Rijke Westen twist over schuld arme landen

'Wij betalen jaarlijks 20 miljoen dollar aan rente en aflossing op onze schulden. Dat is precies even veel als we jaarlijks aan gezondheidszorg uitgeven', verzucht Donald Kaberuka, de minister van financiën van Rwanda na de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank, afgelopen weekeinde in Washington....

Van onze verslaggever Olav Velthuis

Extra zuur voor Kaberuka: van de anderhalf miljard dollar die Rwanda aan schulden uit heeft staan, is het leeuwendeel door een ander regime en vóór de genocide van 1994 aangegaan. Daar heeft de huidige regering dus helemaal niets mee van doen. Maar ervoor opdraaien moet zij wel.

Met Rwanda gaan vele arme landen gebukt onder een zware schuldenlast. Voor iedere dollar die arme landen aan hulp ontvangen, zouden ze volgens pessimistische schattingen 1,30 dollar aan het Westen terugbetalen voor oude schulden. Volgens ontwikkelingsorganisaties komen deze landen dus nauwelijks toe aan armoedebestrijding en investeringen in infrastructuur.

Zo nu en dan - meestal aan de vooravond van een belangrijke vergadering van de Wereldbank of het IMF - gloort er hoop voor hen. Dan blijkt er altijd wel een Westerse minister op te staan die een lans wil breken voor de allerarmsten.

Dit keer was het Gordon Brown, de Britse minister van financiën. Aan de vooravond van de vergadering stelde hij voor dat Westerse landen meer middelen beschikbaar stellen om schuldkwijtschelding mogelijk te maken. Ook zou de goudvoorraad van het IMF, die voor een fractie van de huidige marktprijs in de boeken staat, ingezet moeten worden. Ook de Verenigde Staten brachten de afgelopen weken plannen naar buiten om tot schuldkwijtschelding voor de armste landen over te gaan.

Aan het eind van het weekend blijken de armste landen echter opnieuw met lege handen naar huis te moeten. De persverklaringen van zowel de G7, de groep van zeven rijke industrielanden, als die van het IMF, blinken uit in vage bewoordingen. Vooral Duitsland en Frankrijk zouden weinig in de Britse en Amerikaanse plannen zien. 'De rijke landen zijn weer eens met hun papieren op komen dagen, en niet met hun cheques', reageert Max Lawson van ontwikkelingsorganisatie Oxfam teleurgesteld.

De voorstellen van de ministers van Engeland en de Verenigde Staten hebben uiteindelijk vooral ergernis onder Westerse collega's opgeleverd. 'Zulke plannen worden groot in de pers gebracht. Maar aan de vergadertafel wordt er uit Engelse mond niets meer over vernomen. Dat is een permanente gimmick', zo ventileert minister Zalm van Financiën die ergernis. 'De landen die goede sier maken met spannende plannen, geven veel minder aan ontwikkelingshulp uit dan Nederland.'

Vooral van het voorstel om de goudvoorraad van het IMF gedeeltelijk te verkopen, moet Zalm weinig hebben. Dat is volgens hem een slinkse poging om geld te vinden voor ontwikkelingshulp zonder dat de begroting van Westerse landen daaronder te lijden heeft.

Ook inhoudelijk heeft Zalm bedenkingen. De goudvoorraad van het IMF is juist bedoeld voor tijden van crisis. 'Moeten we soms het tafelzilver gaan verkopen?', vraagt hij retorisch. 'Dit is niet de koninklijke weg', beaamt Nout Wellink, directeur van De Nederlandsche Bank en ook ter plaatse. 'Normaliter vindt men dat een bewijs van ondeugdelijk gedrag.'

Bovendien: als je al tot goudverkoop overgaat, waarom zou je de opbrengst ervan dan niet terugsluizen naar de aandeelhouders van het IMF, dat wil zeggen de landen die bij de instelling zijn aangesloten? Zalm: 'Die kunnen dan zelf beslissen wat ze met dat geld doen.' Daarbij staat het hun natuurlijk vrij de opbrengsten voor schuldkwijtschelding te gebruiken.

Zijn collega Van Ardenne, de minister voor ontwikkelingssamenwerking, is evenmin te spreken over de voorstellen. 'Dit is geen goede prikkel voor landen die hun macro-economisch beleid willen verbeteren. Honderd procent schuldkwijtschelding beloont slechte prestaties. Bovendien is het niet eerlijk voor landen die hun schulden wél goed aanpakken. Op zich is er ook niets mis met schulden. Als een land maar een gezonde financieel-economische situatie kent.'

Over het Amerikaanse voorstel is Van Ardenne al helemaal niet te spreken. Dat de Amerikaanse regering sinds kort schuldkwijtschelding voor de armste landen bepleit, wordt gezien als een strategische zet om de kwestie Irak bespreekbaar te maken. Irak heeft ongeveer 120 miljard dollar aan schuld uitstaan - veel meer dan alle arme landen samen - waarvan het merendeel bij Europese landen. Volgens de Verenigde Staten is de wederopbouw van Irak zonder kwijtschelding een lastige zaak.

Van Ardenne stelt echter dat Irak zijn schulden best kan terugbetalen. 'Dat land heeft in potentie enorme olie-opbrengsten.' Bovendien zou het Amerikaanse voorstel helemaal geen extra middelen opleveren voor arme landen, maar ten koste gaan van het budget van de Wereldbank.

Ondanks het gesteggel van Westerse landen over de schuldenproblematiek, en het uitblijven van concrete resultaten, gaan de armste landen en de ontwikkelingsorganisaties niet met een kater naar huis. 'Ik ben teleurgesteld maar ook hoopvol', zegt Sony Kapoor van Jubilee, een organisatie die zich voor kwijtschelding inzet. 'Er zit nu zo veel druk op de ketel dat de Westerse landen er niet onderuit komen het probleem op te lossen.'

'De vraag is nu hoe een akkoord over kwijtschelding eruit komt te zien, niet meer of er een akkoord komt. Als de Britten achter de schermen meer tijd hadden gehad, zou zo'n akkoord er misschien al hebben gelegen', zegt ook Lawson van Oxfam.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden