AutoRenault Zoe

Renault Zoe: Een elektrische auto waarmee de angst om te stranden verleden tijd is

Met de nieuwe elektrische Renault Zoe kan een serieuze afstand worden afgelegd. Alleen moeten de passagiers achterin zich wel S-vormig kunnen opvouwen.

Beeld Getty Images

Het was een ferm besluit van uw autorecensent, bijna acht jaar geleden, om geen elektrische auto’s meer te testen totdat het bereik ten minste 300 kilometer zou zijn. Dat kwam zo: we namen destijds de middenklasser Fluence van Renault een week onder onze hoede en kwamen in de milde winterkou elke ochtend op weg naar kantoor voor een dilemma: rijden (verwarming uit, maar desondanks met de kans het ritje van in totaal 80 kilometer nét niet te halen) of lekker warm met de trein. Voor het woon-werkverkeer won de trein vaak die week. 

Dat is inmiddels een gepasseerd station. Renault haalde de Fluence van de markt en maakte serieus werk van de elektrische vloot. Dat lukte, bij Renault en alle andere merken, want de term range anxiety, de angst om te stranden, is bezig aan de aftocht. Al is het aantal laadpalen nog steeds belabberd, er is nu een realistische norm om de afstand van een batterijauto weer te geven en de afstand die met een acculading kan worden afgelegd, begint beslist ergens op te lijken.

Gereden: R135 Edition One

Prijs: € 37.990

Vermogen: 100 kW / 135 pk

Actieradius: 390 km (WLTP)

LxHxB 408x173x156

Gewicht: 1.502 kg

Accu: 52 kWh

Keren we terug naar de nieuwe Zoe, een hatchback – formaat Clio – die in 2013 voor elektrische aandrijving is gebouwd. In 2017 liet het model het koddige ‘futuristische’ uiterlijk achter zich en in 2019 blijkt het een volwassen auto te zijn geworden. Zijn maten doen vermoeden dat er een meer dan toevallige overeenkomst is met de Clio: behalve de hoogte zijn lengte, breedte en de ruimte tussen de wielen praktisch gelijk. Vooral die laatste maat brengt een nadeel met zich mee, daarover straks meer.

Het 2019-model is zowel uiterlijk als wat interieur betreft geheel herzien en oogt serieus. En dat mag ook wel. Het segment klein en elektrisch is ongetwijfeld hard op weg het belangrijkste deel van de markt te worden. Al was het alleen al om de prijs.

Van binnen zijn het dashboard, het stuur en het beeldscherm gewijzigd, en is de auto opgetuigd met elektronica die weliswaar waarschuwt voor gevaarlijke situaties, maar ingrepen overlaat aan de bestuurder. Dat is minder logisch dan het klinkt. De meeste moderne auto’s schrikken niet terug voor een remingreep bij overstekend wild, of een duwtje tegen het stuur wanneer de bestuurder al append over een doorgetrokken streep akkert. De Zoe kan dat allemaal niet. Wel hebben we lang ons hoofd gebroken over de beloofde ‘pre-conditioning’, totdat we na een koude oplaadnacht terugkeerden in een warme auto. Natuurlijk. 

Verder moesten we wennen aan de knopjes die lukraak over de auto verspreid waren: links van het stuur, onder het stuur, op het scherm en daaronder. Zo zit de stuurverwarming links, de stoelverwarming rechts. Logisch is anders. 

Een ander nadeel is de beroerd krappe ruimte op de achterbank. Passagiers moeten kiezen of ze hun hoofd of hun knieën willen meenemen, want allebei kan niet, tenzij je jezelf S-vorming kunt opvouwen tussen stoel en dak. Ook voorin komen we een nagenoeg uitgestorven fenomeen tegen: de bovenhoofdse verkeerslichten zijn onzichtbaar, aangezien de stoelen voorin niet omlaag kunnen. Onder uw billen zit namelijk een 52 kWh dik pakket accu’s (was in 2017 41 kWh). 

Wat zeggen we verder? Zo’n klein elektrisch wagentje accelereert super, de wegligging voelt in de bochten ondanks de 1.500 kg (de brandstof-Clio: 500 kg lichter) niet looiig. De bediening van het grote scherm leunt nog veel te veel op het aanraken van een glasplaat in plaats van knopjes die je desnoods ook tijdens het sturen kunt bedienen.  En wat strandangst betreft? Volgens de realistische WLTP-norm zou de Zoe 390 km (Groningen-Utrecht en terug) moeten kunnen overbruggen. Op onze winterse testdagen, met een milde 5 graden, ligt de reisafstand echter tussen de 270 en de 300 km. Strikt genomen nog steeds niet genoeg om het brandstofsegment links te laten liggen. Maar vooruit, daarover moeilijk doen is zó 2012.

OPLADEN

Voor Bliks woon-werkbehoefte, 40 km enkele reis, is het niet nodig dagelijks de laadpaal te bezoeken. En dat is maar goed ook, want in de provinciehoofdstad van Noord-Holland is het aantal laadpalen, zoals overal, zeer beperkt. Bovendien is het parkeren gratis bij zo’n paal. Dus zijn tijdens het weekend, in het centrum van de stad, de oplaadplekken allemaal bezet door opvallend veel plug-in-hybrides. Die hebben dus een brandstofmotor waarmee ze doorgaans rondrijden. Maar uitgerekend op zaterdag- en zondagmiddag moeten ze allemaal dringend opladen. Andere steden rekenen tenminste parkeergeld voor zo’n geintje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden