SER: ieder zijn eigen pensioenspaarpot

Iedereen een eigen pensioenspaarpot, maar wél samen risico's dragen. Dat is het pensioenfonds van de toekomst, volgens de SER. Maar de vraag is of het erdoor komt. Want er zijn meer opties.

Mensen willen meer zicht op hun opgebouwde pensioenvermogen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Iedere werknemer die bij een pensioenfonds spaart voor zijn oude dag, kan daar een eigen spaarpot krijgen. Hij kan dan steeds zien hoeveel hij heeft ingelegd, wat het beleggen oplevert en hoeveel pensioen hij al bij elkaar gespaard heeft, terwijl de risico's gedeeld worden met andere spaarders. In zo'n systeem verdwijnt de subsidiëring van oudere werknemers door hun jongere collega's.

Niet van deze tijd

De vakbonden, de werkgevers en onafhankelijke deskundigen hebben in de Sociaal Economische Raad (SER) vastgesteld dat zo'n systeem haalbaar is. Vandaag presenteren zij hun technische onderzoek. Verandering is noodzaak, vindt de SER. De huidige pensioenregeling gaat nog uit van veertig jaar werken bij één werkgever. 'Dat past niet meer bij deze tijd', zegt SER-voorzitter Mariëtte Hamer. 'Mensen wisselen van baan, werken een tijd korter of langer. Bedrijven bloeien op en gaan ten onder. Daar is het systeem nu niet op gebouwd. Het is erg gevoelig voor de lage rente en het heeft te weinig mogelijkheden voor maatwerk en keuzevrijheid. Maar we weten ook dat mensen risico's graag blijven delen.'

Bovendien willen mensen meer zicht op hun opgebouwde pensioenvermogen. Nu krijgen werknemers weliswaar jaarlijks een pensioenoverzicht over de hoogte van het pensioen dat ze kunnen halen als er geen gekke dingen gebeuren. 'Dat lijkt een belofte, maar is het niet. Het is ook niet transparant hoeveel geld mensen hebben ingelegd', zegt Kees Goudswaard, hoogleraar economie en sociale zekerheid in Leiden. Hij leidde het onderzoek naar de haalbaarheid van 'persoonlijk pensioenvermogen in combinatie met risicodeling'.

Transparant

Transparant wordt het wel, de spaarpotten of - in jargon - het persoonlijk pensioenvermogen. Werknemers kunnen steeds zien hoeveel zij hebben ingelegd en wat dat oplevert. Al moeten ze ook bijdragen aan een gezamenlijke buffer om tegenvallers voor het pensioenfonds op te vangen. Het voorstel heeft alleen betrekking op werknemers in loondienst die nu verplicht bij een pensioenfonds sparen. Voor zelfstandigen - zzp'ers - en flexkrachten biedt het geen soelaas. 'Daar gaan we nog naar kijken.'

Het SER-voorstel is een uitwerking van een voorzet van vorig jaar. Toen presenteerde de raad al drie voor de hand liggende varianten voor de verbouwing van het pensioensparen: een nationale pensioenregeling, een kleine aanpassing van het huidige systeem en 'ieder zoekt het zelf maar uit'-variant. Maar het aantrekkelijkst vond de SER een heel nieuw systeem met individuele pensioenpotjes. Of dat haalbaar is, was toen nog onduidelijk. Na een jaar rekenen blijkt de verbouwing haalbaar én bovendien een robuuster pensioenstelsel op te leveren.

Toch kiest de SER niet voluit voor dit systeem. 'Nee, er is geen ruzie over', bezweert Hamer, 'Maar we hebben geen beste ervaringen met pensioenakkoorden die hier in achterkamertjes zijn gesloten', zegt zij verwijzend naar het akkoord dat vakbeweging en werkgevers in 2010 sloten. Dat akkoord spleet de FNV. De SER gaat nu een brede maatschappelijke discussie organiseren over de voorstellen. Maar de auteurs van verkiezingsprogramma's kunnen natuurlijk al winkelen in de SER-voorstellen en bij de kabinetsformatie kunnen de plannen ook een rol spelen. Het voorwerk is gedaan.

SER-voorzitter Mariëtte Hamer tijdens het begin van het tweedaags partijcongres van de PvdA, 17 januari 2015.Beeld anp

Probleem

De overgang levert wel een reeks problemen op. Nu betalen bijvoorbeeld per pensioenfonds alle werknemers dezelfde premie. Indirect subsidiëren jongere werknemers hun oudere collega's. Ze betalen dezelfde premie over hun salaris, maar daarmee bouwen jongeren minder pensioen op dan ouderen. Dat is geen probleem zolang de jongeren van nu later zelf door jongeren worden gesubsidieerd. Maar door de veranderingen op de arbeidsmarkt is dat geen zekerheid meer. Het principe wordt dan ook geschrapt in het persoonlijk pensioenvermogen.

Als dat zomaar gebeurt, zijn werknemers van middelbare leeftijd - geboren in 1970, kort daarvoor of kort daarna - de dupe. Zij hebben al wel bijgedragen aan hun oudere collega's maar profiteren niet van de jongeren. Compensatie zou volgens het CPB zo'n 100 miljard euro kosten.

Het probleem wordt volgens Goudswaard al beperkt bij de omzetting van de opgebouwde pensioenrechten naar individueel vermogen. 'Dan blijft een overzichtelijk probleem over. Dat kan worden opgelost door bijvoorbeeld vijf jaar een extra premie van 2 procent te betalen. Er zijn veel varianten en het hangt ook erg af van de situatie per fonds, of er veel jongeren zijn of juist veel ouderen.' Is deze overgang geregeld dan kan de premie zo'n 8 procent dalen ten opzichte van nu, zo heeft het Centraal Planbureau berekend.

Voorop blijft staan dat de belangrijkste risico's per pensioenfonds door alle werknemers worden gedeeld. Denk aan de beleggingsrisico's - het kan meezitten maar ook tegenvallen -, het risico van een lang leven met de hoop op al die jaren pensioen. Maar denk ook aan het overlijdensrisico met een uitkering voor nabestaanden. 'We willen de goede kanten van de collectieve regeling overeind houden', zegt Hamer. 'Uit de analyse blijkt ook dat het systeem en de uitkeringen stabieler worden.'

Vier opties - Nationaal pensioen

Eén standaardpensioen, verplicht voor alle werkenden - ook voor zzp'ers en vrije beroepen.

Voor iedereen dezelfde pensioenpremie.

Zo ontstaat de grootst mogelijke groep om risico's te delen: beleggingsrisico, nabestaandenpensioen.

Kleine verbouwing

Eén pensioenpremie voor alle werknemers, maar de pensioenopbouw daalt met het stijgen van de leeftijd: zo komt een einde aan de subsidie van jonge aan oudere collega's.

Het verplichte pensioensparen bij een pensioenfonds blijft bestaan.

De regels voor pensioenuitkering blijven zoals ze nu zijn.

Persoonlijk pensioen

Werknemers krijgen een individuele pensioenspaarpot bij een verplicht pensioenfonds; het risico bij beleggen neemt af naarmate de spaarder ouder wordt. Werknemers delen risico's bij beleggen, lang leven met lang pensioen, nabestaandenpensioen, en sparen samen voor buffer om tegenvallers op te vangen. Er komt een einde aan de huidige subsidie van jong naar oud. Het pensioen blijft onderdeel van het cao-overleg tussen vakbonden en werkgevers.

Ieder voor zich

Ieder bepaalt zelf hoeveel hij spaart

Ieder kiest zelf een pensioenfonds

Ieder kiest zelf zijn 'beleggingsmix': veel, weinig of gemiddeld risico

Ieder bepaalt zelf hoe het pensioen wordt uitbetaald: bedrag ineens, uitkering per jaar of maandelijks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden