Ruslands eeuwige reserve

De laatste grote, nog niet aangeboorde oliereserve ter wereld bevindt zich nog steeds onder de Kaspische Zee. Pogingen de reusachtige voorraad, naar schatting 200 miljard vaten, te exploiteren en te vervoeren, hebben de Kaukasus dood en verderf gebracht....

IN DE STRIJD om het zwarte goud wordt niet gekeken op een dode, een staatsgreep, een bloedbad of een oorlog, zo valt te lezen in hét boek over de roerige geschiedenis van de olie-industrie The Prize van Daniel Yergin. Voor de Kaukasus, op de grens van Europa en Azië, lijkt dat in versterkte mate op te gaan.

De Russen lijven de Kaukasus in de loop van de negentiende eeuw met veel moeite in. Het kost hun veertig jaar en het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Hele volken worden verdreven. De oorlog in Tsjetsjenië, de tweede sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, wordt door Moskou met volharding gepresenteerd als een gevecht tegen islamitisch terrorisme, fundamentalisme en separatisme. Maar in feite is het de zoveelste aflevering in de strijd van Moskou om invloed in het zuiden en het noorden van de Kaukasus, waar sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie na 1991 een trits kleine roerige republiekjes is ontstaan met exotische namen als Dagestan, Kabardino-Balkarië en Karatsjajevo-Tsjerkessië.

Vanaf het moment dat de Russische regering, aan het begin van de jaren zeventig van de negentiende eeuw, buitenlandse investeerders in staat stelt olie in Baku te winnen ontstaat er een oilboom. De Zweedse Nobels bijten het spits af. In oktober 1876 bereikt de eerste olie uit de Kaukasus, tot dan toe werd uit de VS geïmporteerd, St.-Petersburg.

Enkele jaren later zal de Russische olie, zij het voor een korte periode, de Amerikaanse verdringen. Het grote probleem is ook dan het transport. Dat geschiedt aanvankelijk in houten vaten en met schepen. Het gebrek aan geschikt hout in de omgeving van de olievelden vraagt om een andere oplossing. Een lid van de Nobel-familie, Ludwig, ontwerpt de eerste betrouwbare olietanker.

Ook geografische omstandigheden bemoeilijken de verkoop van Russische olie. De strenge winters maken vervoer over water tussen oktober en maart onmogelijk en hebben bijvoorbeeld tot gevolg dat de aanvoer van Amerikaanse olie naar een stad als Tiflis goedkoper is dan olie uit Bakoe. Bovendien ontbreekt het de meeste Russen, arme boeren, aan koopkracht. De steeds groeiende oliestroom noopt de producenten naar middelen om te zien om buiten de grenzen van Rusland een marktaandeel te veroveren.

Twee concurrenten van de Nobels, Bunge en Palasjkovsky, krijgen toestemming van de Russische regering een spoorlijn aan te leggen van Bakoe aan de Kaspische Zee naar Batoem aan de Zwarte Zee, een havenstad die na een oorlog met het Ottomaanse Rijk in 1877 in Russische handen is gekomen. Door een daling van de olieprijs komen de financiers in geldnood en stokt de aanleg, waardoor de Rothschilds ten tonele verschijnen. In ruil voor hypotheken op Russische oliewingebieden financieren zij de aanleg van het tracé.

De spoorlijn wordt in 1883 geopend, waardoor Batoem in korte tijd uitgroeit tot belangrijkste oliehaven van de wereld. Twee jaar later stichten de Rothschilds de Caspian and Black Sea Petroleum Company en krijgen de Nobels te maken met een gevreesde concurrent. Een derde dient zich al snel aan, Standard Oil. Met grote belangen op de Amerikaanse markt kan het bedrijf zich niet veroorloven de penetratie van Russische olie op de Europese markt te negeren.

Er breekt een keihard gevecht uit, dat met legale en illegale middelen wordt gevoerd. Omkoping, sabotage en fluistercampagnes in Europa waarin de kwaliteit van Russische olie verdacht wordt gemaakt, worden niet geschuwd. Om de concurrentie te breken, verlaagt Standard Oil in 1885 de prijzen in Europa, waardoor de export van Russische olie gevaar loopt. De gebroeders Nobel zien zich genoodzaakt de kosten te drukken door de aanleg van een pijpleiding door de bergen, waarbij het gebruik van vierhonderd ton dynamiet van broer Alfred goede diensten bewijst.

Van Russische zijde groeit de belangstelling voor de olie in de Kaukasus onder de Russische minister van Financiën Graaf Sergej Witte (1892-1903). Witte wekt veel weerstand onder conservatieven die 'buitenlandse kapitalisten, buitenlands kapitaal en joden' wantrouwen. Het weerhoudt de minister er niet van zijn plannen door te zetten, terwijl de politieke onrust in Rusland toeneemt als gevolg van het dédain dat Nicolaas aan de dag legt voor alle niet-Russische minderheden in zijn multi-etnische rijk. Zijn voorliefde om problemen met geweld op te lossen, leidt tot vervreemding van de bevolking en wakkert opstandige en revolutionaire bewegingen aan die hij juist wenst te bestrijden.

De arbeidsomstandigheden in de olie-industrie zijn hemeltergend. Werkdagen van veertien uur zijn regel, ongelukken aan de orde van de dag. Bakoe ontwikkelt zich tot een revolutionaire broedplaats waar een reeks latere communistische leiders het politieke handwerk leert. De bekendste onder hen is de latere Sovjet-dictator Josef Stalin.

Uit onvrede beginnen de oliewerkers in 1903 een staking in Bakoe, die overslaat naar heel Rusland. Op zoek naar een afleiding van de binnenlandse problemen besluit de tsaar tot een buitenlands avontuur. Gefrustreerd door een voortdurend conflict met Japan over de controle van Mantsjoerije en Korea besluit het bewind tot een confrontatiekoers. Iedere poging van Tokio tot een vergelijk te komen, wordt afgewezen. Het ontslag van Witte, die zich steeds tegen oorlog heeft verzet, wordt door Japan gezien als bewijs dat oorlog onvermijdelijk is geworden.

De tsaar, die in officiële documenten Japanners steevast 'apen' noemt, komt van een koude kermis thuis. In januari 1904 doet de Japanse vloot een succesvolle verrassingsaanval op de Russische marineschepen in Port Arthur. Het vervolg van het conflict verloopt dramatisch voor de Russen. Na een reis van weken wordt de hele Russische vloot door de Japanners in de slag bij Tsushima in enkele uren tot zinken gebracht.

Maar ook het revolutionaire tij wordt niet gekeerd. Integendeel, na een staking in Bakoe in december 1904 dwingen de arbeiders de eerste CAO in de Russische geschiedenis af. De storm lijkt voorbij, totdat arbeiders uit de olie-industrie in 1905 een petitie aan de tsaar willen aanbieden en door de politie van St.-Petersburg worden beschoten.

Het nieuws uit Petersburg bereikt Bakoe. Om een staking en acties van revolutionairen te onderdrukken, deelt het lokale bestuur wapens uit aan de islamitische Tataren, die beginnen met het afslachten van de christelijke Armeniërs en de bazen van de olie-industrie. Huizen van Armeniërs worden geplunderd, in brand gestoken en boorinstallaties vernield.

De olie-export komt vrijwel tot stilstand. Tweederde van alle oliebronnen wordt verwoest. De zorg van oliebaronnen, die al enige tijd vrezen dat zij te afhankelijk zijn geworden van de olie uit de Kaukasus, wordt bewaarheid. Standard Oil concludeert dat de investeringen in de Kaukasus waardeloos zijn geworden en schakelt onverwijld over op de export van Amerikaanse olie naar het Verre Oosten. De voordelen van de Russische olie, exploitatie tegen relatief lage kosten, zijn vervallen en politieke instabiliteit schrikt investeerders af. De olie in deze regio krijgt de status die zij had: een reserve.

Elders worden nog wel nieuwe putten geslagen, zoals bij Maikop aan de Zwarte Zee, bij Grozny en in Georgië ten noordwesten van Bakoe. Maar de voortdurende stakingen, politiek onrust, moordaanslagen, brandstichtingen en uitingen van anti-semitisme doen de Rothschilds besluiten in 1911 met Royal Dutch/Shell te gaan onderhandelen over de verkoop van hun organisatie in Rusland. In 1912 volgt na moeizame onderhandelingen een akkoord en worden de Rothschilds aandeelhouder in Royal Dutch en Shell.

De maatschappij streeft naar een verdeling van de productiecapaciteit en een spreiding van risico's over haar oliewingebieden (53 procent uit Nederlands-Indië, 17 procent uit Roemenië en 29 procent uit Rusland). Zo verliest de Russische olie in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog verder aan betekenis. Tussen 1904 en 1913 daalt het aandeel van Russische olie op de wereldmarkt van 31 naar 9 procent.

Na de Russische revolutie in 1917 en de machtsovername door de communisten is de rol van de buitenlandse olieconcerns uitgespeeld. De olie uit de Kaukasus krijgt concurrentie van velden in Siberië, terwijl de wereldmarkt na de Tweede Wereldoorlog wordt bediend door landen die thans deel uitmaken van de OPEC.

Het is ironisch dat, nu westerse oliemaatschappijen zich weer voor de oliereserve in de Kaukasus interesseren, politieke instabiliteit opnieuw een obstakel van formaat vormt. Zolang het risico bestaat dat nog aan te leggen pijpleidingen door kwaadwillende buurlanden worden afgesloten of door nationalistische verzetsbewegingen worden gesaboteerd, zal olie uit de Kaukasus de wereldmarkt op korte termijn niet bereiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden