Ruzie tussen fabrikanten bedreigt Franse kernenergie

Kibbelende fabrikanten versjteren de ambitie van Frankrijk om marktleider te zijn in kernenergie.

Tegenwind voor de EPR, kernreactor van de derde generatie en paradepaardje van de Franse kernindustrie. Onlangs werd bekend dat een opdracht ter waarde van ruim 20 miljard euro voor de bouw van vier nieuwe reactoren in Abu Dhabi niet aan het Franse bedrijf Areva wordt gegund.

Daar kwam woensdag het bericht bij dat de EPR-reactor die energieconcern EDF in Flamanville bouwt twee of drie jaar vertraging heeft opgelopen, en niet voor 2014 in bedrijf kan worden genomen. Beide tegenvallers zijn terug te voeren op een gebrek aan samenwerking tussen Areva en EDF, hoofdrolspelers in de Franse kernenergie.

Frankrijk heeft de ambitie marktleider te zijn op het gebied van de kernenergie. Tot 2030 zullen wereldwijd naar verwachting minstens tweehonderd reactoren worden gebouwd. Mede daarom ontwikkelde Frankrijk de EPR. De centrale van de derde generatie zou vele malen veiliger moeten zijn dan zijn voorgangers. Bij explosies van binnenuit of aanslagen van buitenaf komt geen straling vrij, is de belofte. Contracten voor de bouw van de EPR zijn afgesloten met China, India en de Verenigde Staten.

Areva bouwt in Olkiluoto in Finland een prototype EPR, mede bedoeld als nucleaire etalage. Dat project liep al drie jaar vertraging op, de kosten komen 2,3 miljard euro hoger uit dan de 3 miljard die was begroot. In de herfst rapporteerden Finse en Britse autoriteiten dat ze zich zorgen maakten om de veiligheid van de EPR in aanbouw.

De Franse overheid, dirigent op de achtergrond bij alles wat kernenergie is, gaf energieproducent EDF toestemming ook op Franse bodem een EPR te bouwen. De concurrentie tussen beide bedrijven werd daarmee op scherp gezet. Nu blijkt dus dat ook de nieuwe reactor in Flamanville achterloopt op schema.

De hogere kosten en het tijdverlies bij de bouw van de EPR-reactoren zijn volgens Areva-directeur Anne Lauvergeon van invloed geweest op de beslissing van Abu Dhabi. Maar volgens haar was het gebrek aan samenwerking aan Franse kant daarbij nog zeker zo belangrijk.

Abu Dhabi wilde één partner die bouw, exploitatie en kernafval ter hand zou nemen. ‘Het heeft lang geduurd voordat de organisatie op orde was’, zei Lauvergeon in Le Monde. Volgens haar heeft met name EDF te traag gereageerd.

De opdracht voor de bouw van de reactoren is nu gegeven aan het Zuid-Koreaanse Kepco, dat daarmee voor het eerst buiten eigen land bouwt en zo een nieuwe speler is geworden op de nucleaire groeimarkt. Volgens Lauvergeon hebben ook de hoge koers van de euro en de grote Koreaanse staatssteun een rol gespeeld bij de keuze van Abu Dhabi. Ze wijst er ook op dat veiligheid, betrouwbaarheid en kracht van de Koreaanse reactor niet te vergelijken zijn met die van de EPR.

EDF heeft sinds kort een nieuwe directeur, Henri Proglio, die meteen bij zijn aantreden zei dat het veel beter zou zijn als de Franse kernindustrie één hoofd van dienst zou krijgen: EDF. Hij vindt ook dat EDF aandelen in Areva zou moeten nemen. Lauvergeon voelt niets voor een dergelijke toenadering, omdat dit andere energieproducenten waarmee Areva samenwerkt zou afschrikken. Volgens eerste minister François Fillon staat de kernenergiesector al onder een centrale leiding: die van de overheid, aandeelhouder in alle bedrijven die in kernsector opereren.

Ook olieproducent Total wil zich in de kernenergie begeven, maar dan als investeerder en exploitant.

Areva geeft sinds enkele dagen geen garantie meer voor het vervoer van kernafval van de centrales van EDF naar de fabriek in la Hague in Normandië waar kernafval wordt bewerkt. Volgens Lauvergeon gebeurt dat omdat EDF zijn verplichtingen niet nakomt en geen nieuw contract heeft getekend. Ook uit die onenigheid blijkt dat de betrekkingen tussen beide nucleaire hoofdrolspelers niet optimaal zijn.

De kernenergie staat in Frankrijk om nog een reden ter discussie. Deze winter moet Frankrijk sinds lange tijd weer energie importeren. Bij hevige kou zou de elektriciteitstoevoer zelfs niet overal gegarandeerd kunnen worden. Door onderhoudswerkzaamheden leveren de centrales slechts 78 procent van hun totale capaciteit.