Smaller vangnet

Het vangnet voor mensen die vanwege een handicap niet meer (volledig) kunnen werken, versmalt. Alleen volledig en duurzaam arbeidsongeschikten krijgen nog een WAO-uitkering en werkgevers kunnen gaan shoppen bij commerciële verzekeraars of het UWV.

De WAO nu

Na twee jaar ziekteverzuim krijgt de werknemer een WAO-keuring. In die twee jaar is de baas verantwoordelijk voor de uitkering aan de zieke employée. Samen moeten zij 'alles' hebben gedaan om de werknemer weer aan het werk te krijgen.

Bij de WAO-keuring wordt vastgesteld hoe groot het verschil is tussen het loon dat de arbeidsongeschikte verdiende in zijn oude werk en het gemiddelde loon van drie geschikte functies. Dit theoretische loonverlies bepaalt hoe arbeidsongeschikt iemand is. Hoe groter de achteruitgang, hoe arbeidsongeschikter de persoon en hoe hoger de uitkering. Er zijn acht klassen van loonverlies; in de laagste klasse krijgt de zieke geen uitkering, in de hoogste klasse ontvangt hij 70 procent van het laatste loon.

Hoe ouder de WAO'er is, hoe langer deze ¿loongerelateerde' uitkering duurt. Wie jonger is dan 33 jaar krijgt hem niet, 59-plussers krijgen hem maximaal zes jaar totdat ze 65 worden, en AOW gaan ontvangen. Na afloop van de loongerelateerde uitkering komt de 'vervolguitkering'. Die is gelijk aan het minimumloon plus een aanvulling, die hoger is naarmate de arbeidsongeschikte ouder is. Het verschil tussen de loongerelateerde uitkering en de vervolguitkering heet ook wel het 'WAO-gat'. In de meeste CAO's is dit verschil ongedaan gemaakt met aanvullende verzekeringen. Die blijven bestaan in het nieuwe systeem.

Na een jaar WAO-uitkering volgt een herkeuring, die elke vijf jaar wordt herhaald.

Het UVW keurt WAO'ers en verzorgt de uitkeringen. Het UWV wijst groepen WAO'ers toe aan bemiddelingsbedrijven die voor hen nieuw werk zoeken.

De WAO straks

Na twee jaar verzuim volgt de WAO-keuring. In die tijd is de baas verantwoordelijk voor de uitkering. Werkgever moet 'alles' doen om werknemer weer aan de slag te helpen.

Het publieke UWV blijft de WAO-keuring doen. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld aan de hand van het loonverlies tussen het oude werk en drie nog geschikte functies. Ook andere keuringseisen worden strenger, en ook gebruikt voor herkeuringen van huidige WAO'ers.

Alleen wie 'medisch duurzaam en volledig' arbeidsongeschikt is, krijgt een volledig invaliditeitspensioen. Als het aantal tot jaarlijks 25 duizend beperkt blijft, wordt dit pensioen 75 procent van het gemiddeld in de laatste drie jaren verdiende loon.

Wie gedeeltelijk arbeidsgeschikt is, of tijdelijk volledig uitgeschakeld, en in vergelijking met de theoretische functies meer dan 35 procent achteruit gaat, krijgt bij werken vijf jaar een aanvulling op het loon. Wie niet werkt, krijgt de lagere werkloosheidsuitkering WW, en na afloop daarvan de zogeheten IOAW - een uitkering op bijstandsniveau, maar zonder vermogens- of partnertoets. Wie minder dan 35 procent achteruit gaat, moet dat verlies slikken.

Bedrijven kunnen voor het verzorgen van de uitkering in de eerste vijf jaar arbeidsongeschiktheid kiezen tusssen de publieke uitvoerder UWV en commerciële verzekeraars. Die twee gaan dus met elkaar concurreren.

Het UWV stelt, net als verzekeraars, per bedrijf een risicoprofiel op en stelt individuele premies vast. Het kabinet garandeert tijdelijk de uitkeringen via verzekeraars. Dit kost de schatkist in het eerste jaar van het nieuwe systeem maximaal 2,2 miljard euro. UWV en verzekeraars zijn voor de bij hen verzekerde werknemers verantwoordelijk voor de bemiddeling van uitgevallen werknemers naar nieuw werk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden