'Repat' durft te dromen in Ethiopië

Onder Ethiopiërs in Nederland is 'iets gaan doen' in hun vaderland een veelbesproken thema. De economie groeit er rond 10 procent per jaar. Dus er zijn kansen voor de mooiste ideeën.

Debritu Lusteau-Mogesse in de koffiebranderij van Moyee Coffee in Addis Abeba. Beeld Petterik Wiggers/HH

Vier Ethiopische jongens in een kantoor in Addis Abeba kijken naar een videoscherm met een voetbalwedstrijd. Twee van hen roepen wat er gebeurt, de twee anderen tikken de opmerkingen in een database op de computer. Voor beide voetbalploegen een duo. Passes, overtredingen, gele kaarten, hoekschoppen, assists en doelpunten - alles wordt met rugnummers en wedstrijdminuten genoteerd. Deze 'voetbalanalisten' werken voor het bedrijf R&D van de Ethiopische Nederlandse Rahel Boon-Dejene.

Die levert de gegevens aan het Nederlandse bedrijf ORTEC, waar haar Nederlandse echtgenoot werkt. De wedstrijden komen uit 21 landen, waaronder de Spaanse en Amerikaanse competitie, zegt Steven de Graaf een Nederlander die voor Boon-Dejene de ongeveer zeventig analisten in Addis coördineert.

Het kantoor Addis draait nu vijf jaar. Er worden 150 wedstrijden per week uit Europese en Amerikaanse competities geanalyseerd en een beetje hockey. Voor de Nederlandse wedstrijden zijn analisten in Roemenië ingehuurd; ORTEC heeft daar een eigen vestiging. De internetverbinding in Addis Abeba is ook niet altijd betrouwbaar - de wedstrijdbeelden geüpload op het hoofdkantoor in Nederland worden 's nachts gedownload.

Ethiopië wil landgenoten terughalen en opent 'wees welkom' loket

De Ethiopische regering wil de landgenoten die in het buitenland wonen graag terug. Hun kennis, netwerken en kapitaal probeert Ethiopië zo veel mogelijk aan te wenden ten bate van de economische groei, de afgelopen jaren rond de 10 procent. Er is een topambtenaar 'diasporazaken' aangesteld voor de terugkeer van migranten, Teferi Melesse. Zijn boodschap, vooral aan jongeren met energie en ideeën: 'Kom naar huis in Ethiopië, hier kun je alles doen wat je in het Westen niet zo gemakkelijk lukt.'

Het Meskelplein in Addis Abeba is het symbool van de vooruitgang in Ethiopië, met de nieuwe sneltram. Beeld Petterik Wiggers/HH

Werkgelegenheid

Boon-Dejene wil zo in de eerste plaats werkgelegenheid creëren. Outsourcing is in lagelonenland Ethiopië in opkomst en biedt kans op werk. De jongens (en een paar meisjes) verdienen 170 euro per maand. Weinig, zelfs als betaald krijgen voor voetbal kijken je droombaan is. Het is wel anderhalf keer zo veel als zulke jongeren meestal verdienen, zegt De Graaf, en als het goed gaat kan het loon oplopen naar 300 euro per maand. 'Ik zie het als een beginnersbaantje, veel jongens komen net van de universiteit.'

De onderneming is een van de vele initiatieven die Ethiopische Nederlanders in hun land van herkomst ontplooien. Ethiopië is booming. De economie groeit al jaren met rond de 10 procent, overal worden nieuwe wegen aangelegd, een nieuwe spoorweg moeten het land verbinden met de kust van Djibouti, in de hoofdstad Addis Abeba verrijst het ene hotel of kantoorkolos na het andere en eind september is de sneltram gaan rijden - de eerste van Afrika meldt de regering trots. De Chinese tramlijn op metershoge pilaren domineert het centrale Meskelplein en is het symbool van de vooruitgang.

Rahel Boon-Dejene pendelt tussen Nederland en Ethiopië. Ze zet de ene na de andere 'sociale onderneming' op in haar geboorteland. Daar is vanalles mogelijk, zegt ze, en ze kan gebruikmaken van haar vele contacten, via de familie en zakelijk, in beide landen. Dat op en neer reizen is een hele toer - vaak neemt ze enkele van haar vijf jonge kinderen mee als ze voor zaken in Addis Abeba verblijft - maar het is de moeite waard, vindt ze.

Ballonvaart

Onder Ethiopiërs in Nederland is 'iets gaan doen in Ethiopië' hét onderwerp van gesprek. Dat blijkt op de landelijke feestdag voor het Ethiopische nieuwjaar (het land met zijn oude cultuur heeft een eigen jaartelling, een eigen kerk en een eigen schrift), eind september in Den Haag. De een importeert koffie, de ander heeft een adviesbureau. Osmael Omer uit Delft vertelt dat hij van plan is bouwsteigers naar zijn land te gaan exporteren, omdat hij heeft gezien hoe levensgevaarlijk bouwvakkers daar op metershoge stellages van stokken en palen aan het werk zijn. De Nederlandse ondernemer Bram van Loosbroek houdt een voordracht over hoe hij met een Ethiopische partner de recreatieve ballonvaart in Ethiopië heeft geïntroduceerd. Toerisme is een van de sectoren van Ethiopië met zijn schitterende natuur en rijke geschiedenis waar nog veel valt te ondernemen.

De Ethiopische overheid zelf heeft de landgenoten in de 'diaspora' ook in het vizier. De ambassade in Brussel probeert hen in de Benelux warm te maken voor terugkeer of voor het doen van investeringen, zegt ambassadeur Teshome Toga Chanaka. Als Ethiopiërs hebben ze ook toegang tot sectoren die voor buitenlanders gesloten zijn, en ze kunnen bovendien profiteren van de belastingvoordelen die beginnende investeerders uit het buitenland hebben.

In Addis Abeba heeft de regering een speciale afdeling bij Buitenlandse Zaken opgezet die de landgenoten in het buitenland helpt bij het krijgen van zakelijke vergunningen en bij terugkeer. Teferi Melesse is daar de topambtenaar en volgens hem is trend duidelijk: een snelgroeiend aantal diasporians ziet mogelijkheden in Ethiopië en zij mengen zich in de groeimarkt. Hoeveel het er zijn wordt niet bijgehouden en is giswerk, maar gezien de drukte op zijn kantoor denkt hij dat het er honderden moeten zijn en binnenkort duizenden.

Hij prijst de sectoren met kansen aan: er wordt enorm veel gebouwd (hotels, flats, wegen, spoorwegen en de eerste sneltram van Afrika), in de energievoorziening worden dammen aangelegd en zijn er kansen volop voor windmolens en zonnepanelen. De industrie begint te draaien - 'We worden het nieuwe China of het nieuwe India!'. Voor Nederlandse Ethiopiërs ziet hij veel mogelijkheden in het midden- en kleinbedrijf naar Nederlands voorbeeld.

'Voetbalanalisten' aan het werk voor R&D, het bedrijf van Rahel Boon-Dejene. Beeld Petterik Wiggers/HH

Hallodoctor

Abraham Gulilat is een goed voorbeeld van een ideeënrijke jonge ondernemer uit Nederland (hij pendelt tussen Utrecht en Addis). Hij richtte met een vriend Belcash op, een bedrijfje met whizzkids op zoek naar allerlei commerciële mogelijkheden van de mobiele telefonie, zoals het bankieren via je mobiel, Hallocash, of een vacaturebank, Hallojobs, en een koopjeslijn, Hallodeals.

In een trendy coffeeshop in Addis vertelt hij dat zijn favoriete toepassing tot nu toe Hallodoctor is. Met een mobiel kan iedereen tot in de verste uithoeken van Ethiopië onmiddellijk een arts aan de lijn krijgen voor een telefonisch consult. Abraham heeft een poule van artsen gevormd die op contractueel vastgelegde tijdstippen bereikbaar zijn. De belangrijkste vraag voor mensen in afgelegen gebieden die ziek worden, of een ziek kind hebben, is: moet ik naar het ziekenhuis reizen of is het niet nodig? In een telefonisch consult komt de arts er snel achter of dat nodig is, of hij kan advies geven wat zelf te doen bij een wond of ziekte.

En zo zit iedereen van de terugkeerders vol nieuwe plannen. Marthe van de Wolf (zij kwam als adoptiekind naar Nederland en werkt nu in Addis als journaliste voor Voice of America) en Adey Fissahatsion (die werkt voor een club van Nederlandse ondernemers in Ethiopië) zetten bijvoorbeeld een variant van de Hollandse pizzakoeriers op: ze hebben pizzakisten uit Nederland meegenomen, vier motoren ingevoerd, motorrijders aangenomen en enkele goede restaurants als leveranciers gecontracteerd. Het idee kwam zo, zegt Marthe van de Wolf: 'We zaten lekker thuis in Addis en zeiden: konden we maar de pizzakoerier laten komen zoals in Nederland. Toen zeiden we tegen elkaar: dan moeten we het zelf organiseren. En wel snel voordat iemand anders op het idee komt.'

Potentiële klanten

Rahel Boon-Dejene's R&D heeft in Addis Abeba ook een 'Business Development Service' voor entrepreneurs, gevestigd in een enorm winkelcentrum annex kantorencomplex. 'Hier zitten we midden tussen onze potentiële klanten', zegt Nahom Abraham, een van de managers. R&D is hier de uitvoerder van een programma dat Rahel Boon-Dejene met de Nederlandse hulporganisatie Cordaid heeft ontwikkeld. Die mocht tot voor kort als non-profitorganisatie van de Ethiopische overheid zelf geen projecten met ondernemers doen.

Abraham en zijn collega-manager Abeselom Samson vinden het beter zo. Ze denken dat ondernemers ook eerder naar een semicommercieel, professioneel bureau komen om zich te laten bijspijkeren dan naar een of andere ngo. De meesten willen er ook best voor betalen.

De twee zijn ook 'repats'. Samsom studeerde in Wenen, maar hij wilde daar niet blijven. Zijn moeder in Ethiopië heeft hem nodig en hij ziet hier eerlijk gezegd meer kansen op de arbeidsmarkt. Nahom Abraham studeerde onderwijskunde en management in Londen en was aan een carrière als trainer begonnen, toen hij op bezoek in Ethiopië besefte: 'In Londen zal ik altijd een van de velen blijven, hier kan ik echt iets betekenen.' Terug in Ethiopië verzorgde hij trainingen aan Ethiopische vredessoldaten en toekomstige leiders op het grootste overheidsinstituut, voor hij deze baan bij R&D kreeg.

Vrouwen

In een vergaderzaal van een hotel zitten de klanten voor de nieuwe ronde klaar voor de presentatie van Samsom. Dit keer zijn alleen vrouwelijke entrepreneurs gevraagd - vrouwen bleken bij de eerste trainingsserie veel trouwer en effectiever in het toepassen van de adviezen dan de mannen, zeggen de twee managers. De vrouwen in het zaaltje hebben allen een klein of hooguit middelgroot bedrijf, van sieraden tot koffiehandel.

In de cursus (ontworpen door Cordaid) zullen allerlei vaardigheden, zoals het opstellen van goede bedrijfsplannen en het doen van marktonderzoek, aan bod komen, zegt Samsom. Het uitbouwen van de kracht van elk bedrijf is het uitgangspunt. Dat is allemaal goed en wel, merkt een van de onderneemsters op, maar uiteindelijk is haar doel om effectiever geld te kunnen aanboren. Ze heeft ook al eens een cursus van de Amerikaanse Usaid gevolgd, maar de beloofde financieringsmogelijkheden kwamen er niet. Ze krijgt instemming van anderen, die met dezelfde teleurstelling de Usaid-cursus hebben gevolgd.

Garanties kunnen en willen Samsom en Abraham evenmin geven, antwoorden ze met klem. Wel zullen ze desgewenst begeleiding geven bij leningaanvragen bij banken of bij het sociale ondernemingsfonds van Cordaid.

Beeld Petterik Wiggers/HH

Na de koffie nu de schaatsbaan

Debritu Lusteau-Mogesse staat trots in het test lokaal van de nieuwe koffiebranderij van Moyee Coffee in Addis Abeba. Al heeft ze maar 5 procent van de aandelen, dit nieuwe bedrijf heeft een dynamiek die haar aanspreekt. Ze importeerde zelf al jaren koffie uit Ethiopië, maar Moyee is op heel andere schaal. Dat is vooral te danken aan de grote inspirator, de Nederlandse ondernemer Guido van Staveren van Dijk.

Die introduceerde Moyee als 'Fairchain', zelfs aan Fairtrade hebben de producerende landen weinig als de verwerking in het Westen gebeurt: dus houd de productieketen zo veel mogelijk in Ethiopië. Vandaar het branden en verpakken in Addis Abeba.

Het is een opwindende tijd: de nieuwe, grote geïmporteerde koffiebrander is in aantocht, die de productie van de twee kleinere die al in gebruik zijn zeker zal verdubbelen. En de promotie voor de Ethiopische markt is begonnen. De pakken met teksten in het Ethiopisch schrift liggen klaar, er zijn kartonnen displays voor supermarkten en hotels, te beginnen met het Sheraton. Er zijn vertegenwoordigers op bezoek die een proefkopje drinken.

Ook in deze branderij is een van de drijvende krachten een repat, uit de Verenigde Staten dit keer. Ahadu Woubshet spreekt met Debritu Lusteau-Mogesse, toont ondertussen een reclamedisplay aan de klanten, kijkt een paar seconden op zijn smartphone en zegt: 'Hier is wat ik doe belangrijk genoeg om in het televisiejournaal te komen.'

De vraag was waarom hij was teruggekomen. In de VS werkte hij in de bankwereld tot de bankencrisis uitbrak - toen moest hij op zoek naar iets anders. Met enkele andere Ethiopische financieel experts in de VS dong hij mee naar een opdracht van de Ethiopische overheid om een commodity exchange (grondstoffenbeurs) op te zetten in 2010. Zij kregen de opdracht. Toen het contract van de consultants afliep, kwam hij in contact met Moyee. 'En koffie, dat helemaal mijn ding.'

Debritu Lusteau, die tussen Nederland en Ethiopië pendelt, is zelf op zoek naar goede grond voor een koffieplantage als toeleverancier voor de branderij. Met de snelle groei van Moyee wordt de toelevering van hoge kwaliteit biologische bonen lastiger. De gevallen oud-ABN-Amrobankier Rijkman Groenink - nu 'sociaal ondernemer' in windmolens en ook een van de investeerders in Moyee - heeft al een plantage gevonden en gekocht, vertelt ze, die wordt nu opgeknapt.

Koffie is maar een van de zakelijke terreinen van Debritu Lusteau. Ze is ook de importeur voor de Benelux van Rift Valley wijn uit Ethiopië, geproduceerd op wijngaarden van de Franse keten Castel. Ze importeert verder specerijen: Million Spices.

De laatste jaren zitten haar zaken eindelijk in de lift, dankzij de opbloei van de Ethiopische economie. Haar nieuwste project is bemiddelen voor een Nederlandse ondernemer die 'schaatsbanen' van kunststof wil exporteren, en daarvoor naar Addis Abeba is gekomen.

Schaatsen in Ethiopië, dat is toch een fantastische gedachte, vindt ze. Alleen hoe krijg je Ethiopiërs zover dat ze schaatsen gaan kopen en naar een 'kunstijsbaan' gaan?

Dan heb je dé sportmotor van Ethiopië nodig, oud-marathonkampioen Haile Gebrselassie, nu zakenman. En ja, hij is enthousiast over het idee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden