Roetfilter van Peugeot 908 RC is helaas overbodig

Om de hoek van het ecodorpje op de beurs, gaat de pret met overdadig gestyleerde auto’s en veel pk’s, lekker door....

- Wie mocht denken dat het op de AutoRAI, die morgen opent in Amsterdam, groen ziet van het nieuwe ecorijden, komt bedrogen uit. Nee, de waterstof spuit niet in het rond, de hybrides zijn nog steeds met een lampje te zoeken en er zijn ook nog fabrikanten die het publiek moeten overtuigen van het nut van roetfilters.

Op de grootste autobeurs van Nederland is het nog vooral business as usual. De bedrijfstak staat onder druk om sneller dan de onderzoekers en ingenieurs kunnen werken, te komen met oplossingen die het milieu sparen en het rijplezier niet in de weg staan.

En dat is lastig in een bedrijfstak die eerder denkt in vijf jaar dan in vijf maanden. En dat bovendien in een bedrijfstak waar de marges al zo plat zijn als een dubbeltje.

Om het goede gezicht te tonen is er op de binnenplaats van de RAI een ecodorpje ingericht. In een vierkant staan partytenten opgesteld met daarin medewerkers die kijken of ze straf hebben.

Het is dinsdag, de dag waarop de pers welkom is, en het is nog rustig in het tentendorp. Alle fabrikanten laten er zich van hun schoonste kant zien. Als dit de toekomst is, dan kan nog veel worden geleerd van het feestgedruis dat donderdag in de overige hallen zal losbreken. ‘Ach, als de zon schijnt, ziet het er hier ook vrolijk uit’, zegt een standhouder. Het is wel de enige plaats waar de auto’s daadwerkelijk rijden.

In de overige hallen van het tentoonstellingscomplex viert bijvoorbeeld het sportwagenmerk Spyker een feestje met zijn extravagante modellen. Zoals de D12 Peking-to-Paris, een grote auto die wat interieur betreft veel weg heeft van de Gouden Koets. De auto is voorzien van een panoramadak, veel blank leer, geborsteld vliegtuigaluminium en veel bling-bling aan de buitenkant. Een uitspatting van 235 duizend euro, de BPM-belasting nog even niet meegeteld. De gewone Spykers verbleken erbij.

Maar het kan altijd gekker. Een van de geheide publiekstrekkers is de Bugatti Veyron, een lage snelwegvreter waarvan het bordje met de specificaties even spectaculair is als de sportauto: een 8-liter motor met 1001 pk, hij doet 0 tot 100 in 2,5 seconden en haalt de 407 km/u. Vergeleken met deze rijdende krachtcentrale vallen de Corvettes, de Alfa’s, de Maserati’s, de Rolls Roycen en ook de Spykers in het niet.

Na dit geweld valt het niet mee nog enthousiast te worden over de nieuwe Fiat Bravo (de Golf-killer van de Italianen), de Citroën Crosser (een terreinraggertje uit Frankrijk) of het ooit zo hippe Smartje, waarvan de jongste versie verdacht veel is gaan lijken op een brommobiel.

Het enthousiasme komt weer langzaam terug bij een knalgele Opel GT, een sportwagen die teruggrijpt op de GT’s uit de jaren zeventig. De auto staat over enkele weken in vele showrooms, bedoeld om het volumemerk, dat het vooral van de Corsa’s en de Astra’s moet hebben, een kontje te geven.

Mooier, kunstiger en vooral begeerlijker zijn de concept cars, de proeflapjes van de auto-ontwerpers bedoeld om ‘ontwerprichtingen te verkennen’ of publiekreacties te proeven. Zo is er de lange, katachtige, in glimmend zwart uitgevoerde Peugeot 908 RC, in de verte vergelijkbaar met Citroën’s presidentiële C6, maar dan oneindig veel machtiger en sneller.

Nodeloos te zeggen dat deze auto in deze vorm nooit op de markt komt, toch heeft de fabriek voor de zekerheid een dubbele roetfilter laten aanbrengen. Het milieu tenslotte, je kunt nooit weten.

Want het milieu is nooit ver op deze editie van de autobeurs: luttele meters verderop staat een stoere Peugeot-concept te pronken. Een klein ragbakje, dat is bedoeld voor sportieve, avontuurlijke mensen die de natuur een warm hart toedragen’.

Een zekerheid: ook deze milieuvriendelijke racewagen komt nooit op de markt.

En dat geldt voor veel van de aangeboden ecologische alternatieven. Het autokopend publiek lijkt wel massaal te vragen om groene milieuridders, maar in de praktijk ‘dood te vallen over 500 euro’ voor een roetfilter, zoals een grote autofabrikant het uitdrukt.

Of, zoals het stoere merk Dodge het uitdrukt op een reclamebord: ‘Echte mannen zijn bij groen het eerst weg’.

Premier Balkenende mocht dinsdagavond na de opening van de AutoRAI even plaatsnemen achter het stuur van een sportieve Opel. (Guus Dubbelman/de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden