SCHIP TE KOOP

Her en der uit de betimmering van het schip komen dampen die steeds scherper ruiken. Stroomdraden bollen op, uit de stil..

staande ruitenwisser komt rook. De reis eindigt bij een meerpaal voor de Loenense brug. Enige dagen later sleept een bevriende schipper de Yukon terug naar Amsterdam. Het slot van een rampentocht in drie etappes. De volgende ochtend zoeken we verlegen naar raad. Bij het noemen van de motor wordt die ons verder ongevraagd verstrekt. 'Een benzinemotor is krankzinnig. Gooi er toch een dieseltje in!' In de haven ligt een gestrande Duitser op doorreis. Hij bevaart een Hamburgse douanepraam, naaldslank, schril beschilderd en van binnen ingericht als een buffetkast. Van hem wordt verteld dat hij, voormalig machinist op een zeesleper, diesels in een handomdraai inbouwt.

Na verteld te hebben dat zijn moeder in het concentratiekamp heeft gezeten, zegt hij me een Mercedesmotor toe, die nog slechts uit Duitsland hoeft te komen en die van mijn schip een varend lustpaleis zal maken. 'Wahnsinn om in de Cortinamotor ook nog maar een Cent te investieren.' Pakkingen, uitlaat, carburateur, alles lekt en dampt. Bougies zijn al doorgebrand. Op de roerpin lekken liters water het schip in. Alles vraagt om restauratie en vernieuwing. Zelf heeft hij van de Kieler kust naar Maastricht, met maandenlange omwegen over Friese meren en Zuid-Hollandse wateren, nog geen tweehonderd gulden aan dieselolie verstookt.

In zijn drijvend kabinet overhandig ik hem een aanbetaling op de gevraagde som voor de Mercedesmotor die binnen een week in mijn romp zal ronken. Die middag al meldt hij zich met duimstok en schuifmaat om de noodzakelijke metingen te verrichten. Hij kruipt bijkans in de bilgeruimte om dan beolied en rood aangelopen overeind te komen. De nieuwe motor komt met de krukas drie centimeter lager uit dan de huidige. Ook is de keerkoppeling niet aan te sluiten. Om de diesel te monteren moet het motorfundament met een lasvlam worden uitgebrand. Dat gaat zomaar niet. Verwijdering van benzinetank en alle brandstofleidingen is de eerste voorwaarde. Binnen een week zal dat niet lukken, en ook niet binnen de beloofde vijfduizend mark. Hoe lang en hoe duur dan wel? Minstens vier weken en vier mille meer. Een schip van bijleggen! Hoofdschuddend geeft hij het voorschot terug. Een eerlijk mens.

Om me heen hangt het medelijden dat men de stervenden schenkt. Als ik passeer, wordt er gefluisterd. Ik zak in een wanhopig gat waaruit slechts één besluit verlossing biedt: 'Repareer in godsnaam de uitlaatgas- en waterlekkages, anders kom ik hier nooit meer weg.' Mijn scheepsgenote biedt verlossing. 'We blijven het niet aanzien. Jij moet weg van dat schip. Je moet maar eens een paar dagen lopen.'

Een uur later zijn we op weg naar de Ardennen. Heuvel op, heuvel af, langs stroompjes, over venen, door loof- en naaldbossen. Fles water, stokbrood, plak ardennerham. Een week later staat mijn besluit vast. Van onze Duitse scheepsgezel horen we dat de meest noodzakelijke reparaties zijn verricht. We bellen een transporteur die schepen op trailers vervoert. Volgens mij in het algemeen en in het bijzonder de beste en zuinigste methode voor scheepsreizen. De vervoerder heeft juist een vrachtje van Loosdrecht naar Venlo, dus als we willen kunnen we morgen al voor het bijzondere tarief van achthonderdvijftig gulden exclusief op de trailer.

We gedenken kort de zeshonderd gulden benzine die de heenweg ons, afgezien van de vijf vaardagen, heeft gekost. Alles komt in een stroomversnelling. De volgende dag arriveren wij per trein uit de Ardennen in Maastricht en zijn juist op tijd om een gigantische vrachtauto achterwaarts vast te zien lopen in de grintheuvel die de toegang tot de Jojohaven verspert. Langzaam graven de machtige wielen zich met brullende motor in de drassige havengrond. Na een uur grintscheppen komt de vrachtauto los en wordt achterwaarts met millimetermarge tussen opgelegde peperdure jachten gemanoeuvreerd tot bij de kraan waarin ons schip hangt. Bíj, niet ónder. Want er staan mechanische wetten in de weg en gestalde schepen die het indraaien onmogelijk maken.

De werftractor werkt niet. Van de vorkheftruck is de sleutel weg. Elk moment verwacht ik dat de opleggerchauffeur de zaak vloekend opgeeft om tegen meerkosten nog wel eens terug te komen als de juiste voorbereidingen getroffen zijn. Maar hij werkt opgewekt verder aan nieuwe oplossingen. De oplegger wordt losgekoppeld en met het truckdeel verplaatst hij de opgelegde jachten op hun karren, achterwaarts en opnieuw millimeterend tussen andere schepen door totdat de ruimte vrij is om de oplegger onder de kraan te draaien. De Yukon wordt geheven en met blokken, steunen en spanbanden vastgetalied.

Het laden heeft ruim vier uur geduurd, maar iedereen blijft blijmoedig. We drinken iets op de goede afloop. De verhalen komen los. Dit is nog niks, uit takels schietende schepen, losrakende trailers, afbrekende railingen en masten, het is dagelijkse kost. Mannen in deze branche kennen geen zenuwen. Menselijke diesels die leven van smeerolie en lagervet. Onze chauffeur verzamelt in zijn vrije tijd aanhangmotoren, en heeft er honderdtwintig. Honderdtwintig? Ja, thuis, in een schuur verderop heeft hij er nog driehonderdveertig, maar van nu af aan wil hij zich toeleggen op binnenboordmotoren. Interessanter. Verder zoekt hij een slepertje van zo'n vierentwintig meter. Met een kloppermotor, zoals je die vóór de Revolutie in Rusland zag, of tijdens de goldrush in Alaska.

De verhalen krijgen mythische proporties. Langzaam daagt me wat me al die tijd ontgaan is. In het walhalla van de scheepvaarders is varen bijzaak. Wie van antieke schepen houdt, heeft andere verhalen. De ballade van de kwartgedraaide boegschroef, het achter in Polen op een schroothoop gevonden nagelnieuwe motorbulkertje, de uit Kamsjatka afkomstige olieblurpkop. Het Gulden Vlies, de Graal, de Witte Walvis.

Odysseus, Melville, Conrad, Raaff, wie hoort in deze rij niet thuis? Die moet zich bij een beenhakkertje houden. We lopen gebogen naar het Maastrichtse station. Ronkend passeert ons de oplegger met de Yukon. De volgende dag gaan we naar de jachthaven in Loosdrecht waar de boot is afgeladen. Na wederom kraangeld te hebben betaald bereiden we ons voor op de laatste vaart, van Loosdrecht nog eenmaal over de Vecht naar Amsterdam. De motor komt hortend op gang en wil slechts lopen met uitgetrokken choke. De afstelling zal door de truckreis verstoord zijn, wellicht lucht in de leidingen. Als hij straks warm is, wordt alles beter!

Warm wordt hij wel en uit de uitlaatisolatie slaan verstikkende dampen. Dat is altijd zo bij nieuwe pakkingen. Met open motorkast stomen we door de Drecht knetterend de Vecht op. De gassenuitstroom vermindert niet. De dampen worden scherper van geur en komen nu ook her en der uit de betimmering. Ik ruk het stuurpaneel los en zie de stroomdraden opbollen. Uit de stilstaande ruitenwisser komt rook, de bedrading kolkt. Met de laatste tegenwoordigheid van geest draai ik de stroomschakelaar uit. Daarmee zwijgt ook de motor. De kabel-isolatie suddert zachtjes rond het blootliggend koperdraad. We vinden een meerpaal voor de Loenense brug.

De bus brengt ons naar Amsterdam. Enige dagen later sleept een bevriende schipper ons terug naar de stad. Schip te koop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden