Sla op twee snelheden

In Ubbergen, aan de voet van een bronnenbos, liggen de velden waar de Klispoel biologische sla teelt. Tot half oktober, daarna wordt het te koud....

Sla van AH
In de zilveren BMW van Fabio Pierri rijden we stapvoets tussen de slavelden door. Fabio zit onderuit gezakt op de zachte leren bekleding. Hij stuurt met links, in de rechterhand heeft hij een telefoon. Zijn zwarte haar is achterover gekamd, op het gebruinde voorhoofd klemt een zonnebril.

Behoedzaam manoeuvreert Fabio over de hobbelpaden tussen de plastic tunnels met daaronder eindeloze rijen bedden jonge sla. Ze liggen erbij als de grasperkjes van een Britse tuinfanaat: groen en strak.

We stappen uit bij een veldje rucola dat net wordt geoogst. Een grasmaaier met een getande zaag aan de voorkant snijdt de blaadjes af. Ze worden opgevangen op een brede lopende band en vallen aan de achterkant in plastic kratten.

In de lucht hangt de pittige geur van vers gemaaid gras, maar dan scherper. Dit, zegt Fabio terwijl hij met zijn handen in zijn zakken toekijkt, is de sla van ‘Albert Gijn’. Op de achtergrond snort de motor van zijn BMW als een tevreden kater.

Ik reis in het kielzog van Frank Brinkman, inkoopmanager van Bakker Barendrecht, de groenteleverancier van Albert Heijn. Hij is de man die ervoor moet zorgen dat het groenteschap het hele jaar gevuld is. Ik volg een zakje babysla. In de zomer komt dat gewoon van de Nederlandse velden. Maar in de winter is het hier te koud.

Misschien moeten we dan maar even geen sla eten, opper ik nog. Daar kan Brinkman niks mee. De supermarkt wil een ‘versuitstraling’: altijd tomaten, altijd paprika, altijd sla. Zomer en winter. Dan moet je wel op reis.

Als de Nederlandse boeren winterslaap houden, ontwaken collega’s in Zuid-Italië uit hun zomerslaap. In de zomer liggen de landbouwgronden in Puglia en Campania er droog en leeg bij: hoogstens wat graan, fruit en tomaten voor de industrie. Maar begin december puilen de akkers uit van venkel, bloemkool, broccoli en babysla.

Italiaanse groenteboer
We hebben het vliegtuig naar Napels genomen voor een ontmoeting met Angelo Olivieri, de Italiaanse groenteboer van AH. Angelo is jong (37) en slank, draagt zwarte gympen van Calvin Klein onder een spijkerbroek. Hij houdt van eten en praat goed Engels, zeker voor een Italiaan.

Angelo is de baas van de Azienda Agricola San Michele, een van de grootste groentebedrijven in Italië met een jaaromzet van 45 miljoen euro. Daarvan komt 80 procent uit de export. Bijna alle grote supermarkten in Europa zijn klant van Angelo.

Zijn kantoor is in Milaan, maar de velden liggen in het zuiden. In Puglia, aan de Adriatische kust, heeft San Michele 130 telers met tweeduizend hectare land. Zij voorzien AH de hele winter van venkel, broccoli en paksoi. Voor de sla moeten we naar de andere kant van het schiereiland, naar de Valle del Sele.

Deze groene driehoek laagland onder Napels is de slakom van Italië. Vroeger graasden hier waterbuffels die melk leveren voor de mozzarella. Maar in de Valle del Sele zijn de koeien verdreven door de lucratievere teelt van groene blaadjes.

Babysla is een relatief nieuw gewas. Vanaf de jaren tachtig werd in het noorden van Italië rucola geteeld. Een handelaar uit Bergamo kwam op het idee in de winter, als het in Noord-Italië te koud werd, over te schakelen naar het zuiden waar de zon scheen en de grond niks kostte.

Hij veroorzaakte een lawine. In dertig jaar tijd zijn in de Valle del Sele – met Europese subsidies – kilometers kassen uit de grond gestampt. Wie de vallei rond het riviertje de Sele op een satellietfoto bekijkt, ziet meer grijs dan groen.

Inpakfabriekje
Tachtig hectare zijn van Fabio Pierri en zijn broer, die de babysla leveren van San Michele. Ze staan verspreid rond het dorpje Battipaglia, waar de broers een inpakfabriekje hebben. Op het bedrijf waar we nu staan, groeit 20 duizend vierkante meter babysla, zegt Fabio achteloos.

Hij had ook 100 duizend kunnen zeggen. Zover als ik kan kijken zie ik sla. Rood, groen, bruin, gespikkeld. Het zijn smetteloze velden, er staat nauwelijks een sprietje onkruid. ‘Semi-biologico’, zegt Fabio als ik informeer naar zijn gebruik van bestrijdingsmiddelen. Nee, corrigeert Angelo hem haastig. Ze gebruiken de middelen die zijn toegestaan in de gangbare teelt. Babysla is kwetsbaar spul. Een schimmel, een verkeerde bacterie en een heel veld is weg.

Sla die is geoogst, gaat dezelfde dag in de vrachtwagen en is twee dagen later in Warmenhuizen, waar het voor AH in zakjes wordt gedaan. Dat gebeurt bij Vezet, een gigantische groentefabriek die 3,8 miljoen zakjes, schaaltjes en bakjes groente en fruit per week produceert. Angelo stuurt elke week tienduizend kilo babysla naar Noord-Holland. Dit jaar gaat het minder goed dan anders, zegt Angelo, als hij na de rondleiding trakteert op een biertje met ham en mozarella in een pizzeria. Er is te veel rucola op de markt.

De laagstre prijs
‘We hebben veel moeten weggooien en ik niet alleen.’ Zijn zorgen klinken hetzelfde als die van de Nederlandse boer: ‘Supermarkten zijn maar in één ding geïnteresseerd: de laagste prijs.’

‘Dat geldt natuurlijk niet voor jullie’, zegt Angelo, terwijl hij Brinkman aankijkt met zijn trouwste hondenogen. ‘But you are one in a desert.’

Na twee biertjes nemen we afscheid. Wat zou die nieuwe auto van hem kosten, vraag ik Brinkman als we wegrijden. ‘Minstens een ton.’ Zo slecht kan het niet gaan in de slabusiness.

Sla van de Klispoel
5 augustus: Bij de biologische winkel Estafette in Arnhem koop ik een zakje gemengde Jonge Sla. Thuis bel ik het nummer van het bedrijf op het etiket. Een jongen neemt op. Ik leg uit dat ik journalist ben en wil zien waar mijn sla vandaan komt. ‘Kom maar langs’, zegt hij.

6 augustus: Er zijn van die plekken waarvan je denkt: hier mag mijn eten wel vandaan komen. Kwekerij de Klispoel zit op zo’n plek. Het is een hete zomerdag als ik er voor het eerst kom. De jonge sla staat in bonte rijen op het land als een tulpenveld in bloei: heldergroen, donkerrood, roestbruin.

Het veld is omzoomd door zilvergroene wilgen en sloten met rietkragen. Krekels maken zomerse knerpgeluidjes. Aan de ene kant rijst de stuwwal van Ubbergen op, aan de andere kant strekt de Ooijpolder zich uit.

Ik loop door een ijzeren poort naast een stenen gebouw. Daar achter liggen twee rijen lange betonnen bakken met water waarin donkergroene blaadjes groeien. In een ervan vind ik Ivo van Eck, een 39-jarige tuinder met krulletjeshaar en hazelnootkleurige ogen.

Ivo is aan het oogsten. Met een mesje snijdt hij een bosje blaadjes af, bindt er een touwtje om en gooit het bundeltje in een kratje dat op het onderstel van een oude kinderwagen staat. Het is waterkers. De Klispoel is de enige waterkerskwekerij van Nederland. Sinds 1995 telen ze ook Jonge Sla.

Van wie was trouwens die enorme vrachtwagen die me net bijna van de sokken reed?, vraag ik. ‘Dat was de wagen van Albert Heijn’, zegt Ivo. De biologische sla van AH komt ook uit Ubbergen.

12 augustus: Vrijdag is inpakdag. In het fabriekje achter de kantine doen twee mannen plukjes waterkers in metalen bakjes. Die gaan als karretjes in de achtbaan omhoog en kiepen hun inhoud in een metalen trechter, waaronder een plastic zakje geopend klaar staat.

De inpakmachine is een uitvinding van Norbert Vermeulen, de oprichter van de Klispoel. Het bedrijf wordt nu gerund door Ivo en Cindy (36), Norberts dochter. Het was geen meisjesdroom om slateler te worden, vertelt Cindy. Eigenlijk is ze biologiedocente. In 1998 kwam ze in het bedrijf van haar vader om het papierwerk te doen. ‘Administratief geneuzel. Daar had hij geen zin in.’

Ivo kwam een jaar of acht geleden binnen als stagiair en trouwde met de dochter van de baas. Ze hebben twee kinderen en een hond. Cindy doet de administratie, Ivo het land. Sla moet van de volle grond komen, zegt Ivo, terwijl hij plukken waterkers tussen zijn boterhammen propt. ‘Buitensla is knapperiger en heeft meer kleur. Kassla is niet te vreten.’

18 augustus: Het heeft al dagen niet meer geregend. De grond is droog en stevig, prima om te planten. Ivo zit met zijn rechterhand René op de plantmachine die door een tractor wordt getrokken. Voor zich hebben ze gele bakken vol slaplantjes. Die zetten ze in een gootje met een lopend bandje dat schuin naar beneden loopt. Daar worden de plantjes een voetbreed van elkaar in een geultje gezet.

Na een half uur hebben ze zes bedden gedaan, zesduizend jonge slaplantjes: Lollo Rossa, eikenblad en spitsbladige Batavia. Over zes weken is dit Jonge Sla.

Vroeger zaaiden hun sla, maar dan hadden ze veel last van onkruid, legt Ivo uit. Nu zetten ze plantjes van vier weken oud. Die zijn het onkruid vóór en worden niet overwoekerd. Het onkruid wordt weggehaald met een schoffelmachine. Spuiten mag niet, de Klispoel is biologisch.

9 september: Samuel, een Fransman in dienst van de Klispoel, oogst sla. Hij snijdt alleen de bovenste helft van de kroppen af, de rest blijft liggen. Ze kunnen het zich permitteren. ‘We hebben sla genoeg.’ Vorige week hebben ze voor het laatst geplant. Land waar nu wordt geoogst ligt tot volgend voorjaar braak. De Klispoel heeft twee hectare sla. Elke week leveren ze drieduizend zakjes aan natuurvoedingswinkels. AH neemt hele kroppen af en stopt die zelf in zakjes.

21 september: Het is een heldere, frisse maandagochtend. Het kerkje van Persingen in de polder steekt messcherp af tegen de blauwe lucht, het gouden haantje blinkt in de zon. De herfst is begonnen. In de kantine zit Norbert Vermeulen, een jeugdig ogende zestiger met blauwe ogen en kort grijs haar.

Norbert heeft de Klispoel opgericht. Eerst in Wychen, vanaf 1983 hier in Ubbergen. Deze plek is ideaal, zegt Norbert, omdat op de heuvel hiernaast bronnen ontspringen die hun water langs het land laten vloeien.

We lopen naar buiten, naar de bedden sla tussen de hoge bomen. Norbert vertelt dat hij ooit een klacht kreeg van een mevrouw die een wilgenblad tussen haar sla had gevonden. ‘Ik heb haar uitgelegd dat onze kwekerij tussen de bomen staat. Dat wilde ze niet geloven. Kom maar langs, zei ik.’ Ze is nooit gekomen.

19 oktober: ‘Heb je de sla gezien?’, vraagt Ivo. ‘Meer onkruid dan sla.’ Door de kortere dagen is de groei eruit. Ze oogsten deze week nog een paar kistjes, daarna is het afgelopen. Buiten waait een gure wind. ‘Het zijn minikropjes’, laat Samuel zien. ‘Maar het ziet er niet slecht uit toch?’

Het einde van het slaseizoen wil ook zeggen dat Samuel zonder werk zit. Tot mei moet hij ander werk zien te vinden. ‘Dat is nog elk jaar gelukt.’ Cindy haalt Ivo op. ‘We gaan naar de sauna.’ De Klispoel gaat in winterslaap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden