’s winters geen witte tapijten in een groen landschap, maar daar gaat het steeds meer naartoe’, zegt Spijker.

‘De opwarming van de aarde zet door. Ski-exploitanten investeren enorme bedragen in kunstsneeuw. Verdienen ze dat over twintig jaar nog wel terug?’ Hij laat een foto zien van kale, onbegroeide, Franse berghellingen. ‘Zo zien kunstsneeuwpistes er in de zomer uit’, zegt hij.

‘Dat is niet verantwoord. We moeten zuiniger met energie en water omgaan, en planten en dieren ook een plaatsje gunnen onder de zon.’

Sneeuwhoenders, uilen, gemzenen herten komen in de Alpen al veel minder voor

Manieren om sneeuw te maken

Zelf sneeuw maken

Om kunstsneeuw te maken, moet het vriezen. Liefst meer dan drie graden. Via een sneeuwlans of -ventilator worden fijne waterdruppels in de lucht verneveld, die bevriezen tot sneeuwkristallen, samenklonteren en als echte sneeuwvlokken neerdwarrelen. Daarvoor zijn niet alleen apparaten, maar ook een omvangrijk waterleidingstelsel, water en stroom vereist.

Als het niet vriest en je toch sneeuw wilt, zoals op feestelijke evenementen of filmlocaties, moet kou aan de waternevel worden toegevoegd, zoals het ’s-Gravelandse bedrijf Polar Europe doet. Polar Europe mengt lucht en water onder hoge druk met stikstof, waardoor de waternevel in sneeuw verandert. Vereiste is wel dat dit in een afgesloten ruimte gebeurt, zoals een tent of indoorhal. De sneeuwvlokken zien er onder een microscoop anders uit dan de kristal van een natuurlijke sneeuwvlok, met zijn wiskundige vertakkingen. De vertakkingen van kunstsneeuw zijn onregelmatig en klonterig.

Als het niet (hard genoeg) vriest en sneeuw in de buitenlucht toch is gewenst, wordt soms een bacterie aan de waternevel toegevoegd om sneller een vrieskern in een waterdruppel te genereren. Snomax van het Amerikaanse bedrijf York is de bekendste chemische toevoeging die bij kunstsneeuw op skipistes wordt gebruikt. De werkstof die erin zit, is de proteïne Pseudomonas syringae, een soort bacterie die in speciale tanks wordt gekweekt, gevriesdroogd en gesteriliseerd. Zelfs bij 0°C lukt het de bacterie water te bevriezen, mits de luchtvochtigheid hoog genoeg is.

Snomax is omstreden. Dankzij de proteïne is weliswaar minder water en energie nodig om kunstsneeuw te maken, maar dat maakt het nog niet milieuvriendelijk, zoals het bedrijf beweert. Volgens biologen is het smeltwater vervuilend voor de bodem, op dezelfde wijze als kunstmest. In de meeste Alpenlanden is Snomax om die reden verboden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.