Singapore leert denken

Lange tijd was Singapore een voorbeeld van hoe economische groei en autoritair bestuur hand in hand gaan. Maar het gebrek aan creativiteit en onafhankelijk denken van de Singaporanen begint te wringen....

In Cafe@BoatQuay overstemmen gerinkel van aardewerk en geratel van toetsenborden de gedempte stemmen van de jeugdige cliëntèle. Het in moderne bruintinten gestoken cyber-café is een van de vele plekken waar Singapore's gedreven computergeneratie zich met een cappuccino kan overgeven aan avonturen op Internet.

Een meisje in strak groen rokje babbelt met een boxvriendin in Hongkong over het jongste optreden van Cantopop-idool Andy Lau. Haar buurman raadpleegt een student aan de Amerikaanse westkust over een nijpend software-probleem. De ober zet een mandje popcorn op de glanzende houten bar, waarin de beeldschermen vernuftig staan opgesteld.

Cafe@BoatQuay straalt het beeld uit dat de Singaporaanse regering graag over haar land in de wereld verspreidt. Moderne, wereldwijze jongeren staan klaar voor de sprong naar het informatietijdperk, waarin de economische zegetocht van de stadstaat wordt voortgezet.

Een jaar geleden bekeken de gezagsdragers Internet nog met argwaan. Onder de vele computerbezitters bevonden zich onderdanen die via het wereldwijde web kritiek spuiden op het leven in Singapore. Er circuleerden zelfs beledigende grappen over de senior-minister, de eretitel voor de vader des vaderlands, oud-premier Lee Kuan Yew.

Minister George Yeo van Informatie maakte negen maanden geleden een eind aan het ongecensureerde gebruik van Internet. Voortaan patrouilleert de Singaporaanse overheid ook op de elektronische snelweg. Yeo vroeg om medewerking van de computergemeenschap. Hij gaat ervan uit dat de whizzkids die in staat zijn opruiende taal in de labyrinten van het web op te halen, zich zullen gedragen. Niet iedereen gaf gehoor aan Yeo's verzoek, want de dag na sluiting verschenen er zwarte rouwlinten op het Internet.

De bezoekers van Cafe@BoatQuay lachen verlegen 'nee' op de vraag of ze de website 'soc.culture.Singapore' kennen. Een lange, magere jongen in een T-shirt van de Chicago Bulls heeft lang geleden wel gehoord van deze plek waar 'slechte dingen' over zijn land staan opgeslagen, maar hij heeft nooit de aanvechting gevoeld er eens te gaan kijken.

Het lek voor onafhankelijke geesten lijkt gedicht. Maar net nu het gevaar geweken is, ontstaat er in regeringsgelederen een discussie over het gebrek aan creativiteit onder de bevolking. Want het bedrijfsleven heeft geklaagd over de lage kwaliteit van hoog opgeleid personeel.

De fabrieken die het succes van de eilandstaat in de volgende eeuw moeten waarborgen, hebben veel te weinig zelfstandig denkende en handelende afdelingsleiders in dienst. Om de voorsprong op de aanstormende buurlanden te behouden, moet de stadstaat snel moderniseren en vernieuwen. Maar nu blijkt dat er zo'n schrijnend gebrek is aan durf en elan dat de waarde van het bewonderde Singaporaanse model in het geding komt.

Singapore's leiders zijn ervan overtuigd dat hun succes is te danken aan hun eigen, Aziatische weg. De combinatie van economisch liberalisme en autoritair overheidsgezag is volgens hen de ideale manier om welvaart te brengen onder de bevolking, zonder de plagen van criminaliteit en werkloosheid over te nemen die de moderne westerse samenleving teisteren. Strakke politieke controle vermijdt onrust over importwaarden als democratie en mensenrechten.

In plaats daarvan prijzen zij hun concept van Aziatische waarden aan, waarbij de rechten van het individu moeten wijken voor het gemeenschappelijk belang. De leiders zijn in staat om te bepalen wat het beste is voor de gezagsgetrouwe onderdanen. Het confucianisme, met zijn nadruk op familie, spaarzin en hard werken, krijgt een centrale plaats.

Daarnaast koesterden ze het Britse koloniale erfgoed van de rechtsstaat en pakten ze corruptie aan door ambtenaren goed te betalen. Deze formule heeft Singapore binnen het tijdsbestek van een generatie omhoog doen schieten naar de Top-10 van rijkste landen. Dertig jaar geleden bestond de 'Leeuwestad' uit een verzameling verarmde kleine kruideniers, waar het raciaal evenwicht wankel was. Onder de strenge hand van Lee Kuan Yew deed de combinatie van economische vooruitgang en sociale discipline wonderen. Het eigen bedrijfsleven stond onder strenge controle van de regering - de nekslag voor het particulier ondernemerschap. Maar door kwalitatief goede investeringen en een vriendelijk belastingklimaat wisten Lee en zijn medestanders multinationals binnen te halen.

Op het puntje van het Maleise schiereiland ligt nu een groene, zorgvuldig aangeharkte stad, waar spuwen op straat een boete van 250 Singapore dollar (bijna 300 gulden) oplevert. Glimmende hoogbouw, smetteloze straten, efficiënte vervoerssystemen, hoogwaardig-technologische bedrijvenparken en een gehoorzame bevolking vormen het levende bewijs dat een autoritair bewind wel degelijk kan werken.

Deze garden city is de droom van elke dictator in Azië en ver daarbuiten. Maar Singapore's leiders, die van oudsher al geplaagd worden door momenten van twijfel, vragen zich nu opeens koortsachtig af of die gehoorzaamheid hun gaat opbreken.

De zorg over de levensvatbaarheid van zo'n klein land met drie miljoen inwoners was voor ex-premier Lee Kuan Yew al aanleiding om zijn onderdanen continu te waarschuwen voor zelfgenoegzaamheid: 'We moeten ons wapenen tegen interne en externe gevaren die ons voortbestaan bedreigen. Beschaving is teer, vooral in een eilandstaat', zei hij in 1988 in een toespraak tot zijn volk.

Lee laat sinds 1990 de dagelijkse bestuurlijke beslommeringen graag over aan zijn opvolger, premier Goh Chok Tong. Maar ook Goh heeft zijn momenten van vertwijfeling. 'Er moet meer diepgang komen', zei hij enkele maanden geleden. 'We zijn nog niet zo ver dat we onze voorspoed kunnen behouden, als er iets scheef gaat in de wereldeconomie.'

Van kindsaf aan is ons verteld dat Singapore 'een klein vlekje op de wereldkaart was met beperkte mogelijkheden', klaagt advocaat Abdul Rohim. De regering had zijn ouders altijd opgezweept om harder te werken. 'Het was een overlevingsstrategie, maar het lijkt nu alsof we omsingeld zijn door de vijand.' De bevolking moet steeds beter en meer presteren. Lee wilde steeds 'uitmunten'.

Ook Goh weet van geen ophouden. Hij is bang dat de terugval in economische groei blijvend is. In 1996 haalde Singapore slechts ruim vijf procent in plaats van de dit decennium gebruikelijke negen. De Wereldbank verwacht dat de groei weer aantrekt, maar de geschrokken leiders in de eilandstaat zijn er het type niet naar om dat voor kennisgeving aan te nemen.

De Amerikaanse hoogleraar Paul Krugman schreef twee jaar geleden in een geruchtmakend artikel dat het Aziatische economische wonder slechts stoelde op een betere inzet van middelen en mensen, maar niet op een verhoging van de productiviteit. Hij vergeleek Singapore met de Sovjet-Unie uit de jaren vijftig en voorspelde dat de economie zou vastlopen.

De uitvinders van de Aziatische weg trokken zich de kritiek persoonlijk aan. De vice-premier, brigade-generaal Lee Hsien Loong, zoon van Lee Kuan Yew, lanceerde een jaar geleden een productiviteitscampagne. Hij gaf toe dat Krugman een punt had: 'Naarmate economieën volwassener worden, is het moeilijker om te groeien.'

'B-G' Lee ziet erop toe dat de productiviteit jaarlijks met twee procent omhoog gaat. Hij stimuleert het midden- en kleinbedrijf met belastingvoordelen, maar de grootste verwachtingen heeft hij van de komst van ontwikkelingsafdelingen van multinationals. De regering, bang dat stijgende lonen en onbetaalbaar onroerend goed bedrijven de grens overjagen, wil zich omvormen tot een centrum van onderzoek en ontwikkeling.

Maar dan moet ze razendsnel zorgen voor voldoende personeel. Het onderwijssysteem was een perfect hulpmiddel bij de snelle groei van de afgelopen dertig jaar. Het geldt als een van de beste in de wereld als het gaat om opzeggen en uit het hoofd leren. Maar voor research en development komt meer kijken.

De regering weet dat het hoger onderwijs totaal niet is toegerust voor de volgende eeuw, omdat de stadstaat percentueel veel minder universitaire studenten telt dan het Westen. Daarom trok ze in september vier miljard Singapore dollar (vijf miljard gulden) uit om het leger onderzoekers in drie jaar tijd van achtduizend te versterken tot dertienduizend.

Ook het bedrijfsleven moet zijn achterstand in onderzoek en ontwikkeling op het Westen inhalen. Voor de pas opgerichte wetenschappelijke raad ligt hier een hoofdrol. Om de behoeften te peilen, hield de raad samen met het ministerie van Onderwijs een enquête in het zakenleven. Daaruit bleek nog eens de gebrekkige spirituele ontwikkeling van afgestudeerden.

Een Singaporaanse doctorandus is 'ijverig en bekwaam', maar 'gespeend van creativiteit'. De meeste hoogopgeleiden moeten te veel bij de hand worden genomen en hebben moeite met onafhankelijk werken. Zodra de oplossingen buiten de gebaande paden moeten worden gezocht, laat de Singaporaanse employé het afweten, zegt een van de ondervraagde bedrijfsleiders. 'Wij brengen geen ondernemers voort. Singaporanen durven geen risicio's nemen', zegt een ander. 'Ik heb alleen maar chefs die goede geheugens hebben en precies doen wat ik zeg, maar ze nemen geen enkel initiatief.'

In een land dat niets aan het toeval overlaat, wordt ook het creatief denken per oekaze in het leven geroepen. Premier Goh Chok Tong startte drie maanden geleden een campagne om studenten tot beter doordenken te bewegen. 'Meer dan ooit hangt onze kans van slagen af van de vindingrijkheid en het vernuft van onze mensen', zei hij. Het programma 'vaardig denken' stelt 1,8 miljard gulden beschikbaar om vernieuwende denktechnieken in te voeren op middelbare scholen. Open vragen bij proefwerken, meer opstellen en tekstanalyses worden in stelling gebracht tegen het wezenloos opzeggen van rijtjes.

Singapore ontdekt de brainstorm. In juni worden ruim tweeduizend academici en ondernemers verwacht op een grote conferentie over denkprocessen. Onder de genodigden bevindt zich de Britse creativiteitsgoeroe Edward de Bono. Singapore hoeft niet te wanhopen, 'het vrije denken kan worden aangeleerd', profeteerde hij tijdens een voorbereidingsbezoek.

Maar anderen zijn veel sceptischer over het creatieve potentieel bij inheemse academici. Een westerse hoogleraar die liever anoniem blijft, denkt dat de oplossing niet zo eenvoudig is. 'Singapore's leiders zijn het schoolvoorbeeld van politici die geloven in de maakbare samenleving. Een campagne hier, een subsidie daar en hup, weer een probleem van de baan. Maar het gebrek aan creativiteit hebben ze zelf jarenlang gestimuleerd. Dat werk je niet een, twee, drie weg.'

Volgens hem kunnen Singaporanen niet wennen aan vragen stellen. 'Het kritische vermogen is onderontwikkeld.' Studenten moeten nu meer papers maken en hun opvattingen leren verdedigen. Maar dat gaat niet zonder horten of stoten. Lim Pin, vice-president van de Nationale Universiteit, zei openlijk tegen de Straits Times: 'De kwestie is niet een gebrek aan creativiteit, maar onze cultuur maakt ons terughoudend. We zijn niet gewend om onze mening te geven.'

Dat is niet verwonderlijk. De Singaporanen die de afgelopen dertig jaar wel kritisch nadachten, is het zonder uitzondering jammerlijk vergaan. De regering heeft met de verbetenheid van een bullterriër elk politiek afwijkend geluid bestreden.

'Onze mensen zijn kopschuw geworden. Wij laten ons liever leiden, dan dat we initiatief nemen', zegt advocaat Abdul Rohim. Er is een schrijnend gebrek aan ideeën. Veel mensen geloven echt dat de regering alles beter weet, doordat ze veel competente ambtenaren weet aan te trekken.

Hij citeert de schrijver Philip Jeyaretnam, zoon van een oppositiepoliticus, die zegt dat Singapore in de jaren zeventig bewust gedepolitiseerd is. 'Politiek is voor politici. De gewone man is bang en wil er niets mee te maken hebben.'

Toch gelooft premier Goh nog steeds dat de ontwikkeling van creatieve geesten mogelijk is zonder politieke hervormingen. Hij pleit zelfs voor een culturele renaissance. 'We moeten ons ontwikkelen tot meer complete mensen, niet alleen over zaken praten, maar ook over wereldpolitiek en literatuur. Er moet een laag Singaporanen komen met intellectuele nieuwsgierigheid', zei Goh afgelopen zomer in een vraaggesprek. Een donderdag bekend geworden enquête bevestigde ten overvloede dat jongeren artistieke vrijheid en het horen van afwijkende meningen hoog op hun verlanglijst hebben staan.

Een kleine artistieke opleving is de weerspiegeling van dit idee. De bouw van een nieuw nationaal museum voor schilderkunst en een cultureel centrum met toneel- en concertzalen is bedoeld om de toerist duidelijk te maken dat er wel iets te beleven valt en dat het imago Singabore tot het verleden behoort.

In het voetspoor van de gearriveerde kunst ontwikkelt zich het avantgarde-toneel. Dat gaat niet zonder rellen, want de politie verbood de act waarbij een acteur zijn genitaliën ontblootte. Maar een politiek gevoelig toneelstuk over raciale verhoudingen en de stokslagen die een Amerikaanse tiener drie jaar geleden kreeg, kon worden opgevoerd zonder dat de Raad voor de Kunst viel over de scheldpartij tussen zich koloniaal gedragende blanke buitenlanders en Singaporanen.

In het toneelstuk Ka-Ra-You-Ok wordt de leegheid van het Singaporaanse bestaan aangevallen door het gebrek aan communicatie centraal te stellen. Bepaald gewaagd is de rol van de vrouwelijk professor, die adviseur is van de Nationale Raad voor Familie Waarden. Ze scheidt van haar man en raakt totaal vervreemd van haar zoon Eddie, een diskjockey die als travestiet de gouden microfoon wint op een Karaokewedstrijd door Diana Ross' Endless Love na te zingen. Eddie valt Azië's passie voor het naäpen van popsterren aan: 'Karaoke is voor mensen die elkaar niets te vertellen hebben.'

Net als bij de Internetgebruikers rekent de overheid op zelfbeheersing bij de bepaling van wat wel en niet kan. Sommige theatergroepen leggen hun voorstelling voor alle zekerheid eerst aan de censor voor. Want ook hier ligt een pijnlijk verleden. In 1987 werd de amateur-regisseur Wong Souk Yee opgepakt omdat ze met haar groep een satire maakte op de Singaporaanse levensstijl. Met haar verdwenen juristen en maatschappelijk werkers achter de tralies, omdat ze een communistische mantelorganisatie zouden vormen, die de toeschouwers wilde radicaliseren.

De advocaat die hen verdedigde, Francis Seow, kreeg het met Lee Kuan Yew aan de stok en werd eveneens gevangen gezet. Na zijn vrijlating sloeg hij de waarschuwing in de wind zich niet met politiek in te laten. Hij bemachtigde een parlementszetel, maar werd tijdens een bezoek aan New York veroordeeld wegens belastingontduiking. Na zijn publicaties over de martelingen die hij en zijn cliënten ondergingen, is hij persona non grata.

Ook nu nog wil de regering van kritiek niets weten. In 1994 werd de International Herald Tribune veroordeeld, omdat een gastschrijver op de opiniepagina suggereerde dat Singapore verviel in de oude Chinese gewoonte van familiepolitiek. Hij doelde op de positie van Lee Kuan Yew's zoon BG Lee, die vice-premier is. De Herald, die een klein deel van de oplage in Singapore drukt, moest ruim een miljoen gulden schadevergoeding betalen en een vernederend openbaar excuus afdrukken.

Enkele maanden later vergeleek de Amerikaanse academicus Christopher Lingle enkele Aziatische dicaturen. Lingle, die werkzaam was in Singapore, schreef in de Herald dat de een tanks gebruikt om protest neer te slaan. De ander 'is veel subtieler en maakt gebruik van een meegaande rechterlijke macht om oppositiepolitici te ruïneren.' Liefst vier processen kregen de Herald en de auteur aan hun broek. Lingle vluchtte als een dief in de nacht en de Herald beet met een nieuwe rectificatie in het stof. De Amerikaan vertelde onlangs in Hongkong dat Lee Kuan Yew hem tot op heden zijn academische carrière probeert te saboteren.

Het handjevol eigen oppositiepolitici pakt de regering eveneens genadeloos aan met processen en andere pesterijen. De psycholoog Chee Soon Juan, een van de meest spraakmakende regeringstegenstanders bij de verkiezingen van afgelopen donderdag, kreeg vorige maand een boete van 33 duizend gulden omdat hij een verkeerd cijfer had gebruikt in een stuk over de gezondheidszorg. 'De twee van 25 was per ongeluk weggevallen', zegt hij. De regering zei 'expres', en sleepte hem voor het gerecht.

Chee, die de regering alle krediet geeft voor de economische prestaties, verloor eerder al na processen wegens smaad zijn baan als universitair medewerker en moest zijn huis verkopen. De regering heeft inmiddels zo zitten stoken in zijn Democratische Partij (SDP) dat daar hooglopende ruzie is uitgebroken en een dissidente partijgenoot 300 duizend gulden schadevergoeding van Chee eist wegens smaad.

Op de vraag waarom hij het oppositie-voeren volhoudt, zegt Chee: 'We kunnen toch niet de 21ste eeuw in met dit autoritaire bewind? Er zijn andere manieren om ons land te besturen en die mogen best naar voren worden gebracht'. Chee's scherpste kritiek betreft de economie. Hij vindt dat de alomtegenwoordige regeringsbedrijven het vrije ondernemerschap verstikken.

De regering probeert via de zogeheten Feedback Units op de hoogte te blijven wat er onder de bevolking leeft. Het geloof in Aziatische waarden kreeg echter een ernstige knauw toen in juni de Wet op het Onderhoud van Ouders van kracht werd. Kinderen kunnen door hun vader of moeder voor een klachtencommissie geroepen worden als ze niet genoeg voor hun ouders zorgen. Iedereen dacht dat de aloude Aziatische angst voor gezichtsverlies de oudjes daarvan wel zou weerhouden. Maar dat pakte anders uit. Er zijn al meer dan tweehonderd zaken in behandeling.

Critici noemen Singapore het meest verwesterde land van Azië, maar ook het minst vrije. De nieuwe rijken stromen met honderdduizenden door de onafzienbare winkelcentra. Ze bevolken de disco's en laten het geld rollen in dure Franse en Italiaanse restaurants. Ouders proberen hun kinderen aan een Amerikaanse of Britse universiteit te laten studeren. Een diploma van het door Lee Kuan Yew bezochte Cambridge geeft hetzelfde cachet als merkkleding van Armani of Chanel.

In de Boom Boomclub aan de uit het puin herrezen Bugisstreet schudt de travestiet Kumar de schouders. Zijn glitterjurk zwiert heen en weer, terwijl hij het publiek belaagt met seksueel getinte grappen in het Singlish, de mengeling van Engels, Chinees, Maleis en Tamil. De Singaporanen schateren om zijn bijdrage aan de verkiezingscampagne: Kumar is meer geïnteresseerd in seks dan in politiek.

Begin jaren tachtig sneuvelden de opwindende travestietenbars en Chinese bordelen onder de zucht naar fatsoen. In Bugisstreet dansten hoeren met travestieten een striptease in de buitenlucht. Matrozen klommen juichend op het dak van het antieke openbare urinoir om op het plaveisel te pissen. Maar de overheid vond dat alle straatvertier moest verdwijnen. De eethuisjes werden ondergebracht in hygiënische flatgebouwen. Na klachten over de provinciaalse saaiheid van de stad is getracht met nieuwbouw een deel van de oude Bugis-sfeer te herscheppen.

Kumar viert nu zijn triomfen in de Boom Boom en is een veel gevraagde artiest op feesten voor buitenlanders. Maar een tolk van Indiase komaf vindt er weinig aan. Hij heeft in Engeland rechten gestudeerd en is beter gewend. 'Kumar is als die nieuwe gebouwen hier: zoethouders, die het bewind gebruikt om ons rustig te houden.'

Toine Berbers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden