Rijker kunnen we u wel maken, niet gelukkiger (1)

De Britse econoom Richard Layard heeft met Happiness; lessons from a new science een boek geschreven dat ons nog lang zal heugen....

Frank Kalshoven

Economen, psychologen en neurologen hebben de afgelopen jaren veel pietepeuterig onderzoek gedaan naar geluk. In een in veel opzichten 19de-eeuws aandoend boek veegt Layard al dit onderzoek bij elkaar om zijn lezers het grote verhaal te vertellen van de 'nieuwe wetenschap': geluk.

Geluk is een gevoel, maar er is niets zweverigs aan. Het is een objectief gevoel dat bovendien goed meetbaar is, domweg door aan mensen te vragen hoe gelukkig ze zijn. Het is nog universeel ook; Chinezen en Amerikanen bedoelen er hetzelfde mee, zodat de mate van geluk tussen landen vergeleken kan worden. Hij citeert talloze studies om dit aannemelijk te maken.

Zijn belangrijkste punt is vervolgens dit: sinds de Tweede Wereldoorlog is het inkomen per hoofd van de bevolking verdrievoudigd, maar het percentage mensen dat zegt 'erg gelukkig' te zijn, bleef nagenoeg stabiel, rond de 30 procent. Amerikanen en Britten zijn rijker geworden, maar niet gelukkiger.

Dit is opmerkelijk, zegt Layard, omdat voor elke maatschappij geldt dat rijken gelukkiger zijn dan armen. Van de 25 procent rijkste Amerikanen is 45 procent 'erg gelukkig', 51 procent 'best gelukkig' en slechts 4 procent 'niet zo gelukkig'. Van de 25 procent armste Amerikanen is slechts 33 procent 'erg gelukkig', 53 procent 'best gelukkig' en liefst 14 procent is 'niet zo gelukkig'. Dit is een paradox: als mensen rijker zijn dan anderen, zijn ze gelukkiger, maar als alle inwoners van een land rijker worden (door economische groei), wordt niemand gelukkiger.

Layard geeft reliëf aan dit patroon met een internationale vergelijking. Neem voor elk land het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking en het percentage mensen dat erg of best gelukkig is. Zet al deze stipjes in een vlak, jaarinkomen horizontaal, geluk verticaal. De puntenwolk die dan ontstaat, is een kromme lijn: hogere jaarinkomens gaan in eerste instantie gepaard met meer geluk, maar vanaf twintigduizend dollar maakt extra inkomen niet gelukkiger. Amerikanen zijn ongelukkiger dan Zwitsers, Denen, Canadezen en Nederlanders.

Waarom maakt de groeiende welvaart ons niet gelukkiger? Layard doet met zijn lezers een gedachte-experiment. In welke van de volgende twee werelden zou u liever leven (de prijzen in beide werelden zijn gelijk)?

Eén: U verdient per jaar 50 duizend euro; anderen verdienen 25 duizend euro.

Twee: U verdient 100 duizend euro; anderen krijgen gemiddeld 250 duizend euro.

De kans is groot dat u ervoor kiest in wereld één te leven, ook al bent u in wereld twee, objectief gezien, beter af. Veel mensen vinden hun relatieve inkomenspositie belangrijker dan hun absolute inkomenspositie. Dit heeft onder meer als gevolg dat u minder gelukkig wordt als uw collega meer gaat verdienen en u hetzelfde salaris houdt. Wie een (relatieve) inkomensstap vooruit zet, maakt daarom zichzelf gelukkiger en tegelijkertijd andere mensen ongelukkiger.

Nu deze twee werelden.

Eén: U hebt twee weken vakantie, anderen een week.

Twee: U hebt vier weken vakantie, anderen acht weken.

De meeste mensen kiezen nu voor wereld twee. Mensen, zegt Layard, blijken wel met elkaar te rivaliseren om inkomen, niet om vrije tijd.

Dit verklaart waarom mensen te veel vrije tijd opofferen om een hoger inkomen te verdienen dan de buren. Het verklaart ook, voor een deel, waarom economische groei boven een bepaald jaarinkomen ons niet gelukkiger maakt: we worden wel rijker in absolute zin, maar onze relatieve inkomenspositie verandert niet.

Daar komt bij dat een hoger inkomen snel 'went'. Er is een direct verband tussen het inkomen dat mensen verdienen en het inkomen dat mensen denken nodig te hebben om te kunnen leven.

Layards antwoord op de vraag waarom de economische groei mensen niet navenant gelukkiger maakt, komt dus hierop neer: onze inkomensnormen zijn gestegen omdat het inkomen van anderen evenzeer is toegenomen als het onze. Bovendien zijn we gewend geraakt aan het hogere inkomen.

Als we ook in de toekomst niet gelukkiger worden van extra inkomen, waar worden we dan wel gelukkig van? En wat betekent dit voor het (economisch) beleid? Daarover volgende week.

Frank Kalshoven

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden