SICCO LEENDERT MANSHOLTBoer, zeeman en machinist van Europa

Geboren: 13 september 1908 in Ulrum (Groningen). Voorstander van: een basisinkomen voor iedereen. Grootste trots: zijn eerste van vele eredoctoraten, aan de Landbouwhogeschool Wageningen....

NATUURLIJK had hij een Nobelprijs moeten krijgen, maar voor zijn prestatie bestaat nog altijd geen categorie. En zijn bijnaam 'koning van Europa' klonk dan wel mooi, maar meestal werd het gebruikt als een schamper scheldwoord.

Sicco Mansholt was boer én zeeman. Een boer hecht aan zijn grond, is geneigd tot het kleine. Een zeeman denkt en voelt internationaal. Dat is met elkaar in tegenspraak, en misschien is Mansholt daarom zo vaak niet begrepen. Zijn eigen Partij van de Arbeid koesterde hem tot zijn dood als 'de wijze kater van Wapserveen', maar deed tegelijkertijd opvallend weinig met zijn adviezen. Die waren zo consequent grensoverschrijdend, internationaal en verstrekkend, dat je er op korte termijn nooit kiezers mee kon winnen. Een moderne politieke partij denkt immers nauwelijks verder dan in vierjarenplannen.

Mansholt keek veel verder. Daar komt nog bij dat hij nimmer 'gewoon' politicus was geweest; hij was nooit in de Tweede Kamer gekozen, altijd lid van de uitvoerende macht geweest, en dus raakte hij nooit helemaal vertrouwd met de psyche van het gewone Kamerlid.

Het lag in de lijn dat Nederland te klein werd voor Mansholt, die meteen na de oorlog op zijn 36ste minister was geworden. Hij had toen, in gewone-mensentermen gesproken, al een heel leven achter zich. Na de hbs was hij opgeleid aan de befaamde koloniale landbouwschool van Deventer, was theeplanter op Java geworden, ambtenaar in Den Haag, boer in de Wieringermeer, verzetsman en organisator van de voedselvoorziening tijdens de hongerwinter. In acht opeenvolgende kabinetten bleef hij vaste keus als minister van Landbouw.

Op 1 januari 1956 verhuisde hij naar de nog zeer prille Europese Commissie. Hij zou er tot zijn pensioen in 1973 blijven, 'Brussel' zien uitgroeien tot een respectabel bestuursapparaat en een zo stevig stempel op de Europese ontwikkeling drukken dat men Mansholt nu tot de belangrijkste Europeanen mag rekenen.

In feite was er nog niets in Brussel toen Mansholt er naartoe trok. De liftboy moest naar de winkel voor potloden en notitieblokken voordat de fameuze marathonvergaderingen konden beginnen. Wereldvermaard werd Mansholt in 1962 toen hij Europa onderwierp - je kunt moeilijk een ander begrip bedenken voor zijn onbuigzame houding - aan het befaamde landbouwplan dat zijn naam draagt. In één klap was daarmee de altijd wat miskende agrarische sector het meest voorlijke onderdeel van de Europese Gemeenschap geworden. Het Mansholtplan behelsde prijsaanpassing voor alle EEG-landen. Dat betekende voor Duitsland een prijsverlaging en een verlies van 1,3 miljard mark per jaar. Daarom bleven de Duitsers ook het langst tegenstribbelen. Voor Nederland betekende het daarentegen een prijsverhoging.

Mansholt zelf gaf later toe dat hij adembenemend gepokerd had, die historische nacht van 13 op 14 januari 1962. De correspondent van Het Vrije Volk schreef: 'Zelden of nooit zal in vredestijd één man zwaarder politieke verantwoordelijkheid hebben gedragen dan deze wonderlijke Nederlander.'

De EEG-commissaris had één velletje papier voor zich. Met trefwoorden, krulletjes, haakjes en een enkele aantekening in rood. Daar stond op wat het ene land ten opzichte van het andere land had in te ruilen. Toen de zaak muurvast zat en de Duitse minister van Landbouw geen centimeter verder leek te willen bewegen, kwam Mansholt met een nieuw voorstel en dreigde: 'Mijne heren, dit is het slot. U dient dit laatste voorstel te aanvaarden zonder discussie. Het is te doen of te laten. Zodra een van u één enkele poging doet alsnog een debat te openen, trek ik mijn voorstel in.'

Direct na zijn overwinning zat hij om half zeven voor de tv-camera, om zeven uur was hij thuis en om tien uur stond hij in de Brusselse jachthaven alweer aan de nieuwe kajuit van zijn boot te werken. 'Ik blijf op de been door alle vrije tijd te vullen met handenarbeid. Als ik zou gaan lezen, zou ik verloren zijn', legde Mansholt uit. 'Denken doe je in je bed, als je opstaat, als je met je boot bezig bent. Je kunt niet gaan zitten en zeggen: nu ga ik denken.'

In zijn latere Brusselse jaren voltrok zich een merkwaardige ommekeer in Mansholts denken. Door het befaamde Meadows-rapport 'Grenzen aan de groei' (1971) en onder invloed van zijn toenmalige vriendin Petra Kelly (het latere boegbeeld van de Duitse Grünen) keerde hij zich af van de grootschalige landbouw en werd voorvechter van een krimpeconomie met grote compassie voor het milieu. EEG-collega Spinelli vroeg: 'Zeg, Sicco, ben je soms hippie geworden?'

Na zijn Brusselse periode bleef Mansholt zeer actief. Schreef het ene rapport na het andere. Werd overal als adviseur ingeschakeld. Maar velen noemden hem een doemdenker vanwege uitspraken als: 'Ik ben bang dat de mensheid het van zichzelf zal verliezen. De mens is een groot gevaar voor het evenwicht op aarde, door zijn technologie, door zijn wetenschap, door zijn levenswijze. De mens kan zich niet zo gedragen als noodzakelijk is voor zijn voortbestaan. De politieke wil om het echt te veranderen is er niet.'

Slechts even nam hij echt vrij, begin jaren tachtig, voor een tien maanden durende zeezeiltocht in zijn zelfgebouwde Atalanta II. Hoewel, vrij? Mansholt nam stapels literatuur mee waaraan hij nooit toegekomen was. Maar optimistisch kwam hij niet terug van zijn droomreis rond de wereld. Tegen de Volkskrant zei hij in 1989, gezeten in de opkamer van zijn Drentse boerderij: 'Op het ogenblik kunnen we niet anders dan nog een halve eeuw olie en aardgas snel opbranden, en daarmee verstoren we het ecologisch evenwicht. De gevolgen zijn rampzalig. Er komen geweldige verschuivingen in de productiecapaciteiten. De Verenigde Staten worden arm. Siberië wordt waarschijnlijk een rijk productieland. De zeespiegel zal stijgen. Straks ligt Amersfoort aan zee. We trekken ons hier terug op het hoge land. Dat is allemaal niet zo erg. Maar wel: blijft er brood op de plank?'

Een jaar later pleitte hij voor een snelle vermindering van de Europese landbouwgrond met 10 procent. En over veertig jaar zou de helft verdwenen moeten zijn.

Hij stierf als de pessimist die hij door het Meadowsrapport geworden was. Tot zijn dood greep hij elke mogelijkheid aan om zijn sombere mening te verkondigen. Niets wenste hij terug te nemen van wat hij in 1971 tijdens een geruchtmakende rede in Brussel had gesignaleerd: 'Wij zijn op het ogenblik op een grandioze manier aan het potverteren. We plegen roofbouw op praktisch alle terreinen. Onze welvaart is de vijand van ons welzijn.'

Met zijn doemscenario's draafde hij soms te ver door. Maar hij bleef Nederlands grootste Europeaan. De man die in 1962 de eenwording in een beslissende versnelling dwong. Niet de koning van Europa was hij, eerder de machinist. Een titel die Mansholt, met zijn technische tic, ongetwijfeld dierbaar zou zijn geweest.

Henk Strabbing

Dit is de 53ste aflevering van een serie over honderd belangrijke Nederlanders van deze eeuw. De volgorde is chronologisch (op basis van geboortedatum). Onder het kopje Gepasseerd staan de namen van tijdgenoten die de tophonderd niet hebben bereikt. GEPASSEERD

Wilhelmina Bladergroen (1908-1983).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden