Schending vangst- en verkoopverbod is publiek geheim

Ondanks verbod liggen zalmachtigen gewoon op de markt

Daar ligt hij te glinsteren, open en bloot in het ijs, tussen de zeeduivel en de rode poon. De verkoop van de Nederlandse zeeforel mag dan wel streng verboden zijn, op de biologische boerenmarkt langs de Prinsengracht is de zilverkleurige zalmachtige deze zaterdagochtend 'gewoon' in de vitrine te vinden.

Medewerkers van milieuadviesbureau ATKB halen de fuiken leeg bij de sluizen van Lith. Er zit geen zalm in, enkel brasem. Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

'Eigenlijk mogen we geen zeeforel verkopen', geeft een medewerkster van viskraam de Goede Vissers onomwonden toe. Achter haar ontdoet een collega verse vissen met lange halen vakkundig van hun graat. 'En ook geen zalm, nee', voegt ze eraan toe. Die laatste soort, de grote broer van de zeeforel, ontbreekt vandaag bij de Goede Vissers. 'Waarom? Omdat we ze niet hebben gevangen.' Veel zeeforellen zijn er ook al niet meer, waarschuwt ze. 'Zal ik er anders een voor je aan de kant leggen?'

Het gemak waarmee de visverkoopster over de verkoop van zowel zalm als zeeforel spreekt, is ondanks het vangstverbod weinig verrassend. Binnen de visserij is het een publiek geheim dat er zalmachtigen door vissers worden gevangen én verkocht. De meeste van deze vissers azen weliswaar niet specifiek op zalm of zeeforel, want daar zwemmen er te weinig van rond om interessant te zijn, maar op vissoorten als zeebaars. De zalmachtigen blijven vervolgens als bijvangst in de netten hangen. En wat kan meenemen voor kwaad als zo'n vis, na twaalf uur met z'n kieuwen in een net te hebben gehangen, toch al dood is?

Met de verkoop van zalm en zeeforel staan de vissers in een lange traditie. Al sinds mensenheugenis vangt men zalmachtigen aan de Nederlandse kust, met name rond de mondingen van de Maas en de Waal. Voor zalmen zijn die rivieren de toegangswegen naar de hoger gelegen paringsgebieden. Door milieuvervuiling, overbevissing en het sleutelen aan waterwegen waren er in 1987 zo weinig zalmen in de Rijn over, dat er een grootscheeps beschermingsproject nodig was om de vis voor Nederland te behouden. De Nederlandse minister van Verkeer en Waterstaat Neelie Smit-Kroes nam dat jaar het initiatief voor dat project. Ook voor de terugkeer van de zalm in de Maas werden maatregelen genomen.

Samen met Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en de andere Benelux-landen stak Nederland voor honderden miljoenen euro's in de terugkeer van een gezonde zalmpopulatie in de Europese rivieren. De landen bouwden moderne vistrappen, schoonden het water op en zetten miljoenen kleine zalmpjes uit. De bedoeling was dat deze jonge zalmen, na drie jaar te hebben doorgebracht in de koude wateren rond IJsland en de Faeröer Eilanden, uiteindelijk weer zouden terugkeren naar de Rijn en de Maas. Daarvoor moeten ze via Nederland reizen.

Daar wringt de schoen, want bij het binnenzwemmen van Nederland stuiten zalmen op nogal wat obstakels. Zo worden de rivieren bij de monding van de Haringvliet in Zuid-Holland, een van de toegangspoorten voor de zalmen, van de zee gescheiden door sluizen. Pas in 2018 gaan deze sluizen op een kier, waardoor de vissen makkelijker de oversteek naar de Maas en de Waal kunnen maken. De rivieringangen - naast de Haringvliet kunnen zalmen ook via de Nieuwe Waterweg en het IJsselmeer naar binnen - zijn bovendien favoriete hangplekken geworden voor vissers, die weten dat vissen zich daar verzamelen. Ook op andere plekken langs de Nederlandse kust zetten de vissers hun netten uit, precies op de route van de vis die op weg is naar Duitsland of België.

Medewerkers van milieuadviesbureau ATKB halen de fuiken leeg bij de sluizen van Lith. Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Door al die obstakels hebben de dure zalmbeschermingsprojecten niet opgeleverd wat er van werd verwacht. In Nederland zwemmen enkele duizenden zalmen en zeeforellen, maar in verhouding tot de lengte van de rivieren is dat te weinig. Zo telde Thijs Belgers, die de zalmen in de Roer (een zijrivier van de Maas) in de gaten houdt, dit jaar maar acht zalmen. 'Het zal misschien nooit meer worden zoals vroeger, maar we willen in ieder geval een populatie opbouwen die zichzelf in stand kan houden' , aldus Belgers. 'Dat lukt nu niet, omdat Nederland niks tegen de riviervisserij onderneemt. Dat frustreert ons werk enorm.'

Dat Nederland enerzijds miljoenen uitgeeft aan reisvoorzieningen voor vissen maar anderzijds weinig doet aan het terugdringen van de visvangst, is niet iets van de laatste jaren. De toenmalige inspectiedienst zei tien jaar geleden al dat er geen aanwijzingen waren voor illegale vangst van zalm en zeeforel. De huidige toezichthouder, de NVWA, ziet nu weinig reden om het gevoerde beleid te veranderen. 'Dit staat niet bovenaan onze lijst van prioriteiten', aldus een woordvoerder. De controles die de gemeenten waarin wordt gevist uitvoeren, zijn van wisselende kwaliteit.

Volgens Tim Vriese, die de migratieroute van zalmen met zendertjes volgt voor Rijkswaterstaat, is de situatie voor de zalm in het afgelopen decennia wel iets verbeterd. 'Maar nog steeds keert slechts een half tot één procent van de zalmen terug na hun noordelijke trek. In een gezonde populatie is dat zo'n vier procent.' Deels komt dat volgens hem doordat niet alle vissers zich aan de terugzetverplichting houden. Die bepaalt dat een visser bedreigde diersoorten als de zalm weer moet vrijlaten als hij die per ongeluk heeft gevangen. 'In dit wereldje is er een groot verschil tussen papier en praktijk', zegt Vriese.

Maar is teruggooien wel het beste? Barbara Geertsema van de Goede Vissers vindt van niet. Zij laat telefonisch weten volledig achter het besluit te staan om zalm en zeeforel op de Amsterdamse markt te verkopen. 'Wij doen er bij het plaatsen van de netten alles aan om zalmachtigen te ontwijken, maar dat kun je niet volledig sturen. De vis is als wij de netten ophalen vaak al dood - en een dode vis van goede kwaliteit gooien wij liever niet terug.' Ze vindt het hoog tijd voor een open discussie binnen de sector. 'Dan kunnen we dit eindelijk ergens anders bespreken dan alleen met onze klanten op de markt.'

Meer over