Rob Tiemersma en Rianne Zandee: ‘Een campinggevoel door minder blik’

Ook als hij stilstaat vergt de auto veel ruimte. Dat wordt vaak over het hoofd gezien in discussies over mobiliteit....

Toch is het mogelijk een dichtbebouwde wijk te stichten met veel tuinen en speelplaats, zeggen verkeerskundige Rob Tiemersma (1962) en sociaal geografe Rianne Zandee (1964), programmamanager Ruimte & Mobiliteit.

Hun voorbeeld is de Kersentuin, een nieuwbouwbuurt in Leidsche Rijn, nabij Utrecht. Hier wonen honderdvijftig volwassenen en honderd kinderen in een ruimte die net zo dicht is bebouwd als de Amsterdamse Pijp. Maar in plaats van rijen met geparkeerde auto’s biedt de buurt een autoluwe, kindvriendelijke aanblik. Parkeerplaatsen zijn onder de woningen gebouwd. In plaats van een straat ligt er groen tussen de huizen. Tiemersma woont er zelf ook.

De gemeenschappelijke tuinen geven de buurt een ‘campinggevoel’, zeggen bewoners. De buurt is erop gericht het autogebruik terug te dringen en andere vormen van mobiliteit te bevorderen.

Wie hebben hiervoor gekozen; de bouwers of de bewoners?

Rob Tiemersma: ‘De bewoners. Het initiatief voor de buurt komt voort uit een groep kennissen die op een andere manier wilde wonen en die bereid was de schouders eronder te zetten. Wij kwamen terecht bij wethouder Annemieke Rijckenberg. Zij wilde in Leidsche Rijn ruimte bieden aan initiatief en experiment. Dat gold ook voor woningcorporatie Portaal. In de buurt staat 30 procent sociale woningbouw, waarvan Portaal de eigenaar is. Het begon allemaal met het collectief particulier opdrachtgeverschap van de bewoners.’

Wilden jullie per se de auto weren?

Rob Tiemersma: ‘Het ging ons om een groene, kindvriendelijke, duurzame buurt. Autoluw is daar een onderdeel van. Dat kan, maar er komt wel wat bij kijken.

‘Gelukkig kregen we een goede plek toegewezen, pal naast een hoogwaardige buslijn en op fietsafstand van Utrecht. Ook kwam er een winkelcentrum op loopafstand. We hebben een gezamenlijke bakfiets en bolderkarren voor de zware spullen. Ook is er een bezorgdienst voor de boodschappen en een buurtautosysteem, waarbij twintig huishoudens drie auto’s delen.

‘De Kersentuin heeft 40 procent minder parkeerplaatsen dan gebruikelijk in Vinex-wijken. Daar is doelbewust voor gekozen. Bij de bouw van de buurt kon je kiezen of je een parkeerplaats wilde kopen onder een woningblok. Wie niet kocht, kan een plek huren. Daarvoor betaal je dertig euro parkeercontributie per maand, anders kan het niet uit. Parkeren is nu eenmaal niet gratis, zeggen wij.’

Voor de meeste mensen is gratis parkeren wel degelijk een verworven recht.

Rianne Zandee: ‘Dat zeggen projectontwikkelaars ook altijd: de burger wil gratis parkeren. Maar de burger wil ook veiligheid, speelruimte en groen. Wijken zijn daar niet op gebouwd.

‘We doen net alsof parkeren gratis is, maar dat is niet zo. Het kost ruimte die ten koste gaat van de omgeving. Dat wordt een steeds groter probleem. In het buitenland is het heel normaal om je auto op enige afstand van je huis te parkeren. Waarom bij ons niet?

‘Het beste antwoord op onze mobiliteitsproblemen is het bouwen in hoge dichtheden en op korte afstand van de stad, dat weten we al jaren. De fiets en het openbaar vervoer zijn dan goede alternatieven voor de auto. Dat leidt tot minder files en een betere bereikbaarheid. Iedereen denkt bij bouwen in hoge dichtheden meteen aan flats, maar dat hoeft dus helemaal niet. Daarom is de Kersentuin zo’n mooi voorbeeld.’

Is zo’n groene, gemeenschappelijke buurt niet iets voor een bepaald soort mensen?

Rob Tiemersma: ‘Jazeker, dit trekt een bepaald type mens. De meesten zijn op de buurt georiënteerd. We halen elkaars kinderen op en onderhouden samen de gemeenschappelijke tuinen.

‘Maar dat staat los van de autoluwe inrichting. Daar bestaat brede interesse voor, zeker nu er meer ruimte komt voor initiatieven van bewoners.’

Rianne Zandee: ‘Ik zie deze oplossing als een kans voor oude wijken die toe zijn aan herstructurering. In de tuinsteden bestaat nog geen betaald parkeren. Denk dan eens aan parkeercontributie.

‘Ook in de Amsterdamse wijk de Pijp gaan ze nu parkeergarages aanleggen aan de rand van de wijk. Dan parkeer je niet langer pal voor de deur. Je kunt ook parkeerplaatsen delen. In de wijk Paleiskwartier achter het station in Den Bosch staan zowel kantoren als woningen. Overdag kunnen de werknemers er hun auto kwijt, ’s avonds de bewoners. Dat is even lastig, maar het werkt wel. Als je parkeerplaatsen bespaart, bespaar je ook veel kosten. Het wordt tijd dat wij ons dat realiseren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden