Saneren is de enige uitweg

Als overheden hun financiën niet op orde krijgen, is het wachten op een nog historischer reddingsfonds...

Van onze correspondent Marc Peeperkorn

BRUSSEL Ruim zevenhonderd miljard euro om de munt te redden is veel, maar het is niet genoeg. Het echte werk – sanering van de overheidsfinanciën in alle EU-landen – moet nu beginnen.

Die boodschap werd afgelopen dagen logischerwijs overstemd door de overweldigende cijfersalvo’s. 720 miljard van de EU en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) om eurolanden in nood te helpen, eerder al 110 miljard voor Griekenland en dan ook nog eens de Europese Centrale Bank die de geldkraan openzet, het is ongeëvenaard. De financiële stabiliteit van de eurozone, maar ook ver daarbuiten, stond op het spel.

Maandag had het noodpakket direct effect. De koers van de euro veerde op, evenals de beurzen. Dinsdag vloeide de winst van de euro al weer weg. Niet helemaal vreemd: de uitslaande brand (onrust op de geldmarkten) mag zijn geblust, brandhout (armzalige overheidsfinanciën) ligt er nog volop.

De kredietcrisis en de daarop volgende miljardensteun voor de banken en economieën hebben het financieringstekort en de staatsschuld van de EU-landen tot recordhoogte opgestuwd. Gemiddeld steeg het tekort in de EU van 2,3 procent (2008) naar 7,2 procent van het bruto binnenlands product. Uitschieters zijn Griekenland (13,6 procent), Groot-Brittannië (12 procent) en Ierland (11,7 procent). Nederland heeft dit jaar volgens de Commissie een tekort van 6,3 procent, ruim twee keer de maximaal toegestane waarde (3 procent).

De ontwikkeling van de staatsschulden is nog ernstiger, die verdwijnen immers langzamer, terwijl de rente over de schulden het jaarlijkse budget beperkt. In EU groeide de schuldberg van 61,6 procent naar bijna 80 procent. Hier spannen Griekenland (130 procent), Italië (118 procent) en België (100 procent) de kroon.

Nederland zit met 66 procent onder het EU-gemiddelde. De regels van het Stabiliteitspact, dat de hardheid van de euro moet garanderen, laten een maximale schuld van 60 procent toe.

Deplorabel
Het is deze deplorabele financiële situatie die het wantrouwen en de onrust bij beleggers voedt. Dat besef is ook aanwezig bij de euroleiders en hun ministers van Financiën, getuige hun verklaringen afgelopen weekeinde. Gezondmaking van de overheidsfinanciën zien zij als een absolute noodzaak. Gebeurt dat niet, dan zitten de leiders straks opnieuw aan tafel voor een nog historischer reddingsfonds.

Portugal en Spanje, de volgende potentiële prooien van de markten na Griekenland, werden zondagavond door de ministers gedwongen met extra bezuinigingsmaatregelen te komen. Portugal kondigt vandaag aan zijn tekort de komende twee jaar met 2,5 procent extra te drukken ( vier miljard euro), Spanje met 1,5 procent (15 miljard euro). Of dat geloofwaardig genoeg is, beslissen de andere eurolanden binnenkort. Duitsland wil ingrijpender besparingen.

Maar ook de andere EU-landen worden niet ontzien. Volgende maand moeten zij met een duidelijke onderbouwing komen van hun plannen om de tekorten terug te dringen. Bij twijfel zal de Europese Commissie aanvullende besparingen eisen.

Dat past in de voorstellen die Europees Commissaris Rehn (economische zaken) vandaag presenteert. Rehn wil meer Brusselse greep op nationale begrotingen. Dat moet financiële luchtfietserij, zoals in Griekenland is gebeurd, voorkomen. Ook wil Rehn hogere boetes voor landen die de tekortregels overtreden. En extra EU-subsidies voor landen die hun financiën wel op orde hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden